+VERORDENING (EU) 2024/3005 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 27 november 2024 betreffende de transparantie en integriteit van op ecologische, sociale en governancefactoren (ESG) gebaseerde ratingactiviteiten, en tot wijziging van Verordeningen (EU) 2019/2088 en (EU) 2023/2859 (Voor de EER relevante tekst)
---+Preamble: 1
---+TITEL I ONDERWERP, TOEPASSINGSGEBIED EN DEFINITIES
------+Artikel 1 Onderwerp
------+Artikel 2 Toepassingsgebied
---------+Artikel 2 1
---------+Artikel 2 2
---------+Artikel 2 3
------+Artikel 3 Definities
---------+Artikel 3 1)
---------+Artikel 3 2)
---------+Artikel 3 3)
---------+Artikel 3 4)
---------+Artikel 3 5)
---------+Artikel 3 6)
---------+Artikel 3 7)
---------+Artikel 3 8)
---------+Artikel 3 9)
---------+Artikel 3 10)
---------+Artikel 3 11)
---------+Artikel 3 12)
---------+Artikel 3 13)
---+TITEL II AFGIFTE VAN ESG-RATINGS IN DE UNIE
------+Artikel 4 Vereisten voor het actief zijn in de Unie
---------+Artikel 4 a)
---------+Artikel 4 b)
---------+Artikel 4 c)
---------+Artikel 4 d)
------+Artikel 5 Tijdelijke regeling voor kleine ESG-ratingaanbieders
---------+Artikel 5 1
---------+Artikel 5 2
---------+Artikel 5 3
---------+Artikel 5 4
------+HOOFDSTUK 1 Vergunning voor in de Unie gevestigde ESG-ratingaanbieders voor het actief zijn in de Unie
---------+Artikel 6 Aanvraag van een vergunning voor het actief zijn in de Unie
------------+Artikel 6 1
------------+Artikel 6 2
------------+Artikel 6 3
------------+Artikel 6 4
------------+Artikel 6 5
---------+Artikel 7 Behandeling door de ESMA van de aanvraag voor een vergunning voor het in de Unie actief zijn als een ESG-ratingaanbieder
------------+Artikel 7 1
------------+Artikel 7 2
------------+Artikel 7 3
------------+Artikel 7 4
------------+Artikel 7 5
------------+Artikel 7 6
---------+Artikel 8 Besluit tot verlening of weigering van de vergunning voor het actief zijn in de Unie en kennisgeving van dat besluit
------------+Artikel 8 1
------------+Artikel 8 2
------------+Artikel 8 3
------------+Artikel 8 4
---------+Artikel 9 Schorsing of intrekking van de vergunning
------------+Artikel 9 1
------------+Artikel 9 2
------------+Artikel 9 3
------+HOOFDSTUK 2 Gelijkwaardigheid, bekrachtiging en erkenning van buiten de Unie gevestigde ESG-ratingaanbieders die in de Unie actief zijn
---------+Artikel 10 Gelijkwaardigheidsbesluit
------------+Artikel 10 1
------------+Artikel 10 2
------------+Artikel 10 3
------------+Artikel 10 4
------------+Artikel 10 5
---------+Artikel 11 Bekrachtiging van ESG-ratings afgegeven door buiten de Unie gevestigde ESG-ratingaanbieders
------------+Artikel 11 1
------------+Artikel 11 2
------------+Artikel 11 3
------------+Artikel 11 4
------------+Artikel 11 5
------------+Artikel 11 6
---------+Artikel 12 Erkenning van buiten de Unie gevestigde ESG-ratingaanbieders
------------+Artikel 12 1
------------+Artikel 12 2
------------+Artikel 12 3
------------+Artikel 12 4
------------+Artikel 12 5
------------+Artikel 12 6
------------+Artikel 12 7
------------+Artikel 12 8
------------+Artikel 12 9
---------+Artikel 13 Samenwerkingsregelingen
------------+Artikel 13 1
------------+Artikel 13 2
------+HOOFDSTUK 3 Register en toegankelijkheid van informatie
---------+Artikel 14 Register van ESG-ratingaanbieders en toegankelijkheid van informatie over het Europees centraal toegangspunt
------------+Artikel 14 1
------------+Artikel 14 2
------------+Artikel 14 3
------------+Artikel 14 4
------------+Artikel 14 5
------------+Artikel 14 6
------------+Artikel 14 7
------------+Artikel 14 8
------------+Artikel 14 9
---+TITEL III INTEGRITEIT EN BETROUWBAARHEID VAN ESG-RATINGACTIVITEITEN
------+HOOFDSTUK 1 Organisatorische vereisten, procedures en documenten met betrekking tot governance
---------+Artikel 15 Algemene beginselen
------------+Artikel 15 1
------------+Artikel 15 2
------------+Artikel 15 3
------------+Artikel 15 4
------------+Artikel 15 5
------------+Artikel 15 6
------------+Artikel 15 7
------------+Artikel 15 8
------------+Artikel 15 9
------------+Artikel 15 10
------------+Artikel 15 11
------------+Artikel 15 12
------------+Artikel 15 13
------------+Artikel 15 14
---------+Artikel 16 Scheiding van bedrijfsactiviteiten en andere activiteiten
------------+Artikel 16 1
------------+Artikel 16 2
------------+Artikel 16 3
------------+Artikel 16 4
------------+Artikel 16 5
------------+Artikel 16 6
---------+Artikel 17 Ratinganalisten, werknemers en andere personen die betrokken zijn bij de afgifte van ESG-ratings
------------+Artikel 17 1
------------+Artikel 17 2
------------+Artikel 17 3
------------+Artikel 17 4
------------+Artikel 17 5
------------+Artikel 17 6
------------+Artikel 17 7
------------+Artikel 17 8
---------+Artikel 18 Vereisten inzake het bewaren van gegevens
------------+Artikel 18 1
------------+Artikel 18 2
---------+Artikel 19 Klachtenbehandelingsmechanisme
------------+Artikel 19 1
------------+Artikel 19 2
------------+Artikel 19 3
---------+Artikel 20 Gemotiveerde bezwaren
------------+Artikel 20 1
------------+Artikel 20 2
---------+Artikel 21 Uitbesteding
------------+Artikel 21 1
------------+Artikel 21 2
---------+Artikel 22 Vrijstellingen van governancevereisten
------------+Artikel 22 1
------------+Artikel 22 2
------+HOOFDSTUK 2 Transparantievereisten
---------+Artikel 23 Openbaarmaking van de methoden, modellen en belangrijke aan ratings ten grondslag liggende aannames die bij ESG-ratingactiviteiten worden gebruikt
------------+Artikel 23 1
------------+Artikel 23 2
------------+Artikel 23 3
------------+Artikel 23 4
------------+Artikel 23 5
---------+Artikel 24 Informatieverschaffing aan gebruikers van ESG-ratings, beoordeelde elementen en uitgevende instellingen van beoordeelde elementen
------------+Artikel 24 1
------------+Artikel 24 2
------------+Artikel 24 3
------------+Artikel 24 4
------+HOOFDSTUK 3 Onafhankelijkheid en belangenconflicten
---------+Artikel 25 Onafhankelijkheid en vermijding van belangenconflicten
------------+Artikel 25 1
------------+Artikel 25 2
------------+Artikel 25 3
------------+Artikel 25 4
------------+Artikel 25 5
------------+Artikel 25 6
------------+Artikel 25 7
---------+Artikel 26 Beheer van potentiële belangenconflicten van werknemers
------------+Artikel 26 1
------------+Artikel 26 2
---------+Artikel 27 Eerlijke, redelijke, transparante en niet-discriminerende behandeling van gebruikers van ESG-ratings
------------+Artikel 27 1
------------+Artikel 27 2
------+HOOFDSTUK 4 Toezicht door de ESMA
---------+Afdeling 1 Algemene beginselen
------------+Artikel 28 Geen bemoeienis met de inhoud van ESG-ratings of methoden
------------+Artikel 29 De ESMA
---------------+Artikel 29 1
---------------+Artikel 29 2
---------------+Artikel 29 3
---------------+Artikel 29 4
---------------+Artikel 29 5
---------------+Artikel 29 6
------------+Artikel 30 Bevoegde autoriteiten
---------------+Artikel 30 1
---------------+Artikel 30 2
------------+Artikel 31 Uitoefening van de in de artikelen 32, 33 en 34 bedoelde bevoegdheden
------------+Artikel 32 Verzoeken om informatie
---------------+Artikel 32 1
---------------+Artikel 32 2
---------------+Artikel 32 3
---------------+Artikel 32 4
---------------+Artikel 32 5
------------+Artikel 33 Algemene onderzoeken
---------------+Artikel 33 1
---------------+Artikel 33 2
---------------+Artikel 33 3
---------------+Artikel 33 4
---------------+Artikel 33 5
---------------+Artikel 33 6
------------+Artikel 34 Inspecties ter plaatse
---------------+Artikel 34 1
---------------+Artikel 34 2
---------------+Artikel 34 3
---------------+Artikel 34 4
---------------+Artikel 34 5
---------------+Artikel 34 6
---------------+Artikel 34 7
---------------+Artikel 34 8
---------------+Artikel 34 9
---------+Afdeling 2 Toezichtmaatregelen en sancties
------------+Artikel 35 Toezichtmaatregelen van de ESMA
---------------+Artikel 35 1
---------------+Artikel 35 2
---------------+Artikel 35 3
---------------+Artikel 35 4
---------------+Artikel 35 5
---------------+Artikel 35 6
---------------+Artikel 35 7
------------+Artikel 36 Geldboeten
---------------+Artikel 36 1
---------------+Artikel 36 2
---------------+Artikel 36 3
---------------+Artikel 36 4
---------------+Artikel 36 5
------------+Artikel 37 Dwangsommen
---------------+Artikel 37 1
---------------+Artikel 37 2
---------------+Artikel 37 3
---------------+Artikel 37 4
------------+Artikel 38 Openbaarmaking, aard, handhaving en toewijzing van geldboeten en dwangsommen
---------------+Artikel 38 1
---------------+Artikel 38 2
---------------+Artikel 38 3
---------------+Artikel 38 4
---------+Afdeling 3 Procedures en beroep
------------+Artikel 39 Procedureregels voor het nemen van toezichtmaatregelen en het opleggen van geldboeten
---------------+Artikel 39 1
---------------+Artikel 39 2
---------------+Artikel 39 3
---------------+Artikel 39 4
---------------+Artikel 39 5
---------------+Artikel 39 6
---------------+Artikel 39 7
---------------+Artikel 39 8
---------------+Artikel 39 9
---------------+Artikel 39 10
------------+Artikel 40 Horen van aan een onderzoek onderworpen personen
---------------+Artikel 40 1
---------------+Artikel 40 2
------------+Artikel 41 Toetsing door het Hof van Justitie van de Europese Unie
---------+Afdeling 4 Vergoedingen en delegatie
------------+Artikel 42 Toezichtvergoedingen
---------------+Artikel 42 1
---------------+Artikel 42 2
------+HOOFDSTUK 5 Samenwerking tussen de ESMA en de bevoegde autoriteiten
---------+Artikel 43 Delegatie van taken door de ESMA aan de bevoegde autoriteiten
------------+Artikel 43 1
------------+Artikel 43 2
------------+Artikel 43 3
------------+Artikel 43 4
------------+Artikel 43 5
---------+Artikel 44 Uitwisseling van informatie
---------+Artikel 45 Kennisgevingen en opschortingsverzoeken door de bevoegde autoriteiten
------------+Artikel 45 1
------------+Artikel 45 2
------------+Artikel 45 3
------------+Artikel 45 4
---------+Artikel 46 Beroepsgeheim
------------+Artikel 46 1
------------+Artikel 46 2
---+TITEL IV GEDELEGEERDE EN UITVOERINGSHANDELINGEN
------+Artikel 47 Uitoefening en intrekking van de delegatie en bezwaar tegen gedelegeerde handelingen
---------+Artikel 47 1
---------+Artikel 47 2
---------+Artikel 47 3
---------+Artikel 47 4
---------+Artikel 47 5
---------+Artikel 47 6
---------+Artikel 47 7
---------+Artikel 47 8
------+Artikel 48 Comitéprocedure
---------+Artikel 48 1
---------+Artikel 48 2
------+Artikel 49 Wijzigingen van Verordening (EU) 2019/2088
------+Artikel 50 Wijziging van Verordening (EU) 2023/2859
---+TITEL V OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
------+Artikel 51 Overgangsbepalingen
---------+Artikel 51 1
---------+Artikel 51 2
---------+Artikel 51 3
------+Artikel 52 Evaluatie
---------+Artikel 52 1
---------+Artikel 52 2
---------+Artikel 52 3
------+Artikel 53 Inwerkingtreding en toepassing
---+BIJLAGE I IN DE VERGUNNINGSAANVRAAG TE VERSTREKKEN INFORMATIE
---+BIJLAGE II ORGANISATORISCHE VEREISTEN
------+1. Informatie over het bewaren van gegevens
------+2. Uitbesteding
---+BIJLAGE III OPENBAARMAKINGSVEREISTEN
------+1. Minimale informatieverstrekking aan het publiek
------+2. Aanvullende informatieverschaffing aan gebruikers van ESG-ratings en beoordeelde elementen die …
English - European Union - Financial Industry - Sustainability -

