+BIJLAGE XIX

BIJLAGE XIX




BIJLAGE XIX

INSTRUCTIES VOOR HET INVULLEN VAN DE TEMPLATE VOOR ADDITIONELE MONITORINGINSTRUMENTEN VAN BIJLAGE XVIII

1.   Additionele monitoringinstrumenten

1.1.   Algemeen

1. [leeg]

2. De totale financiering bestaat uit alle financiële verplichtingen die geen derivaten en shortposities zijn.

3. Alle financiering met open looptijd, met inbegrip van direct opvraagbare deposito’s, wordt beschouwd als financiering die de volgende dag vervalt.

4. De oorspronkelijke looptijd is de tijd tussen de datum van initiëring en de vervaldatum van de financiering. De vervaldatum van de financiering wordt bepaald overeenkomstig punt 12 van bijlage XXIII. In het geval van optionaliteit zoals in punt 12 van bijlage XXIII betekent dit dat de oorspronkelijke looptijd van een financieringspost korter kan zijn dan de tijd die is verstreken sinds de initiëring ervan.

5. De resterende looptijd is de tijd tussen het einde van de rapportageperiode en de vervaldatum van de financiering. De vervaldatum van de financiering wordt bepaald overeenkomstig punt 12 van bijlage XXIII.

6. Voor de berekening van de oorspronkelijke of de resterende gewogen gemiddelde looptijd worden deposito’s die de volgende dag vervallen of alle soorten financiering met een open looptijd, beschouwd als deposito’s met een looptijd van één dag.

7. Voor de berekening van de oorspronkelijke en de resterende looptijd wordt, in geval van financiering met een opzegtermijn of een clausule voor annulering of vervroegde opvraging voor de tegenpartij van de instelling, uitgegaan van opvraging op de eerst mogelijke datum.

8. Voor perpetual liabilities wordt, tenzij er sprake is van optionaliteit als bedoeld in punt 12 van bijlage XXIII, uitgegaan van een vaste oorspronkelijke en resterende looptijd van 20 jaar.

9. Voor de berekening van de in templates C 67.00 bedoelde percentuele drempel per significante valuta gebruiken de instellingen een drempel van 1 % van de totale verplichtingen in alle valuta.

1.2.   Concentratie van financiering per tegenpartij (C 67.00)

1. Om in template C 67.00 informatie te verzamelen over de concentratie van financiering per tegenpartij van de rapporterende instellingen, passen de instellingen de instructies in deze afdeling toe.

2. De instellingen rapporteren de tien grootste tegenpartijen of een groep verbonden cliënten als gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 39, van Verordening (EU) nr. 575/2013 wanneer de financiering die van elke tegenpartij of groep verbonden cliënten is verkregen, een drempel van 1 % van de totale verplichtingen in de rijen 020 tot en met 110 van afdeling 1 van de template overschrijdt. De in post 1.01 gerapporteerde tegenpartij is het grootste bedrag aan van één tegenpartij of groep verbonden cliënten ontvangen financiering dat op de rapportagedatum boven de drempel van 1 % ligt. Post 1.02 is het op één na grootste bedrag boven de drempel van 1 % enz. voor de overige posten.

3. Indien een tegenpartij tot diverse groepen verbonden cliënten behoort, wordt deze slechts één keer gerapporteerd in de groep met het hoogste bedrag aan financiering.

4. De instellingen rapporteren het totaal van alle andere overblijvende financiering in afdeling 2.

5. De som van afdeling 1 (Top tien tegenpartijen) en afdeling 2 (Alle overige financiering) is gelijk aan de totale financiering van een instelling volgens haar balans, gerapporteerd op grond van het financiële rapportagekader (FINREP — dat financiële verplichtingen weergeeft bijgesteld voor de uitsluiting van derivaten en shortposities, overeenkomstig afdeling 1.1, punt 2) voor de rapportageperiodes waarvoor beide rapportages beschikbaar zijn (bv. Finrep Q1 en C 67.00 maart/Q1).

6. Voor elke tegenpartij rapporteren de instellingen alle kolommen 0010 tot en met 0080.

7. Indien de financiering in meer dan één productsoort wordt verkregen, is het gerapporteerde soort product het product waarin het grootste deel van de financiering werd verkregen. De vaststelling van de onderliggende houder van effecten kan op een „best efforts”-basis plaatsvinden. Indien een instelling op grond van haar functie als bewarende bank informatie heeft over de houder van de effecten, neemt zij dat bedrag in aanmerking voor het rapporteren van de concentratie van tegenpartijen. Indien geen informatie beschikbaar is over de houder van de effecten, hoeft het overeenkomstige bedrag niet te worden gerapporteerd.

8. Instructies voor bepaalde kolommen:



Kolom

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

0010

Naam tegenpartij

De naam van elke tegenpartij waarvan de verkregen financiering meer dan 1 % van de totale verplichtingen bedraagt, wordt in kolom 0010 in afnemende volgorde gerapporteerd, d.w.z. in de volgorde van de omvang van de verkregen financiering.

