1. De Commissie kan elke lidstaat toestaan met een derde land of met een gebied dat niet onder het in artikel 355 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie bedoelde territoriale toepassingsgebied van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) valt (“het betrokken land of gebied”), een overeenkomst te sluiten die voorziet in afwijkingen van deze verordening, zodat geldovermakingen tussen dat land of gebied en de betrokken lidstaat als geldovermakingen binnen de betrokken lidstaat kunnen worden behandeld.
Deze overeenkomsten kunnen alleen worden toegestaan onder de volgende voorwaarden:
|
a)
|
het betrokken land of gebied heeft met de betrokken lidstaat een monetaire unie of maakt deel uit van het valutagebied van deze lidstaat of heeft met de Unie, vertegenwoordigd door een lidstaat, een monetaire overeenkomst ondertekend;
|
|
b)
|
de betalingsdienstaanbieders in het betrokken land of gebied nemen direct of indirect deel aan de betalings- en afwikkelingssystemen van die lidstaat;
|
|
c)
|
het betrokken land of gebied verplicht de onder zijn rechtsorde vallende betalingsdienstaanbieders dezelfde voorschriften toe te passen als die welke op grond van deze verordening zijn vastgesteld.
|