VERORDENING (EU) 2024/3005 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 27 november 2024 betreffende de transparantie en integriteit van op ecologische, sociale en governancefactoren (ESG) gebaseerde ratingactiviteiten, en tot wijziging van Verordeningen (EU) 2019/2088 en (EU) 2023/2859 (Voor de EER relevante tekst)

VERORDENING (EU) 2024/3005 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 27 november 2024

betreffende de transparantie en integriteit van op ecologische, sociale en governancefactoren (ESG) gebaseerde ratingactiviteiten, en tot wijziging van Verordeningen (EU) 2019/2088 en (EU) 2023/2859

(Voor de EER relevante tekst)

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving
Preamble: 1

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 25 september 2015 heeft de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties een nieuw mondiaal kader voor duurzame ontwikkeling vastgesteld, de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling (de “Agenda 2030”), waarvan de duurzameontwikkelingsdoelen de kern vormen. In de mededeling van de Commissie van 22 november 2016 getiteld “Volgende stappen voor een duurzame Europese toekomst — Europese duurzaamheidsmaatregelen” worden de duurzameontwikkelingsdoelen gekoppeld aan het beleidskader van de Unie, zodat die doelstellingen van meet af aan worden meegenomen bij alle acties en beleidsinitiatieven van de Unie, zowel binnen de Unie als mondiaal. In zijn conclusies van 22 en 23 juni 2017 heeft de Europese Raad bevestigd dat de Unie en de lidstaten vastbesloten zijn de Agenda 2030 uit te voeren op volledige, samenhangende, alomvattende, geïntegreerde en doeltreffende wijze en in nauwe samenwerking met partners en andere stakeholders. Daarnaast hebben de door de VN gesteunde beginselen voor verantwoord beleggen op het moment van de vaststelling van deze verordening meer dan 5 300 ondertekenaars, die samen meer dan 120 biljoen EUR aan beheerde activa vertegenwoordigen. De Commissie heeft op 11 december 2019 haar mededeling getiteld “De Europese Green Deal” (de “Europese Green Deal”) gepubliceerd. Op 30 juni 2021 is de Europese klimaatwet vastgesteld als Verordening (EU) 2021/1119 van het Europees Parlement en de Raad (3), waarin de doelstelling van de Europese Green Deal om de economie en de samenleving van de Unie tegen 2050 klimaatneutraal te maken, in het recht van de Unie is verankerd.

(2)

De transitie naar een duurzame economie is essentieel om het concurrentievermogen en de duurzaamheid van de economie van de Unie en de levenskwaliteit van de burgers in de Unie op lange termijn te waarborgen en om de opwarming van de aarde ruim onder de drempel van 1,5 oC te houden. Duurzaamheid staat al lang centraal in het beleid van de Unie, en zowel het Verdrag betreffende de Europese Unie als het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) erkennen de sociale en ecologische dimensies ervan.