De naam van de tegenpartij, ongeacht of deze een rechtspersoon of een natuurlijke persoon is, wordt gerapporteerd. Indien de tegenpartij een rechtspersoon is, wordt als naam van de tegenpartij de volledige naam gerapporteerd van de rechtspersoon waarvan de financiering afkomstig is, met inbegrip van alle verwijzingen naar de ondernemingsvorm overeenkomstig het nationale vennootschapsrecht.

In de gevallen waarin de groep verbonden cliënten geen moederonderneming heeft, is de tegenpartij die wordt gerapporteerd, de individuele entiteit die de instelling als meest significant binnen de groep verbonden cliënten beschouwt. In alle overige gevallen komt de naam overeen met de individuele tegenpartij.

0015

Code

Deze code is een identificatiecode van een rij en is uniek voor elke tegenpartij. Voor instellingen en verzekeringsondernemingen is deze code de identificatiecode voor juridische entiteiten (LEI-code). Voor andere entiteiten is de code de LEI-code of, als die niet beschikbaar is, een nationale code. Deze code is uniek en wordt consequent gebruikt, te allen tijde en in alle templates. De code heeft steeds een waarde.

0016

Soort code

De instellingen identificeren het in kolom 0015 gerapporteerde soort code als „LEI-code” of „niet-LEI-code”.

Het soort code wordt steeds gerapporteerd.

0017

Nationale code

Instellingen mogen, wanneer zij in de kolom „Code” de LEI-code als identificatiecode rapporteren, daarnaast ook de nationale code rapporteren.

0030

Sector tegenpartij

Elke tegenpartij krijgt één sector toegewezen op basis van de volgende [FINREP-]indeling van economische sectoren (zie deel 1 van bijlage V bij deze uitvoeringsverordening):

i) centrale banken; ii) algemene overheden; iii) kredietinstellingen; iv) overige financiële vennootschappen; v) niet-financiële vennootschappen; vi) huishoudens.

Voor groepen verbonden cliënten wordt geen sector gerapporteerd.

0040

Vestigingsplaats tegenpartij

De tweeletterige ISO-3166-1-code van het land van oprichting van de tegenpartij wordt gebruikt, met inbegrip van pseudo-ISO-codes voor internationale organisaties; zie de meest recente uitgave van het „Balance of Payments Vademecum” van Eurostat.

Voor groepen verbonden cliënten wordt geen land gerapporteerd.

0050

Productsoort

In kolom 0010 gerapporteerde tegenpartijen krijgen een productsoort toegewezen die overeenstemt met het uitgegeven product waarin de financiering werd ontvangen of waarin het grootste deel van de financiering werd ontvangen wanneer het gemengde productsoorten betreft. Daarbij wordt de volgende vetgedrukte codes gebruikt:

UWF (van financiële cliënten verkregen ongedekte wholesalefinanciering, met inbegrip van interbancair geld);

UWNF (van niet-financiële cliënten verkregen ongedekte wholesalefinanciering);

SFT (financiering afkomstig van retrocessieovereenkomsten als gedefinieerd in artikel 4, lid 82, punt 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013);

CB (financiering afkomstig van de uitgifte van gedekte obligaties als gedefinieerd in artikel 129, lid 4 of 5, van Verordening (EU) nr. 575/2013 of artikel 52, lid 4, van Richtlijn 2009/65/EG);

ABS (financiering afkomstig van de uitgifte van door activa gedekte effecten, met inbegrip van door activa gedekt commercial paper);

CBM (centrale-bankfinanciering in verband met monetaire beleidstransacties);

IGUWF (van intragroepstegenpartijen verkregen ongedekte wholesalefinanciering);

IGSWF (van intragroepstegenpartijen verkregen gedekte wholesalefinanciering);

OSWF (andere gedekte wholesalefinanciering);

OFP (andere financieringsproducten, bv. retailfinanciering).

0060

Ontvangen bedrag

Het totale bedrag van de in kolom 0010 gerapporteerde van tegenpartijen ontvangen financiering wordt in kolom 0060 opgenomen en instellingen rapporteren daarin boekwaarden.

0070

Gewogen gemiddelde oorspronkelijke looptijd

Voor het in kolom 0060 gerapporteerde bedrag aan financiering afkomstig van de in kolom 0010 gerapporteerde tegenpartij wordt een gewogen gemiddelde oorspronkelijke looptijd (in dagen) voor die financiering gerapporteerd in kolom 0070.

De gewogen gemiddelde oorspronkelijke looptijd wordt berekend als de gemiddelde oorspronkelijke looptijd (in dagen) van de van die tegenpartij ontvangen financiering. Het gemiddelde wordt gewogen naar omvang, op basis van de omvang van de verschillende aan financiering ontvangen bedragen in verhouding tot de totale van die tegenpartij ontvangen financiering.

Voor perpetuele verplichtingen hanteren instellingen een vaste looptijd van 20 jaar, en voor opvraagbare deposito’s een looptijd van één dag.

0080

Gewogen gemiddelde resterende looptijd

Voor het in kolom 0060 gerapporteerde bedrag aan financiering afkomstig van de in kolom 0010 gerapporteerde tegenpartij wordt in kolom 0080 een gewogen gemiddelde resterende looptijd (in dagen) voor die financiering gerapporteerd.

