2. De overheidsinfrastructuur van het beveiligde connectiviteitssysteem omvat alle bijbehorende grond- en ruimteactiva die nodig zijn om de in artikel 10, lid 1, punten a) en b), van deze verordening bedoelde diensten voor de overheid te verlenen, met inbegrip van:
|
a)
|
satellieten of satellietsubsystemen, met inbegrip van nuttige ladingen;
|
|
c)
|
infrastructuur voor monitoring van de beveiliging van de overheidsinfrastructuur en de diensten voor de overheid;
|
|
d)
|
grondinfrastructuur voor het verlenen van de diensten aan door de overheid gemachtigde gebruikers, met inbegrip van de op te schalen infrastructuur voor het GOVSATCOM-grondsegment, meer bepaald de GOVSATCOM-hubs bedoeld in artikel 67 van Verordening (EU) 2021/696.
|
In de overheidsinfrastructuur worden, waar passend, extra satellietsubsystemen, met name nuttige ladingen, gehost die kunnen worden gebruikt als deel van de ruimte-infrastructuur van de in artikel 3 van Verordening (EU) 2021/696 bedoelde onderdelen van het ruimtevaartprogramma van de Unie, onder de in die verordening vastgelegde voorwaarden, evenals satellietsubsystemen die worden gebruikt voor de verlening van niet-communicatiediensten aan lidstaten.