4. Indien de afwikkelingsautoriteiten er niet in slagen om binnen de in dit artikel, lid 1, eerste alinea, inleidend deel, bedoelde periode van vier maanden een gezamenlijk besluit over de in artikel 11, lid 4, bedoelde vaststelling van het groepsafwikkelingsplan te nemen, neemt elke voor een dochteronderneming verantwoordelijke afwikkelingsautoriteit zelf een besluit en stelt zij een afwikkelingsplan op — dat zij up-to-date houdt — voor de entiteiten in haar rechtsgebied. Elke afwikkelingsautoriteit brengt haar besluit ter kennis van de andere leden van het afwikkelingscollege.