De gewogen gemiddelde resterende looptijd wordt berekend als de gemiddelde looptijd, in resterende dagen, van de van die tegenpartij ontvangen financiering. Het gemiddelde wordt gewogen naar omvang, op basis van de omvang van de verschillende aan financiering ontvangen bedragen in verhouding tot de totale van die tegenpartij ontvangen financiering.

Voor perpetuele verplichtingen hanteren instellingen een vaste looptijd van 20 jaar, en voor opvraagbare deposito’s een looptijd van één dag.

1.3.   Concentratie van financiering per productsoort (C 68.00)

1. Deze template dient om informatie te verzamelen over de concentratie van financiering van de rapporterende instellingen per productsoort, uitgesplitst naar de volgende soorten financiering, als omschreven in de volgende instructies voor rijen:



Rij

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

0010

1.  Retailfinanciering

Retaildeposito’s als gedefinieerd in artikel 411, punt 2), van Verordening (EU) nr. 575/2013 en retailobligaties als gedefinieerd in artikel 28, lid 6, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 van de Commissie.

0020

1.1.  waarvan direct opvraagbare deposito’s

Van de retailfinanciering van rij 0010 de direct opvraagbare deposito’s.

0031

1.2.  waarvan termijndeposito’s niet opvraagbaar binnen de volgende 30 dagen;

Van de retailfinanciering van rij 0010 de termijndeposito’s die niet opvraagbaar zijn binnen de volgende 30 dagen.

0041

1.3.  waarvan termijndeposito’s opvraagbaar binnen de volgende 30 dagen;

Van de retailfinanciering van rij 0010 de termijndeposito’s die opvraagbaar zijn binnen de volgende 30 dagen.

0070

1.4.  Spaarrekeningen

Van de retailfinanciering van rij 0010 de spaarrekeningen met een van de volgende kenmerken:

— met een opzegtermijn voor opvraging van meer dan 30 dagen

— zonder een opzegtermijn voor opvraging van meer dan 30 dagen.

Deze rij wordt niet gerapporteerd.

0080

1.4.1.  met een opzegtermijn voor opvraging van meer dan 30 dagen;

Van de retailfinanciering van rij 0010 de spaarrekeningen met een opzegtermijn voor opvraging van meer dan 30 dagen.

0090

1.4.2.  zonder een opzegtermijn voor opvraging van meer dan 30 dagen

Van de retailfinanciering van rij 0010 de spaarrekeningen zonder een opzegtermijn voor opvraging van meer dan 30 dagen.

0100

2.  Wholesalefinanciering

Alle tegenpartijen die geen retaildeposito’s als gedefinieerd in artikel 411, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 575/2013 zijn.

Deze rij wordt niet gerapporteerd.

0110

2.1.  Ongedekte wholesalefinanciering

Alle tegenpartijen die geen retaildeposito’s als gedefinieerd in artikel 411, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 575/2013 zijn, indien de financiering niet gedekt is.

0120

2.1.1.  waarvan leningen en deposito’s van financiële cliënten;

Van de financiering in rij 0110 de financiering die bestaat uit leningen en deposito’s van financiële cliënten.

Financiering van centrale banken wordt niet in deze rij opgenomen.

0130

2.1.2.  waarvan leningen en deposito’s van niet-financiële cliënten;

Van de financiering in rij 0110 de financiering die bestaat uit leningen en deposito’s afkomstig van niet-financiële cliënten.

Financiering van centrale banken wordt niet in deze rij opgenomen.

0140

2.1.3.  waarvan leningen en deposito’s van intragroepsentiteiten;

Van de financiering in rij 0110 de financiering die bestaat uit leningen en deposito’s van intragroepsentiteiten, indien de tegenpartij een moeder- of dochterinstelling van de instelling is of een andere dochterinstelling van dezelfde moederinstelling, dan wel met de kredietinstelling verbonden door een betrekking in de zin van artikel 22, lid 7, van Richtlijn 2013/34/EU.

Wholesalefinanciering afkomstig van intragroepsentiteiten wordt alleen op individuele of gesubconsolideerde basis gerapporteerd.

0150

2.2.  Gedekte wholesalefinanciering;

Alle tegenpartijen die geen retaildeposito’s als gedefinieerd in artikel 411, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 575/2013 zijn, indien de financiering gedekt is.

0160

2.2.1.  waarvan effectenfinancieringstransacties;

Van de financiering in rij 0150 de financiering die afkomstig is van retrocessieovereenkomsten als gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 82, van Verordening (EU) nr. 575/2013.

0170

2.2.2.  waarvan uitgiften van gedekte obligaties;

Van de financiering in rij 0150 de financiering die afkomstig is van de uitgifte van gedekte obligaties als gedefinieerd in artikel 129, lid 4 of 5, van Verordening (EU) nr. 575/2013 of artikel 52, lid 4, van Richtlijn 2009/65/EG.

0180

2.2.3.  waarvan uitgiften van door activa gedekte effecten

Van de financiering in rij 0150 de financiering die afkomstig is van de uitgifte van door activa gedekte effecten (ABS), met inbegrip van door activa gedekt commercial paper.

