3. De afwikkelingsinstrumenten zijn:
|
a)
|
het instrument van solvabele run-off;
|
|
b)
|
het instrument van verkoop van de onderneming;
|
|
c)
|
het instrument van de overbruggingsonderneming;
|
|
d)
|
het instrument van afsplitsing van activa en passiva;
|
|
e)
|
het afschrijvings- of omzettingsinstrument.
|
Afwikkelingsautoriteiten mogen de afwikkelingsinstrumenten ofwel afzonderlijk, ofwel in combinatie toepassen, met uitzondering van het instrument van afsplitsing van activa en passiva, dat alleen in combinatie met een ander afwikkelingsinstrument wordt toegepast.