(3)

Om de duurzameontwikkelingsdoelen in de Unie te verwezenlijken, moeten kapitaalstromen worden gekanaliseerd naar duurzame beleggingen. Het is noodzakelijk het potentieel van de interne markt ten volle te benutten om die doeltellingen te verwezenlijken. In dat verband is het van cruciaal belang om belemmeringen voor een efficiënte kapitaalstroom in de richting van duurzame beleggingen in de interne markt weg te nemen, om te voorkomen dat dergelijke belemmeringen ontstaan en om regels en normen vast te stellen om enerzijds duurzame financiering te stimuleren en anderzijds investeringen die een negatief effect kunnen hebben op de verwezenlijking van de duurzameontwikkelingsdoelen te ontmoedigen.

(4)

De aanpak van de Unie van duurzame en inclusieve groei is verankerd in de twintig beginselen van de Europese pijler van sociale rechten, zoals vastgelegd in de mededeling van de Commissie van 26 april 2017 getiteld “Establishing a European Pillar of Social Rights”, die tot doel hebben te zorgen voor een eerlijke transitie naar dergelijke groei en voor beleid dat niemand achterlaat. Voorts voorziet het sociale acquis van de Unie, met inbegrip van de strategieën voor een Unie van gelijkheid, in normen op het gebied van arbeidsrecht, gelijkheid, toegankelijkheid, gezondheid en veiligheid op het werk, en antidiscriminatie.

(5)

Financiële markten spelen een cruciale rol bij het kanaliseren van kapitaal naar de investeringen die nodig zijn om de klimaat- en milieudoelstellingen van de Unie te verwezenlijken. In haar mededeling van 8 maart 2018 publiceerde de Commissie haar actieplan “Duurzame groei financieren”, waarmee zij haar strategie voor duurzame financiering heeft gelanceerd. De doelstellingen van dat actieplan zijn het integreren van duurzaamheidsfactoren in het risicobeheer en het heroriënteren van kapitaalstromen naar duurzame beleggingen met het oog op duurzame en inclusieve groei.

(6)

Als onderdeel van het actieplan “Duurzame groei financieren” heeft de Commissie in 2021 opdracht gegeven tot een studie getiteld “Study on sustainability-related ratings, data and research” om de ontwikkelingen op de markt voor duurzaamheidsgerelateerde producten en diensten in kaart te brengen, de belangrijkste marktdeelnemers te identificeren en mogelijke tekortkomingen aan het licht te brengen. Die studie resulteerde in een inventarisatie en classificatie van marktdeelnemers en duurzaamheidsgerelateerde producten en diensten die op de markt beschikbaar zijn en in een analyse van het gebruik en de waargenomen kwaliteit van duurzaamheidsgerelateerde producten en diensten door marktdeelnemers. In de studie werd gewezen op het bestaan van belangenconflicten en het gebrek aan transparantie en nauwkeurigheid van ecologische, sociale en governance-ratingmethoden (ESG) en op het gebrek aan duidelijkheid over de terminologie en de activiteiten van ESG-ratingaanbieders.

(7)

In het kader van de Europese Green Deal heeft de Commissie een geactualiseerde strategie voor duurzame financiering voorgesteld, die is vastgesteld in haar mededeling van 6 juli 2021 getiteld “Strategie voor de financiering van de transitie naar een duurzame economie”.

(8)

Als follow-up heeft de Commissie in die strategie een openbare raadpleging over ESG-ratings aangekondigd als input voor een effectbeoordeling. Tijdens de openbare raadpleging die in 2022 plaatsvond, bevestigden belanghebbenden hun bezorgdheid over het gebrek aan transparantie met betrekking tot de doelstellingen van ESG-ratings en de methoden voor het bepalen van die ratings, alsook over het gebrek aan duidelijkheid over ESG-ratingactiviteiten. Aangezien vertrouwen centraal staat bij de werking van financiële markten, moet dit gebrek aan transparantie en betrouwbaarheid van ESG-ratings dringend aan de orde worden gesteld.

(9)

Op internationaal niveau heeft de Internationale organisatie van effectentoezichthouders (“Iosco”) in november 2021 een verslag uitgebracht met een reeks aanbevelingen over aanbieders van ESG-ratings en dataproducten. De Commissie en de bij Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad (4) opgerichte Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten) (European Securities and Markets Authority — ESMA) moeten de toepassing van die Iosco-aanbevelingen in overweging nemen bij de beoordeling van de naleving door een rechtsgebied van een derde land of ESG-ratingaanbieder van de vereisten van deze verordening met het oog op gelijkwaardigheid, bekrachtiging of erkenning.

(10)

ESG-ratings spelen een belangrijke rol op de mondiale kapitaalmarkten, aangezien beleggers, kredietnemers en uitgevende instellingen ESG-ratings steeds vaker gebruiken als deel van het proces om met kennis van zaken duurzame beleggings- en financieringsbeslissingen te nemen. Onder meer kredietinstellingen, beleggingsondernemingen, verzekeringsondernemingen en herverzekeringsondernemingen gebruiken ESG-ratings vaak als referentie voor de duurzaamheidsprestaties of de duurzaamheidsrisico’s en -kansen in hun beleggingsactiviteiten. Bijgevolg hebben ESG-ratings een aanzienlijk effect op de werking van markten en op het vertrouwen van beleggers en consumenten. Om ervoor te zorgen dat de ESG-ratings die in de Unie worden gebruikt onafhankelijk, vergelijkbaar indien dat mogelijk is, neutraal, systematisch en van toereikende kwaliteit zijn, is het belangrijk dat ESG-ratingactiviteiten worden uitgevoerd in overeenstemming met de beginselen van integriteit, transparantie, verantwoordelijkheid en goed bestuur, en bijdragen aan de agenda voor duurzame financiering van de Unie. Een betere vergelijkbaarheid en een grotere betrouwbaarheid van ESG-ratings zouden de efficiëntie van die snelgroeiende markt ten goede komen en zo de verwezenlijking van de doelstellingen van de Europese Green Deal vergemakkelijken.

(11)

ESG-ratings faciliteren met name de goede werking van de EU-markt voor duurzame financiering door beleggers en financiële instellingen belangrijke informatie te bieden voor hun beleggingsstrategieën, risicobeheer en informatieverplichtingen. Daarom moet ervoor worden gezorgd dat ESG-ratings gebruikers van ESG-ratings materiële informatie verschaffen die nuttig is bij het nemen van beslissingen, en dat gebruikers van ESG-ratings een beter inzicht krijgen in de doelstellingen die met ESG-ratings worden nagestreefd en beter begrijpen welke specifieke kwesties en parameters die ratings meten.

(12)

Het is noodzakelijk om de verschillende bedrijfsmodellen van de ESG-ratingmarkt te erkennen. Een eerste bedrijfsmodel is het door gebruikers van ESG-ratings betaalde model, waarbij de gebruikers voornamelijk beleggers zijn die ESG-ratings kopen teneinde beleggingsbeslissingen te nemen. Een tweede bedrijfsmodel is het door uitgevende instellingen betaalde model, waarbij ondernemingen ESG-ratings kopen teneinde risico’s en kansen in het kader van hun activiteiten te beoordelen. Om te zorgen voor grotere betrouwbaarheid van de in de Unie verstrekte ESG-ratings, moeten beoordeelde elementen, of in het geval van een financieel instrument of een financieel product, uitgevende instellingen van beoordeelde elementen de mogelijkheid hebben om de door een ESG-ratingaanbieder gebruikte gegevens te verifiëren en eventuele feitelijke fouten in de gebruikte dataset aan het licht te brengen die mogelijk van invloed kunnen zijn op de kwaliteit van toekomstige ratings. Daartoe moet een beoordeeld element of een uitgevende instelling van beoordeelde elementen op verzoek toegang kunnen krijgen tot de dataset die wordt gebruikt om de ESG-rating af te geven. De mogelijkheid om die dataset te verifiëren moet louter een instrument voor feitencontrole zijn en beoordeelde elementen of uitgevende uitstellingen van een beoordeeld element mogen in geen geval de ratingmethoden of ratingresultaten op enigerlei wijze kunnen beïnvloeden. Het vereiste voor een ESG-ratingaanbieder om het beoordeelde element of de uitgevende instelling van een beoordeeld element alvorens de ESG-rating af te geven daarvan in kennis te stellen, dient alleen van toepassing te zijn vóór de eerste afgifte van de rating en niet op latere actualiseringen. Dat vereiste dient als middel om het beoordeelde element of de uitgevende instelling van een beoordeeld element ervan in kennis te stellen dat zij een rating zullen krijgen van de ESG-ratingaanbieder.