0190

2.2.4.  waarvan financiële verplichtingen die geen derivaten en shortposities van intragroepsentiteiten zijn.

Van de financiering in rij 0150 de van intragroepsentiteiten verkregen financiering, indien de tegenpartij een moeder- of dochterinstelling van de instelling is of een andere dochterinstelling van dezelfde moederinstelling, dan wel met de kredietinstelling verbonden door een betrekking in de zin van artikel 22, lid 7, van Richtlijn 2013/34/EU.

Wholesalefinanciering afkomstig van intragroepsentiteiten wordt alleen op individuele of gesubconsolideerde basis gerapporteerd.

3. Voor elke productsoort rapporteren de instellingen alle kolommen 0010 tot en met 0050.

4. De cijfers gerapporteerd in de rijen 1. „Retail”, 2.1 „Ongedekte wholesalefinanciering”, 2.2 „Gedekte wholesalefinanciering” kunnen bredere productsoorten omvatten dan de onderliggende „waarvan”-posten.

5. In deze template worden geen aandelen gerapporteerd.

6. Instructies voor bepaalde kolommen:



Kolom

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

0010

Boekwaarde ontvangen

De boekwaarde van de voor elk van de productsoorten in de kolom „Productnaam” ontvangen financiering wordt gerapporteerd in kolom 0010 van de template.

0020

Bedrag gedekt door een depositogarantiestelsel overeenkomstig Richtlijn 2014/49/EU of een gelijkwaardig depositogarantiestelsel in een derde land

Van het in kolom 0010 gerapporteerde totale bedrag van de voor elk van de productsoorten in de kolom „Productnaam” ontvangen financiering, het bedrag dat gedekt is door een depositogarantiestelsel overeenkomstig Richtlijn 2014/49/EU of een gelijkwaardig depositogarantiestelsel in een derde land.

Opmerking: De in kolom 0020 en kolom 0030 voor elk van de productcategorieën in de kolom „Productnaam” gerapporteerde bedragen zijn gelijk aan het in kolom 0010 gerapporteerde totale ontvangen bedrag.

0030

Bedrag niet gedekt door een depositogarantiestelsel overeenkomstig Richtlijn 2014/49/EU of een gelijkwaardig depositogarantiestelsel in een derde land

Van het in kolom 0010 gerapporteerde totale bedrag van de voor elk van de productsoorten in de kolom „Productnaam” ontvangen financiering, het bedrag dat niet gedekt is door een depositogarantiestelsel overeenkomstig Richtlijn 2014/49/EU of een gelijkwaardig depositogarantiestelsel in een derde land.

Opmerking: De in kolom 0020 en kolom 0030 voor elk van de productsoorten in de kolom „Productnaam” gerapporteerde bedragen zijn gelijk aan het in kolom 0010 gerapporteerde totale ontvangen bedrag.

0040

Gewogen gemiddelde oorspronkelijke looptijd

Voor het in kolom 0010 gerapporteerde bedrag aan financiering afkomstig van de in de kolom „Productnaam” vermelde productsoorten wordt in kolom 0040 een gewogen gemiddelde oorspronkelijke looptijd (in dagen) voor die financiering gerapporteerd.

De gewogen gemiddelde oorspronkelijke looptijd wordt berekend als de gemiddelde oorspronkelijke looptijd (in dagen) van de financiering die voor die productsoort is ontvangen. Het gemiddelde wordt gewogen naar omvang, op basis van de omvang van de verschillende aan financiering ontvangen bedragen in verhouding tot de totale uit alle uitgiften van dat soort product ontvangen financiering.

0050

Gewogen gemiddelde resterende looptijd

Voor het in kolom 0010 gerapporteerde bedrag aan financiering afkomstig van de in de kolom „Productnaam” vermelde productsoorten wordt in kolom 0050 een gewogen gemiddelde resterende looptijd (in dagen) voor die financiering gerapporteerd.

De gewogen gemiddelde resterende looptijd wordt berekend als de gemiddelde looptijd (in dagen) van de financiering die is ontvangen voor die productsoort. Het gemiddelde wordt gewogen naar omvang, op basis van de omvang van verschillende aan financiering ontvangen bedragen in verhouding tot de totale uit alle uitgiften van dat soort product ontvangen financiering.

1.4.   Prijzen voor diverse financieringstermijnen (C 69.00)

1. De instellingen rapporteren de informatie over het transactievolume en de prijzen die door de instellingen zijn betaald voor financiering verkregen tijdens de rapportageperiode en die aan het einde van de rapportageperiode nog steeds voorhanden is, in template C 69.00 in overeenstemming met de volgende oorspronkelijke looptijden:

(a) 

overnight in de kolommen 0010 en 0020;

b) 

meer dan overnight en minder dan of gelijk aan één week in de kolommen 0030 en 0040;

c) 

meer dan één week en minder dan of gelijk aan één maand in de kolommen 0050 en 0060;

d) 

meer dan één maand en minder dan of gelijk aan drie maanden in de kolommen 0070 en 0080;

e) 

meer dan drie maanden en minder dan of gelijk aan zes maanden in de kolommen 0090 en 0100;

f) 

meer dan zes maanden en minder dan of gelijk aan één jaar in de kolommen 0110 en 0120;

g) 

meer dan één jaar en minder dan of gelijk aan twee jaar in de kolommen 0130 en 0140;

h) 

meer dan twee jaar en minder dan of gelijk aan vijf jaar in de kolommen 0150 en 0160;

i) 

meer dan vijf jaar en minder dan of gelijk aan tien jaar in de kolommen 0170 en 0180.