(13)

De lidstaten reguleren de activiteiten van ESG-ratingaanbieders of de voorwaarden voor de afgifte van ESG-ratings niet en houden er geen toezicht op. Gezien de bestaande verschillen, het gebrek aan transparantie en het ontbreken van gemeenschappelijke regels, is het waarschijnlijk dat de lidstaten uiteenlopende maatregelen en benaderingen zouden vaststellen die de afstemming op de duurzameontwikkelingsdoelen en de Europese Green Deal belemmeren. Die uiteenlopende maatregelen en benaderingen zouden een rechtstreeks negatief effect hebben op en belemmeringen opwerpen voor de goede werking van de interne markt en zouden nadelig zijn voor de ESG-ratingmarkt. ESG-ratingaanbieders die ESG-ratings afgeven voor gebruik door financiële instellingen en ondernemingen in de Unie, zouden in de verschillende lidstaten aan verschillende regels onderworpen zijn. Uiteenlopende normen en marktpraktijken zouden het moeilijk maken om duidelijkheid te krijgen over de totstandkoming van ESG-ratings en om ESG-ratings te vergelijken, wat leidt tot ongelijke marktvoorwaarden voor gebruikers van ESG-ratings. Dat zou extra belemmeringen opwerpen op de interne markt en zou het risico meebrengen dat beleggingsbeslissingen worden verstoord.

(14)

Deze verordening vormt een aanvulling op bestaande rechtshandelingen van de Unie op het gebied van duurzame financiering en heeft tot doel de informatiestromen te vergemakkelijken om beleggingsbeslissingen te vergemakkelijken.

(15)

Om het territoriale toepassingsgebied adequaat te definiëren, moet deze verordening gebaseerd zijn op het begrip “actief zijn in de Unie”, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen, enerzijds, gevallen waarin ESG-ratingaanbieders binnen de Unie zijn gevestigd en, anderzijds, gevallen waarin ESG-ratingaanbieders buiten de Unie zijn gevestigd. In het eerste geval moeten in de Unie gevestigde ESG-ratingaanbieders worden geacht in de Unie actief te zijn wanneer zij hun ESG-ratings op hun website of via andere middelen afgeven en publiceren, of wanneer zij hun ESG-ratings per abonnement of via andere contractuele relaties afgeven aan en verspreiden onder gereglementeerde financiële ondernemingen in de Unie, onder ondernemingen die binnen het toepassingsgebied van Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad (5) vallen, onder ondernemingen die binnen het toepassingsgebied van Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad (6) vallen, met name met betrekking tot uitgevende instellingen uit derde landen waarvan de effecten op gereglementeerde markten van de Unie zijn toegelaten, of onder instellingen, organen en instanties van de Unie of overheidsinstanties van de lidstaten. In het tweede geval mogen buiten de Unie gevestigde ESG-ratingaanbieders alleen worden geacht in de Unie actief te zijn wanneer zij hun ESG-ratings per abonnement of via andere contractuele relaties afgeven aan en verspreiden onder dezelfde entiteiten als ESG-ratingaanbieders die in de Unie zijn gevestigd.

(16)

Deze verordening is bedoeld om de afgifte, verspreiding en, in voorkomend geval, publicatie van ESG-ratings te regelen, zonder dat het de bedoeling is het gebruik ervan te reguleren. Gezien het territoriale toepassingsgebied van deze verordening dat gekoppeld is aan het concept van “actief zijn in de Unie”, moeten gebruikers van ESG-ratings in contact treden met ESG-ratingaanbieders die overeenkomstig deze verordening over een vergunning beschikken of geregistreerd zijn. Niettemin moet een gebruiker van ESG-ratings in de Unie er in een beperkt aantal gevallen voor kunnen kiezen contact op te nemen met een buiten de Unie gevestigde ESG-ratingaanbieder die niet over een vergunning beschikt of erkend is op grond van deze verordening. In dergelijke gevallen moet strikt aan specifieke voorwaarden worden voldaan om elk risico van ontwijking van de voorschriften van deze verordening te voorkomen.

(17)

Om de reeks producten waarop deze verordening van toepassing is adequaat te definiëren, moet de definitie van ESG-rating beperkt worden tot beoordelingen of scores, of een combinatie daarvan, die zowel op een vastgestelde methode als op een welomschreven rangordesysteem zoals ratingcategorieën zijn gebaseerd. Zo moet bijvoorbeeld de toewijzing van een element aan een categorie of een schaal die positief of negatief is, op basis van een vastgestelde methode ten aanzien van ecologische factoren, sociale en mensenrechtenfactoren, of governancefactoren of ten aanzien van blootstelling aan risico’s, voor de toepassing van deze verordening worden beschouwd als een rangordesysteem.

(18)

Deze verordening mag niet van toepassing zijn op de publicatie of verspreiding van gegevens inzake ecologische, sociale en mensenrechten- en governancefactoren die niet leiden tot de ontwikkeling van een ESG-rating. Bovendien dient deze verordening niet van toepassing te zijn op producten of diensten die een element van een ESG-rating bevatten, met inbegrip van beleggingsonderzoek zoals vastgesteld in Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad (7). Externe toetsingen van Europese groene obligaties, zoals bepaald in Verordening (EU) 2023/2631 van het Europees Parlement en de Raad (8), en externe toetsingen en beoordelingen door een tweede partij over obligaties die als ecologisch duurzaam op de markt worden gebracht, duurzaamheidsgerelateerde obligaties, en obligaties, leningen en andere soorten schuldinstrumenten die als duurzaam op de markt worden gebracht, moeten ook buiten het toepassingsgebied van deze verordening vallen voor zover dergelijke externe toetsingen en beoordelingen door een tweede partij geen ESG-ratings bevatten die zijn afgegeven door de externe toetsingsinstantie of de verstrekker van beoordelingen door een tweede partij. Externe toetsingen omvatten toetsingen van informatieverschaffing vóór uitgifte, zoals factsheets voor Europese groene obligaties of kaders van obligaties die als duurzaam op de markt worden gebracht, alsook toetsingen na uitgifte, zoals toewijzingsverslagen voor Europese groene obligaties, impactverslagen voor Europese groene obligaties en verslagen over obligaties die als duurzaam op de markt worden gebracht. Bovendien moet deze verordening niet van toepassing zijn op ratings die uitsluitend zijn ontwikkeld voor accreditatie- of certificeringsprocessen, aangezien dergelijke ratings niet gericht zijn op investeringsanalyse, financiële analyse, investeringsbesluitvorming of financiële besluitvorming. Tot slot moet deze verordening niet van toepassing zijn op ESG-aanduidingsactiviteiten mits de aanduidingen die worden toegekend aan entiteiten, financiële instrumenten of producten die geen openbaarmaking van een ESG-rating inhouden.

(19)

Daarnaast moet deze verordening niet van toepassing zijn op ratings die door leden van het Europees Stelsel van centrale banken (ESCB) worden afgegeven wanneer dergelijke ratings niet voor commerciële doeleinden worden gepubliceerd of verspreid. Die beperking van het toepassingsgebied moet ervoor zorgen dat deze verordening geen onbedoelde gevolgen heeft voor maatregelen van het ESCB die erop gericht zijn klimaatoverwegingen of andere ecologische, sociale en governanceoverwegingen mee te nemen in het onderpandkader voor het monetaire beleid van het ESCB wanneer het ESCB het hoofddoel, namelijk het handhaven van prijsstabiliteit nastreeft en, onverminderd die doelstelling, het ondersteunen van het algemene economische beleid in de Unie.

(20)

Wanneer een onderneming of financiële instelling informatie openbaar maakt over haar eigen effecten, risico’s en kansen met betrekking tot duurzaamheid, of die van haar waardeketen, mag die informatie niet worden beschouwd als een ESG-rating in het kader van deze verordening.

(21)

Deze verordening mag niet van toepassing zijn op niet-openbare ESG-ratings die worden afgegeven naar aanleiding van een afzonderlijke opdracht en alleen worden afgegeven aan de opdrachtgever, en niet bedoeld zijn voor openbaarmaking noch voor verspreiding per abonnement of anderszins. Deze verordening mag evenmin van toepassing zijn op ESG-ratings die zijn afgegeven door gereglementeerde financiële ondernemingen in de Unie en uitsluitend voor interne doeleinden of voor het verlenen van financiële diensten of producten binnen de groep worden gebruikt.

(22)

Om de werking van de interne markt en het niveau van de bescherming van beleggers verder te verbeteren, is het belangrijk te zorgen voor voldoende en consistente transparantie over ESG-ratings die zijn afgegeven door gereglementeerde financiële ondernemingen in de Unie en die zijn opgenomen in hun financiële producten of diensten, wanneer dergelijke ratings openbaar worden gemaakt en derhalve zichtbaar zijn voor derden. Beleggers moeten adequate informatie ontvangen over de methoden die aan de ESG-ratings ten grondslag liggen en die in de publicitaire mededelingen openbaar moet worden gemaakt. Daarom moet deze verordening ook een aanvulling vormen op de informatieverschaffingsverplichtingen met betrekking tot publicitaire mededelingen die zijn vastgesteld bij Verordening (EU) 2019/2088 van het Europees Parlement en de Raad (9). Dezelfde informatie moet ook worden geëist van elke andere gereglementeerde financiële onderneming in de Unie die een door die gereglementeerde financiële onderneming afgegeven ESG-rating openbaar maakt aan een derde partij als onderdeel van haar publicitaire mededelingen, met uitzondering wanneer het onder Verordening (EU) 2019/2088 valt. Beleggers moeten via een link naar de openbaarmakingen op de desbetreffende website van de gereglementeerde financiële onderneming in de Unie dezelfde informatie ontvangen als die welke van een ESG-ratingaanbieder wordt vereist op grond van punt 1 van bijlage III bij deze verordening, rekening houdend met de inhoud van informatie die al door financiëlemarktdeelnemers en financieel adviseurs is bekendgemaakt op grond van Verordening (EU) 2019/2088. Andere gereglementeerde financiële ondernemingen in de Unie moeten dezelfde informatie openbaar maken, rekening houdend met de verschillende soorten financiële producten, de kenmerken ervan en de verschillen daartussen, alsook met de noodzaak om overlapping met informatie die al op grond van andere toepasselijke regelgevingsvereisten is gepubliceerd, te vermijden. In het algemeen moet overlapping van toepasselijke openbaarmakingsvereisten worden vermeden. Met hetzelfde doel moeten gereglementeerde financiële ondernemingen in de Unie die ESG-ratings afgeven en die ratings opnemen in de financiële producten of diensten die zij aan derden aanbieden, van het toepassingsgebied van deze verordening worden uitgesloten.

(23)

Non-profitorganisaties die ESG-ratings voor niet-commerciële doeleinden afgeven en die ratings gratis publiceren, mogen niet worden geacht binnen het toepassingsgebied van deze verordening te vallen. Zij moeten echter trachten de transparantievereisten van deze verordening, indien van toepassing, te integreren. Wanneer organisaties zonder winstoogmerk zbeoordeelde elementen en uitgevende instellingen van beoordeelde elementen kosten aanrekenen om gegevens te rapporteren of een rating te krijgen via hun platform, of wanneer zij gebruikers van ESG-ratings kosten in rekening brengen om toegang te krijgen tot informatie over ESG-ratings, moeten zij onder de vereisten van deze verordening vallen.

(24)

Natuurlijke personen, met inbegrip van academici en journalisten, die ESG-ratings voor niet-commerciële doeleinden publiceren en verspreiden, mogen niet binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallen.

(25)

Om het ESG-profiel van ondernemingen te beoordelen, en in het kader van hun besluitvormingsprocessen op het gebied van duurzame belegging en financiering, vertrouwen onder meer kredietinstellingen, beleggingsondernemingen, verzekeringsondernemingen en herverzekeringsondernemingen zowel op externe ESG-ratings als op externe ESG-dataproducten. Financiële instellingen moeten verantwoordelijkheid dragen in het geval van beschuldigingen van “greenwashing” met betrekking tot hun financiële producten, terwijl het enkel verspreiden van ESG-informatie over entiteiten of financiële producten op basis van een eigen of gevestigde methode, die onder meer datasets over emissies en gegevens over ESG-controverses omvat, moet echter niet onder deze verordening vallen. De Commissie moet deze verordening evalueren om na te gaan of het vastgestelde toepassingsgebied toereikend is om het vertrouwen van beleggers en consumenten in de duurzaamheidsprestaties van financiële producten en diensten te waarborgen. De Commissie moet overwegen, indien nodig, de reeks ESG-dataproducten en aanbieders van ESG-dataproducten die onder deze verordening vallen, uit te breiden.

(26)

Het is belangrijk regels vast te stellen die ervoor zorgen dat ESG-ratings die worden verstrekt door ESG-ratingaanbieders met een vergunning in de Unie van toereikende kwaliteit zijn, aan passende vereisten zijn onderworpen die het bestaan van verschillende bedrijfsmodellen erkennen, en de marktintegriteit te waarborgen. Die regels zouden van toepassing zijn op algemene ESG-ratings die gebaseerd zijn op ecologische, sociale en governancefactoren en op ratings die slechts één ecologische, sociale of governancefactor of subcomponent van een dergelijke factor beoordelen. Er worden afzonderlijke ecologische (E), sociale (S) en governance (G)-ratings verstrekt in plaats van één enkele ESG-rating waarin E-, S- en G-factoren zijn samengevoegd. Als ESG-ratingaanbieders besluiten om geaggregeerde ratings te verstrekken, moeten ze het percentage en het gewicht die aan elke E-, S- en G-categorie worden toegekend openbaar maken, en die informatie zodanig presenteren dat elke van die categorieën met de andere kan worden vergeleken.

(27)

Gezien het gebruik van ESG-ratings van buiten de Unie gevestigde aanbieders, en om de integriteit van de markt, de bescherming van beleggers en een goede handhaving van deze verordening te waarborgen, moeten vereisten worden ingevoerd op basis waarvan ESG-ratingaanbieders die buiten de Unie zijn gevestigd hun diensten in de Unie mogen aanbieden. Daarom worden voor ESG-ratingaanbieders die buiten de Unie zijn gevestigd drie mogelijke mechanismen voorgesteld: gelijkwaardigheid, bekrachtiging en erkenning. Als regel moeten het toezicht en de regulering in een derde land gelijkwaardig zijn aan het toezicht op en de regulering van ESG-ratings door de Unie. ESG-ratings die door een buiten de Unie gevestigde en als dusdanig in een derde land over een vergunning beschikkend of geregistreerd ESG-ratingaanbieder worden verstrekt, mogen daarom alleen in de Unie worden aangeboden indien de Commissie een positief besluit heeft genomen over de gelijkwaardigheid van het stelsel van het derde land. Ter voorkoming van negatieve effecten als gevolg van een mogelijke abrupte stopzetting van het aanbod in de Unie van ESG-ratings die door een ESG-ratingaanbieder die buiten de Unie is gevestigd worden afgegeven, is het echter ook noodzakelijk om te voorzien in bepaalde andere regelingen, namelijk voor bekrachtiging en erkenning. Elke ESG-ratingaanbieder met een groepsstructuur moet gebruik kunnen maken van de bekrachtigingsregeling voor ESG-ratings die buiten de Unie zijn ontwikkeld. Een voorwaarde hiervoor is dat hij daartoe binnen de groepsstructuur een vergunninghoudende ESG-ratingaanbieder in de Unie vestigt. Die vergunninghoudende ESG-ratingaanbieder moet ervoor zorgen dat de afgifte en verspreiding van bekrachtigde ESG-ratings voldoen aan vereisten die minstens even streng zijn als de vereisten van deze verordening. Daarnaast moet de in de Unie gevestigde ESG-ratingaanbieder over de nodige deskundigheid beschikken om de afgifte en verspreiding van ESG-ratings die door de buiten de Unie gevestigde ESG-ratingaanbieder worden afgegeven, effectief te monitoren en er moet een objectieve reden zijn waarom de bekrachtigde ratings worden afgegeven door een buiten de Unie gevestigde aanbieder. Het vereiste om de naleving van deze verordening aan te tonen, hoeft niet voor elke afzonderlijke bekrachtigde ESG-rating worden aangetoond, maar wel voor de algemene methoden en procedures die door de ESG-ratingaanbieder worden toegepast. Wat betreft ESG-ratingaanbieders die zijn ingedeeld als kleine ondernemingen of kleine groepen volgens de criteria van Richtlijn 2013/34/EU (“kleine ESG-ratingaanbieders”), moeten zij gebruik kunnen maken van de erkenningsregeling. Indien een ESG-ratingaanbieder die buiten de Unie is gevestigd in een derde land onder toezicht staat, moeten passende samenwerkingsregelingen worden getroffen om een efficiënte informatie-uitwisseling met de betrokken bevoegde autoriteit van het derde land te waarborgen.