In het geval van valutaherwaarderingen wordt geen nieuwe financiering in de oorspronkelijke valuta verkregen en heeft de rapporterende instelling niet méér betaald dan de oorspronkelijke prijs bij het initiële deposito van de middelen. Een positieve aanwas ten gevolge van een valutaherwaardering wordt dus niet in deze template worden gerapporteerd.

Financieringsbronnen met een oorspronkelijke looptijd van meer dan tien jaar worden niet gerapporteerd.

2. Om de looptijd van de verkregen financiering te bepalen, laten de instellingen de periode tussen transactie- en afwikkelingsdatum buiten beschouwing; zo wordt bijvoorbeeld een driemaandsverplichting die over twee weken wordt afgewikkeld, in de looptijd „drie maanden” (kolommen 0070 en 0080) gerapporteerd.

3. De in de linker kolom van elk tijdsinterval gerapporteerde spread is een van de volgende:

4. de door de instelling voor verplichtingen met een looptijd van één jaar of minder te betalen spread, als deze op de dag van de transactie vóór het einde van de werkdag naar de benchmarkovernightindex voor de passende valuta zouden zijn geswapt;

5. de door de onderneming bij uitgifte te betalen spread voor verplichtingen met een oorspronkelijke looptijd van meer dan één jaar, indien deze uiterlijk op de dag van de transactie vóór het einde van de werkdag naar de relevante driemaands benchmarkindex voor de passende valuta (zoals driemaands Euribor voor EUR) zouden zijn geswapt.

6. Uitsluitend ten behoeve van de berekening van de spread op grond van de punten a) en b) hierboven kan de instelling, op basis van historische gegevens, de oorspronkelijke looptijd bepalen en daarbij al dan niet rekening houden met optionaliteit, naargelang van het geval.

7. Spreads worden gerapporteerd in basispunten met een minteken indien de nieuwe financiering goedkoper is dan op grond van de desbetreffende referentierente. Zij worden berekend op basis van een gewogen gemiddelde.

8. Voor de berekening van de gemiddelde te betalen spread voor meervoudige uitgiften/deposito’s/leningen berekenen de instellingen de totale kosten in de valuta van uitgifte, waarbij zij geen rekening houden met valutaswaps, maar wel met alle premies of kortingen en te betalen of te ontvangen vergoedingen, met als basis de termijn van elke theoretische of daadwerkelijke renteswap die met de termijn van de verplichting overeenstemt. De spread is de rente van de verplichting minus de swaprente.

9. Het bedrag van de voor de financieringscategorieën in de kolom „Post” verkregen financiering wordt in de kolom „Volume” van het toepasselijke tijdsinterval gerapporteerd.

10. In de kolom „Volume” vermelden instellingen de bedragen die de boekwaarde weergeven van de verkregen nieuwe financiering in het toepasselijke tijdsinterval volgens de oorspronkelijke looptijd.

11. Voor alle posten, ook verplichtingen buiten de balanstelling, rapporteren de instellingen alleen de desbetreffende bedragen die op de balans zijn weergegeven. Een aan de instelling buiten de balanstelling verstrekte verplichting wordt alleen na een opneming gerapporteerd in C 69.00. In het geval van een opneming zijn het volume en de spread die moeten worden gerapporteerd, het opgenomen bedrag en de toepasselijke spread op het einde van de rapportageperiode. Indien de opneming niet kan worden doorgerold volgens goeddunken van de instelling, wordt de werkelijke looptijd van de opneming gerapporteerd. Indien de instelling aan het einde van de vorige rapportageperiode de faciliteit reeds heeft opgenomen en indien de instelling vervolgens meer gebruikmaakt van de faciliteit, wordt uitsluitend het extra opgenomen bedrag gerapporteerd.

12. Door retailcliënten geplaatste deposito’s zijn deposito’s als gedefinieerd in artikel 411, punt 2, van Verordening (EU) 575/2013.

13. Voor financiering die tijdens de rapportageperiode is doorgerold en die aan het einde van de rapportageperiode nog steeds uitstaat, wordt het gemiddelde van de op dat moment (d.w.z. aan het einde van de rapportageperiode) toepasselijke spreads gerapporteerd. Ten behoeve van C 69.00 wordt doorgerolde financiering die aan het einde van de rapportageperiode nog steeds voorhanden is, als nieuwe financiering beschouwd.

14. In afwijking van de rest van afdeling 1.4 worden het volume en de spread van direct opvraagbare deposito’s alleen gerapporteerd indien de deposant in de vorige rapportageperiode niet beschikte over een direct opvraagbaar deposito of indien het depositobedrag is toegenomen ten opzichte van de vorige referentiedatum, in welk geval de aanwas wordt beschouwd als nieuwe financiering. De spread is de spread aan het einde van de periode.