(28)

Het begrip “vestiging” strekt zich uit tot elke reële en daadwerkelijke activiteit die wordt uitgeoefend door middel van stabiele regelingen. Om te bepalen of een buiten de Unie gevestigde entiteit een vestiging in een lidstaat heeft, is het van belang rekening te houden met de mate van stabiliteit van die regelingen, de daadwerkelijke uitoefening van activiteiten in de Unie en de specifieke aard van de economische activiteiten en verleende diensten.

(29)

De Unie is een van de belangrijkste markten voor ESG-ratings. Het is ook een van de eerste jurisdicties die de transparantie en integriteit van ESG-ratings reguleert. De Commissie moet met internationale partners blijven samenwerken om convergentie van de regels voor ESG-ratingaanbieders te bevorderen.

(30)

Om een hoog niveau van beleggers- en consumentenvertrouwen in de interne markt te waarborgen, moeten ESG-ratingaanbieders die ESG-ratings in de Unie verstrekken, verplicht zijn een vergunning te krijgen. Daarom moeten geharmoniseerde voorwaarden voor een dergelijke vergunning en de procedure voor het verlenen of afwijzen, en het opschorten of intrekken van een dergelijke vergunning worden vastgesteld. ESG-ratingaanbieders met een vergunning moeten de ESMA onverwijld in kennis stellen van alle materiële wijzigingen in de voorwaarden voor hun initiële vergunningverlening. Materiële wijzigingen omvatten het openen of sluiten van een bijkantoor in de Unie. Om ESG-ratingaanbieders meer duidelijkheid te verschaffen, moet de ESMA specificeren wat een materiële wijziging inhoudt door daartoe richtsnoeren uit te vaardigen.

(31)

Om te zorgen voor een hoog niveau van informatie voor beleggers en andere gebruikers van ESG-ratings, moet informatie over ESG-ratings en ESG-ratingaanbieders beschikbaar worden gesteld op het Europees centraal toegangspunt (European single access point — ESAP) dat is vastgesteld bij Verordening (EU) 2023/2859 van het Europees Parlement en de Raad (10).

(32)

Om de kwaliteit en betrouwbaarheid van ESG-ratings te waarborgen, moeten ESG-ratingaanbieders ratingmethoden gebruiken die rigoureus, systematisch, en onafhankelijk zijn en gemotiveerd kunnen worden en voortdurend en op transparante wijze van toepassing zijn. ESG-ratingaanbieders moeten worden aangemoedigd om beide aspecten van het beginsel van dubbele materialiteit aan te pakken. ESG-ratingaanbieders moeten hun ESG-ratingmethoden doorlopend en ten minste eenmaal per jaar evalueren, waarbij ze rekening houden met ontwikkelingen in de Unie en internationale ontwikkelingen die van invloed zijn op de factoren E, S of G. Het is echter belangrijk dat het aan de ESG-ratingaanbieders zelf wordt overgelaten hun eigen methoden te bepalen in overeenstemming met die beginselen.

(33)

ESG-ratingaanbieders moeten informatie openbaar maken over de methoden, modellen en belangrijke aan ratings ten grondslag liggende aannames die zij bij hun ESG-ratingactiviteiten en in elk van hun ESG-ratingproducten gebruiken. In het licht van het gebruik van ESG-ratings door beleggers moet in de ratingproducten duidelijk worden vermeld op welke dimensie het beginsel van de dubbele materialiteit de rating betrekking heeft, namelijk of het gaat om zowel het materieel financieel risico voor het beoordeelde element of de uitgevende instelling van het beoordeelde element als het materiële effect van het beoordeelde element of de uitgevende instelling van het beoordeelde element op het milieu en de samenleving in het algemeen, of dat slechts een van beide is betroffen. ESG-ratingaanbieders moeten ook duidelijk vermelden of de rating betrekking heeft op andere dimensies. Om dezelfde reden moeten ESG-ratingaanbieders meer gedetailleerde informatie over de methoden, modellen en belangrijke aan ratings ten grondslag liggende aannames verstrekken aan gebruikers van ESG-ratings. Die informatie moet gebruikers van ESG-ratings in staat stellen hun eigen “due-diligence”-onderzoek te verrichten bij de beoordeling of zij op deze ESG-ratings zullen vertrouwen. Bij de openbaarmaking van informatie over methoden, modellen en belangrijke aan ratings ten grondslag liggende aannames mag echter geen gevoelige bedrijfsinformatie worden vrijgegeven of innovatie worden belemmerd. De ESG-ratingaanbieders moeten ook vermelden of zij E-, S- of G-factoren in aanmerking hebben genomen of een samenvoeging daarvan, welke rating aan elke betrokken factor werd toegekend, en welk gewicht aan elk van de factoren in de samenvoeging werd toegekend. ESG-ratingaanbieders moeten ook de beperkingen van de voor hen beschikbare informatie bekendmaken en de beperkingen van de gebruikte methode, zoals wanneer zij slechts een van de twee dimensies van het beginsel van dubbele materialiteit beoordelen of wanneer de ESG-rating in absolute of relatieve waarde wordt uitgedrukt. Zij moeten tevens informatie openbaar maken over mogelijke contacten met belanghebbenden van het beoordeelde element of de uitgevende instelling van het beoordeelde element.

(34)

Om een toereikend kwaliteitsniveau van de ESG-ratings te waarborgen, is het aanbevolen dat in ESG-ratings voor elke factor rekening wordt gehouden met de doelstellingen van de Unie en de internationale normen. Als zodanig moeten ESG-ratingaanbieders informatie verstrekken over de vraag of bij de ESG-rating rekening wordt gehouden met onder meer de streefcijfers en doelstellingen van relevante internationale overeenkomsten, met inbegrip van de Klimaatovereenkomst van Parijs die is aangenomen in het kader van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (de “Overeenkomst van Parijs”) en goedgekeurd door de Unie op 5 oktober 2016 (11) voor de E-factor, de naleving van de kernverdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie betreffende het recht zich te organiseren en collectief te onderhandelen voor de S-factor, en de afstemming op internationale normen inzake belastingontduiking en -ontwijking voor de G-factor.

(35)

Verordening (EU) 2019/2088, Verordening (EU) 2020/852 van het Europees Parlement en de Raad (12) en Richtlijn (EU) 2022/2464 van het Europees Parlement en de Raad (13) vormen baanbrekende wetgevingsinitiatieven om de beschikbaarheid, kwaliteit en consistentie van ESG-vereisten in de hele waardeketen van financiëlemarktdeelnemers te verbeteren, wat bijdraagt aan de verbetering van de kwaliteit van ESG-ratings.

(36)

Deze verordening moet methoden of inhoud van ESG-ratings onverlet laten. De diversiteit in de methoden van de ESG-ratingaanbieders zorgt ervoor dat aan de uiteenlopende eisen van de gebruikers van ESG-ratings kan worden voldaan, en bevordert de concurrentie op de markt.

(37)

Hoewel het een ESG-ratingaanbieder toegestaan moet zijn afstemming op de taxonomie van Verordening (EU) 2020/852 te gebruiken als een relevante factor of kernprestatie-indicator in zijn ratingmethode, mogen ESG-ratings binnen het toepassingsgebied van deze verordening niet worden beschouwd als ESG-aanduidingen die wijzen op dan wel zekerheid verschaffen over naleving van of afstemming op Verordening (EU) 2020/852 of andere normen.

(38)

ESG-ratingaanbieders moeten ervoor zorgen dat zij ESG-ratings verstrekken die onafhankelijk, neutraal, systematisch en van toereikende kwaliteit zijn. Het is belangrijk organisatorische vereisten in te voeren om potentiële belangenconflicten te voorkomen en te ondervangen. Om hun onafhankelijkheid te waarborgen, moeten ESG-ratingaanbieders situaties waarin sprake is van belangenconflicten vermijden en dergelijke conflicten adequaat beheren indien zij niet te vermijden zijn. ESG-ratingaanbieders moeten belangenconflicten tijdig openbaar maken. Ook moeten zij gegevens bijhouden over alle significante bedreigingen voor hun onafhankelijkheid en die van hun werknemers en andere personen die bij het ratingproces betrokken zijn, en over de genomen voorzorgsmaatregelen om die bedreigingen te ondervangen. Om mogelijke belangenconflicten te voorkomen, mag het ESG-ratingaanbieders bovendien niet worden toegestaan vanuit dezelfde entiteit een aantal andere activiteiten aan te bieden, waaronder adviesdiensten, diensten op het gebied van creditratings, benchmarks of beleggingen, auditdiensten, activiteiten van kredietinstellingen of verzekerings- en herverzekeringsdiensten. Tot slot moeten ESG-ratingaanbieders passende interne beleidslijnen en procedures vaststellen met betrekking tot werknemers en andere personen die bij het ratingproces betrokken zijn, teneinde belangenconflicten te voorkomen, op te sporen, te elimineren, te beheren en openbaar te maken en de kwaliteit, integriteit en degelijkheid van het ESG-rating- en toetsingsproces te allen tijde te waarborgen. Deze beleidslijnen en procedures moeten in het bijzonder internecontrolemechanismen en een toezichtfunctie omvatten.

(39)

Om het risico op belangenconflicten aan te pakken, moeten bepaalde activiteiten door afzonderlijke juridische entiteiten worden aangeboden. Sommige van deze activiteiten kunnen echter vanuit dezelfde juridische entiteit worden aangeboden indien de betrokken ESG-ratingaanbieder over voldoende maatregelen en procedures beschikt om ervoor te zorgen dat elke activiteit autonoom wordt uitgeoefend en om te voorkomen dat er potentiële belangenconflicten ontstaan bij de besluitvorming in het kader van zijn ESG-ratingactiviteiten. Een dergelijke afwijking mag niet mogelijk zijn voor creditratingactiviteiten en voor audit- en consultancyactiviteiten. Consultancyactiviteiten omvatten het ontwikkelen van duurzaamheidsstrategieën en strategieën om duurzaamheidsrisico’s of -effecten te beheren. Wat de aanbiedingsactiviteit van benchmarks betreft, moet de ESMA beoordelen of de door de ESG-ratingaanbieder voorgestelde maatregelen passend of toereikend zijn met betrekking tot de potentiële risico’s van belangenconflicten. Een dergelijke beoordeling moet rekening houden met de vraag of de benchmarkbeheerder benchmarks aanbiedt die duurzaamheidsdoelstellingen nastreven en met name EU-klimaattransitiebenchmarks en op de Overeenkomst van Parijs afgestemde EU-benchmarks overeenkomstig Verordening (EU) 2016/1011 van het Europees Parlement en de Raad (14).

(40)

ESG-ratingaanbieders moeten ervoor zorgen dat hun personeelsleden en andere personen die bij het ratingproces zijn betrokken, niet deelnemen aan of anderszins invloed uitoefenen op de bepaling van een ESG-rating van een beoordeeld element indien er aanwijzingen zijn van zelftoetsing, eigenbelang, belangenbehartiging of vertrouwdheid als gevolg van financiële, persoonlijke, zakelijke, arbeids- of andere relaties tussen die personen en het beoordeelde element of de uitgevende instelling van het beoordeeld element, op grond waarvan een objectieve, redelijke en geïnformeerde derde, rekening houdend met de getroffen veiligheidsmaatregelen, zou concluderen dat de onafhankelijkheid van die personen in het gedrang komt. Indien gedurende de periode waarin werknemers van ESG-ratingaanbieders of andere bij het ratingproces betrokken personen deel uitmaken van de beoordelingsactiviteiten, een beoordeeld element of de uitgevende instelling van het beoordeelde element fuseert met een andere entiteit of deze overneemt, moeten die personen actuele of recente belangen of relaties identificeren en evalueren die, rekening houdend met de beschikbare veiligheidsmaatregelen, de onafhankelijkheid van die personen en hun vermogen om na de ingangsdatum van de fusie of overname betrokken te blijven bij de beoordelingsactiviteiten in het gedrang kunnen brengen.

(41)

Om meer duidelijkheid te scheppen en het vertrouwen in de activiteiten van ESG-ratingaanbieders te vergroten, moeten vereisten worden vastgesteld voor het doorlopend toezicht op ESG-ratingaanbieders in de Unie. In het licht van de belangrijke overeenkomsten tussen de activiteiten van ratingbureaus en die van ESG-ratingaanbieders, de daarmee verband houdende nauwe afstemming van de centrale aspecten van het regelgevingskader voor ESG-ratingaanbieders op het regelgevingskader voor ratingbureaus krachtens Verordening (EG) nr. 1060/2009 van het Europees Parlement en de Raad (15), en om te zorgen voor een geharmoniseerde toepassing van deze verordening en een uniform toezicht, wordt het, gezien het op grond van Verordening (EG) nr. 1060/2009 genomen besluit om het toezicht aan de ESMA toe te vertrouwen, begrijpelijk geacht om het toezicht op ESG-ratingaanbieders aan de ESMA toe te vertrouwen. Het feit dat bij deze verordening het toezicht aan de ESMA wordt toevertrouwd, vormt geen precedent en mag niet worden geïnterpreteerd als het vaststellen van een praktijk of beleid inzake de toewijzing van toezichtverantwoordelijkheden in de financiëledienstensector.

(42)

Naast het gebruik ervan in de financiëledienstensector, worden ESG-ratings ook gebruikt in het kader van de inkoop- en toeleveringsketen. Bijgevolg moet de ESMA rekening houden met het onderscheid tussen ESG-ratingaanbieders in financiëledienstensectoren en die in niet-financiëledienstensectoren wanneer zij toezicht houdt op ESG-ratingaanbieders.

(43)

De ESMA moet alle informatie kunnen opvragen die nodig is om haar toezichthoudende taken doeltreffend uit te voeren. Zij moet daarom dergelijke informatie kunnen opvragen bij ESG-ratingaanbieders, personen die bij ESG-ratingactiviteiten betrokken zijn, beoordeelde elementen en uitgevende uitstellingen van beoordeelde elementen, derden waaraan ESG-ratingaanbieders operationele functies of activiteiten hebben uitbesteed, personen die anderszins nauw en wezenlijk verbonden zijn met ESG-ratingaanbieders of ESG-ratingactiviteiten, en juridische vertegenwoordigers die in het kader van de erkenningsregeling zijn aangewezen.