15. Wanneer er niets te rapporteren valt, worden de cellen voor de spreads blanco gelaten.

16. In deze template worden geen aandelen gerapporteerd.

17. Instructies betreffende specifieke rijen:



Rij

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

0010

1  Totale financiering

Het totale volume en de gewogen gemiddelde spread van alle financiering worden voor alle volgende looptijden als volgt verkregen:

(a)  overnight in de kolommen 0010 en 0020;

(b)  meer dan overnight en minder dan of gelijk aan één week in de kolommen 0030 en 0040;

(c)  meer dan één week en minder dan of gelijk aan één maand in de kolommen 0050 en 0060;

(d)  meer dan één maand en minder dan of gelijk aan drie maanden in de kolommen 0070 en 0080;

(e)  meer dan drie maanden en minder dan of gelijk aan zes maanden in de kolommen 0090 en 0100;

(f)  meer dan zes maanden en minder dan of gelijk aan één jaar in de kolommen 0110 en 0120;

(g)  meer dan één jaar en minder dan of gelijk aan twee jaar in de kolommen 0130 en 0140;

(h)  meer dan twee jaar en minder dan of gelijk aan vijf jaar in de kolommen 0150 en 0160;

(i)  meer dan vijf jaar en minder dan of gelijk aan tien jaar in de kolommen 0170 en 0180.

0020

1.1  Retailfinanciering

Van de in post 1 gerapporteerde totale financiering, het totale volume en de gewogen gemiddelde spread van de verkregen retailfinanciering.

0030

1.2  Ongedekte wholesalefinanciering

Van de in post 1 gerapporteerde totale financiering, het totale volume en de gewogen gemiddelde spread van de verkregen ongedekte wholesalefinanciering.

0035

1.2.1  waarvan: Senior ongedekte effecten

Van de in post 1.2 gerapporteerde totale financiering, het totale volume en de gewogen gemiddelde spread van de verkregen senior ongedekte effecten.

0045

1.3  Gedekte financiering (niet van een centrale bank)

Van de in post 1 gerapporteerde totale financiering, het totale volume en de gewogen gemiddelde spread van de van een derde partij niet zijnde een centrale bank verkregen gedekte financiering.

0065

1.3.1  waarvan: Gedekte obligaties

Van de in post 1.3 gerapporteerde totale financiering, het totale volume en de gewogen gemiddelde spread van alle uitgiften van gedekte obligaties die de eigen activa van de instellingen bezwaren.

0075

1.3.2  waarvan: Door activa gedekte effecten met inbegrip van door activa gedekt handelspapier

Van de in post 1.3 gerapporteerde totale financiering, het totale volume en de gewogen gemiddelde spread van de uitgegeven door activa gedekte effecten (ABS), met inbegrip van door activa gedekt commercial paper (ABCP).

0080

1.4  Overige financiering

Van de in post 1 gerapporteerde totale financiering, het totale volume en de gewogen gemiddelde spread van niet in de posten 1.1 tot en met 1.3 opgenomen financiering, met inbegrip van gedekte financiering van centrale banken.

1.5.   Doorrollen van financiering (C 70.00)

1. Deze template dient om informatie te verzamelen over het volume van vervallende geldmiddelen en nieuwe verkregen financiering, d.w.z. dagelijkse „doorrol van financiering” gedurende de maand voorafgaand aan de rapportagedatum.

2. De instellingen rapporteren (in kalenderdagen) de financiering die vervalt volgens de onderstaande tijdsintervallen overeenkomstig de oorspronkelijke looptijd:

(a) 

overnight in de kolommen 0010 tot en met 0040;

(b) 

tussen 1 en zeven dagen in de kolommen 0050 tot en met 0080;

(c) 

tussen 7 en 14 dagen in de kolommen 0090 tot en met 0120;

(d) 

tussen 14 dagen en één maand in de kolommen 0130 tot en met 0160;

(e) 

tussen 1 en drie maanden in de kolommen 0170 tot en met 0200;

(f) 

tussen 3 en zes maanden in de kolommen 0210 tot en met 0240;

(g) 

in meer dan zes maanden in de kolommen 0250 tot en met 0280.

3. Voor elk in punt 2 beschreven tijdsinterval wordt het vervallende bedrag gerapporteerd in de linker kolom. In de rechter kolom worden de doorgerolde bedragen in de kolom „Doorrol” gerapporteerd, de nieuwe verkregen geldmiddelen in de kolom „Nieuwe middelen” en het nettoverschil tussen, enerzijds, nieuwe middelen en, anderzijds, doorrol- minus vervallende middelen.

4. De totale nettokasstromen worden gerapporteerd in kolom 290 en zijn gelijk aan de som van alle „netto”-kolommen met nummer 0040, 0080, 0120, 0160, 0200, 0240 en 0280.

5. De gemiddelde termijn van financiering (in dagen) voor vervallende termijngeldmiddelen wordt gerapporteerd in kolom 0300.

6. De gemiddelde termijn van financiering (in dagen) voor doorgerolde middelen wordt gerapporteerd in kolom 0310.

7. De gemiddelde termijn van financiering (in dagen) voor nieuwe termijngeldmiddelen wordt gerapporteerd in kolom 0320.

8. Het „vervallende” bedrag omvat alle verplichtingen die contractueel konden worden opgezegd door de verstrekker van de financiering of die op de desbetreffende dag in de rapportageperiode betaalbaar waren. Dit bedrag wordt steeds met een plusteken gerapporteerd.

9. Het „doorrol”-bedrag omvat het vervallende bedrag als gedefinieerd in de punten 2 en 3 dat op de desbetreffende dag van de rapportageperiode bij de instelling blijft. Dit bedrag wordt steeds met een plusteken gerapporteerd. Indien de looptijd van de financiering door de doorrolgebeurtenis is gewijzigd, wordt het „doorrol”-bedrag gerapporteerd in een tijdsinterval overeenkomstig de nieuwe looptijd.

10. Het „Nieuwe middelen”-bedrag omvat de daadwerkelijke instromen van financiering op de desbetreffende dag in de rapportageperiode. Dit bedrag wordt steeds met een plusteken gerapporteerd.

11. Het „Netto”-bedrag wordt beschouwd als een wijziging van de financiering binnen een bepaalde oorspronkelijke looptijdklasse op de desbetreffende dag van de rapportageperiode en wordt berekend door in de „netto”-kolom de nieuwe middelen plus de doorgerolde middelen minus de vervallende middelen op te nemen.

12. Instructies voor bepaalde kolommen:



Kolom

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

0010 tot 0040

Overnight

Het totale bedrag aan financiering die vervalt op de desbetreffende dag van de rapportageperiode met een oorspronkelijke overnight-looptijd, wordt gerapporteerd in kolom 0010 van lijnpost 1.1-1.31. Voor maanden met minder dan 31 dagen en voor weekends worden irrelevante lijnen blanco gelaten.

Het totale bedrag van de op de desbetreffende dag van de rapportageperiode doorgerolde financiering met een oorspronkelijke overnight-looptijd wordt gerapporteerd in kolom 0020 van lijnpost 1.1-1.31.

Het totale bedrag aan verkregen nieuwe financiering op de desbetreffende dag van de rapportageperiode met een oorspronkelijke overnight-looptijd wordt gerapporteerd in kolom 0030 van lijnpost 1.1-1.31.

Het nettoverschil tussen, enerzijds, vervallende dagelijkse financiering en, anderzijds, doorgerolde financiering plus verkregen nieuwe dagelijkse financiering wordt gerapporteerd in kolom 0040 van lijnpost 1.1-1.31.

0050 tot 0080

> één dag ≤ zeven dagen

Het totale bedrag aan financiering met een oorspronkelijke looptijd tussen één dag en één week die op de desbetreffende dag van de rapportageperiode vervalt, wordt gerapporteerd in kolom 0050 van lijnpost 1.1-1.31. Voor maanden met minder dan 31 dagen en voor weekends worden irrelevante lijnen blanco gelaten.

Het totale bedrag aan financiering met een oorspronkelijke looptijd tussen één dag en één week die op de desbetreffende dag van de rapportageperiode is doorgerold, wordt gerapporteerd in kolom 0060 van lijnpost 1.1-1.31.

Het totale bedrag aan op de desbetreffende dag van de rapportageperiode verkregen nieuwe financiering met een oorspronkelijke looptijd tussen één dag en één week wordt gerapporteerd in kolom 0070 van lijnpost 1.1-1.31.

Het nettoverschil tussen, enerzijds, vervallende financiering en, anderzijds, doorgerolde financiering plus verkregen nieuwe financiering wordt gerapporteerd in kolom 0080 van lijnpost 1.1-1.31.

0090 tot 0120

> zeven dagen ≤ 14 dagen

Het totale bedrag aan financiering met een oorspronkelijke looptijd tussen één week en twee weken die op de desbetreffende dag van de rapportageperiode vervalt, wordt gerapporteerd in kolom 0090 van lijnpost 1.1-1.31. Voor maanden met minder dan 31 dagen en voor weekends worden irrelevante lijnen blanco gelaten.

Het totale bedrag aan financiering met een oorspronkelijke looptijd tussen één week en twee weken die op de desbetreffende dag van de rapportageperiode is doorgerold, wordt gerapporteerd in kolom 0100 van lijnpost 1.1-1.31.

Het totale bedrag aan op de desbetreffende dag van de rapportageperiode verkregen nieuwe financiering met een oorspronkelijke looptijd tussen één week en twee weken wordt gerapporteerd in kolom 0110 van lijnpost 1.1-1.31.

Het nettoverschil tussen, enerzijds, vervallende financiering en, anderzijds, doorgerolde financiering plus verkregen nieuwe financiering wordt gerapporteerd in kolom 0120 van lijnpost 1.1-1.31.

0130 tot 0160

> 14 dagen ≤ één maand

Het totale bedrag aan financiering met een oorspronkelijke looptijd tussen twee weken en één maand die op de desbetreffende dag van de rapportageperiode vervalt, wordt gerapporteerd in kolom 0130 van post 1.1-1.31. Voor maanden met minder dan 31 dagen en voor weekends worden irrelevante lijnen blanco gelaten.

Het totale bedrag aan financiering met een oorspronkelijke looptijd tussen twee weken en één maand die op de desbetreffende dag van de rapportageperiode is doorgerold, wordt gerapporteerd in kolom 0140 van post 1.1-1.31.

Het totale bedrag aan op de desbetreffende dag van de rapportageperiode verkregen nieuwe financiering met een oorspronkelijke looptijd tussen twee weken en één maand wordt gerapporteerd in kolom 0150 van lijnpost 1.1-1.31.

Het nettoverschil tussen, enerzijds, vervallende financiering en, anderzijds, doorgerolde financiering plus verkregen nieuwe financiering wordt gerapporteerd in kolom 0160 van lijnpost 1.1-1.31.

0170 tot 0200

> één maand ≤ drie maanden

Het totale bedrag aan financiering met een oorspronkelijke looptijd tussen één maand en drie maanden die op de desbetreffende dag van de rapportageperiode vervalt, wordt gerapporteerd in kolom 0170 van lijnpost 1.1-1.31. Voor maanden met minder dan 31 dagen en voor weekends worden irrelevante lijnen blanco gelaten.

Het totale bedrag aan financiering met een oorspronkelijke looptijd tussen één maand en drie maanden die op de desbetreffende dag van de rapportageperiode is doorgerold, wordt gerapporteerd in kolom 0180 van lijnpost 1.1-1.31.

Het totale bedrag aan op de desbetreffende dag van de rapportageperiode verkregen nieuwe financiering met een oorspronkelijke looptijd tussen één maand en drie maanden wordt gerapporteerd in kolom 0190 van lijnpost 1.1-1.31.

Het nettoverschil tussen, enerzijds, vervallende financiering en, anderzijds, doorgerolde financiering plus verkregen nieuwe financiering wordt gerapporteerd in kolom 0200 van lijnpost 1.1-1.31.

0210 tot 0240

> drie maanden ≤ zes maanden

Het totale bedrag aan financiering met een oorspronkelijke looptijd tussen drie maanden en zes maanden die op de desbetreffende dag van de rapportageperiode vervalt, wordt gerapporteerd in kolom 0210 van lijnpost 1.1-1.31. Voor maanden met minder dan 31 dagen en voor weekends worden irrelevante lijnen blanco gelaten.

Het totale bedrag aan financiering met een oorspronkelijke looptijd tussen drie maanden en zes maanden die op de desbetreffende dag van de rapportageperiode is doorgerold, wordt gerapporteerd in kolom 0220 van lijnpost 1.1-1.31.

Het totale bedrag aan op de desbetreffende dag van de rapportageperiode verkregen nieuwe financiering met een oorspronkelijke looptijd tussen drie maanden en zes maanden wordt gerapporteerd in kolom 0230 van lijnpost 1.1-1.31.

Het nettoverschil tussen, enerzijds, vervallende financiering en, anderzijds, doorgerolde financiering plus verkregen nieuwe financiering wordt gerapporteerd in kolom 0240 van lijnpost 1.1-1.31.

0250 tot 0280

> zes maanden

Het totale bedrag aan financiering met een oorspronkelijke looptijd van meer dan zes maanden die op de desbetreffende dag van de rapportageperiode vervalt, wordt gerapporteerd in kolom 0250 van lijnpost 1.1-1.31. Voor maanden met minder dan 31 dagen en voor weekends worden irrelevante lijnen blanco gelaten.

Het totale bedrag aan financiering met een oorspronkelijke looptijd van meer dan zes maanden die op de desbetreffende dag van de rapportageperiode vervalt, wordt gerapporteerd in kolom 0260 van lijnpost 1.1-1.31.

Het totale bedrag aan financiering met een oorspronkelijke looptijd van meer dan zes maanden die op de desbetreffende dag van de rapportageperiode vervalt, wordt gerapporteerd in kolom 0270 van lijnpost 1.1-1.31.

Het nettoverschil tussen, enerzijds, vervallende financiering en, anderzijds, doorgerolde financiering plus verkregen nieuwe financiering wordt gerapporteerd in kolom 0280 van lijnpost 1.1-1.31.

0290

Totale nettokasstromen

De totale nettokasstromen zijn gelijk aan de som van alle „netto”-kolommen met nummer 0040, 0080, 0120, 0160, 0200, 0240 en 0280, en worden gerapporteerd in kolom 0290.

0300 tot 0320

Gemiddelde termijn (dagen)

De gewogen gemiddelde termijn (in dagen) van alle vervallende geldmiddelen wordt gerapporteerd in kolom 0300. De gewogen gemiddelde termijn (in dagen) van alle doorgerolde geldmiddelen wordt gerapporteerd in kolom 0310, terwijl de gewogen gemiddelde termijn (in dagen) van alle verkregen nieuwe middelen wordt gerapporteerd in kolom 0320.

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis
  • Builddate: 01.09.2024 00:00:00 -Doknr: CELEX:32021R0451
  • EULAW_EL -

    EULAW_EL