(44)

De ESMA moet haar toezichthoudende taken kunnen uitvoeren en met name ESG-ratingaanbieders kunnen dwingen een einde te maken aan een inbreuk, volledige en juiste informatie te verstrekken of zich aan een onderzoek of een inspectie ter plaatse te onderwerpen. Om ervoor te zorgen dat de ESMA die toezichthoudende taken kan uitvoeren, moet zij boeten of dwangsommen kunnen opleggen.

(45)

Gezien haar rol van Unieautoriteit om ESG-ratingaanbieders een vergunning te verlenen en er toezicht op uit te oefenen, moet de ESMA ontwerpen van technische reguleringsnormen opstellen en aan de Commissie voorleggen. De ESMA moet nader specificeren welke informatie nodig is voor de verlening van vergunningen aan ESG-ratingaanbieders. Aan de Commissie moet de bevoegdheid worden overgedragen om die technische uitvoeringsnormen door middel van gedelegeerde handelingen op grond van artikel 290 van het VWEU en overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 vast te stellen.

(46)

Bij het verlenen van vergunningen aan en het toezicht op van ESG-ratingaanbieders moet de ESMA toezichtvergoedingen kunnen aanrekenen aan onder toezicht staande entiteiten. Dergelijke vergoedingen moeten evenredig en passend zijn voor de omvang van de ESG-ratingaanbieders en de omvang van hun toezicht.

(47)

Teneinde verdere technische elementen van deze verordening te specificeren, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het VWEU handelingen vast te stellen ten aanzien van de specificaties van de procedure voor het opleggen van geldboeten of dwangsommen, met inbegrip van bepalingen inzake de rechten van verdediging, bepalingen inzake termijnen, bepalingen inzake de inning van geldboeten of dwangsommen, en nadere regels inzake verjaringstermijnen voor het opleggen en handhaven van geldboeten of dwangsommen, evenals ten aanzien van het soort vergoedingen, de zaken waarvoor vergoedingen verschuldigd zijn, het bedrag van de vergoedingen en de wijze waarop die vergoedingen moeten worden betaald. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven (16). Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen, moeten het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten ontvangen, en moeten hun deskundigen systematisch toegang hebben tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

(48)

Er moet een aantal maatregelen voorhanden zijn ter ondersteuning van kleine ESG-ratingaanbieders om hen in staat te stellen hun activiteiten voort te zetten of de markt te betreden na de toepassingsdatum van deze verordening. Tegen deze achtergrond moet een tijdelijke regeling worden ingevoerd om de markttoegang van kleine ESG-ratingaanbieders te vergemakkelijken en de ontwikkeling te ondersteunen van bestaande kleine ESG-ratingaanbieders die al vóór de inwerkingtreding van deze verordening in de Unie actief zijn. In het kader van die tijdelijke regeling moeten kleine ESG-ratingaanbieders zich registreren bij de ESMA, zonder dat een vergunning voor het actief zijn in de Unie nodig is, en mogen zij alleen onderworpen zijn aan de bepalingen van deze verordening inzake organisatorische en transparantievereisten. De ESMA moet de bevoegdheid krijgen om informatie op te vragen, algemene onderzoeken en inspecties ter plaatse uit te voeren en administratieve maatregelen vast te stellen. De ESMA moet ervoor zorgen dat het risico op ontwijking van deze verordening wordt vermeden, met name door te voorkomen dat kleine ondernemingen binnen middelgrote of grote groepen overeenkomstig de criteria van Richtlijn 2013/34/EU profiteren van de tijdelijke regeling. Zodra deze tijdelijke regeling afloopt, moete kleine ESG-ratingaanbieders een vergunning voor het actief zijn in de Unie aanvragen en gebruikmaken van evenredige governancevereisten en toezichtvergoedingen die in verhouding staan tot de jaarlijkse netto-omzet van de betrokken ESG-ratingaanbieder.

(49)

Wanneer een element, uitgevende instelling van een element of een belegger een ESG-rating aanvraagt bij ten minste twee ESG-ratingaanbieders, kan zij overwegen om ten minste één ESG-ratingaanbieder met een marktaandeel voor ESG-ratingdiensten van niet meer dan 10 % in de Unie te benoemen.

(50)

Daar de doelstelling van deze verordening, namelijk het vaststellen van een consistente en doeltreffende regeling om de tekortkomingen en kwetsbaarheden van ESG-ratings aan te pakken, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar vanwege de schaal en de effecten beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om die doelstelling te verwezenlijken.

(51)

Deze verordening is van toepassing onverminderd de toepassing van de artikelen 101 en 102 VWEU.

(52)

De Europese Centrale Bank heeft haar initiatiefadvies op 4 oktober 2023 uitgebracht,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Straatsburg, 27 november 2024.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

R. METSOLA

Voor de Raad

De voorzitter

BÓKA J.

TITEL I ONDERWERP, TOEPASSINGSGEBIED EN DEFINITIES TITEL I ONDERWERP, TOEPASSINGSGEBIED EN DEFINITIES
TITEL II AFGIFTE VAN ESG-RATINGS IN DE UNIE TITEL II AFGIFTE VAN ESG-RATINGS IN DE UNIE
TITEL III INTEGRITEIT EN BETROUWBAARHEID VAN ESG-RATINGACTIVITEITEN TITEL III INTEGRITEIT EN BETROUWBAARHEID VAN ESG-RATINGACTIVITEITEN
TITEL IV GEDELEGEERDE EN UITVOERINGSHANDELINGEN TITEL IV GEDELEGEERDE EN UITVOERINGSHANDELINGEN
TITEL V OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN TITEL V OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
BIJLAGE I IN DE VERGUNNINGSAANVRAAG TE VERSTREKKEN INFORMATIE

BIJLAGE I

IN DE VERGUNNINGSAANVRAAG TE VERSTREKKEN INFORMATIE

Een vergunningsaanvraag bevat alle volgende gegevens:

a)

de volledige naam van de aanvrager, het adres van zijn statutaire zetel in de Unie, de website van de aanvrager en, indien beschikbaar, de identificatiecode voor juridische entiteiten van de aanvrager;

b)

de naam en contactgegevens van een contactpersoon bij de aanvrager;

c)

de juridische status van de aanvrager;

d)

de eigendomsstructuur van de aanvrager;

e)

de identiteit van de entiteiten binnen de eigendomsstructuur van de aanvrager die ESG-ratings zullen verstrekken of een van de in artikel 16, lid 1, genoemde activiteiten;

f)

de identiteit van de leden van het hoger management van de aanvrager en hun kwalificatie-, ervarings- en opleidingsniveau;

g)

het aantal ratinganalisten, werknemers en andere personen die voor de aanvrager werken en rechtstreeks betrokken zijn bij de ESG-ratingactiviteiten, het niveau van hun ervaring en opleiding;

h)

de verwachte marktdekking van ESG-ratings;

i)

een beschrijving van de door de aanvrager toegepaste procedures en methoden voor het afgeven en beoordelen van ESG-ratings, of de aanvrager verwacht gebruik te maken van informatie die uit hoofde van Verordening (EU) 2019/2088 en Richtlijn 2013/34/EU openbaar is gemaakt, en of de aanvrager verwacht methoden te zullen gebruiken die gebaseerd zijn op wetenschappelijk bewijs en die rekening houden met de streefdoelen en doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs of andere relevante internationale overeenkomsten;

j)

de beleidslijnen of procedures die de aanvrager toepast om belangenconflicten zoals bedoeld in artikel 15 van deze verordening op te sporen, te beheren en openbaar te maken;

k)

indien van toepassing, documenten en informatie met betrekking tot bestaande of geplande uitbestedingsovereenkomsten voor activiteiten die onder deze verordening vallen;

l)

indien van toepassing, informatie over andere activiteiten, met inbegrip van de verwachte goedkeuring, die de aanvrager uitvoert of voornemens is uit te voeren;

m)

indien van toepassing, informatie over de door de aanvrager uitgevoerde specifieke maatregelen als bedoeld in artikel 16, leden 2 en 3, van deze verordening;

n)

indien van toepassing, informatie over eerdere ESG-ratingactiviteiten.

BIJLAGE II ORGANISATORISCHE VEREISTEN

BIJLAGE II

ORGANISATORISCHE VEREISTEN

BIJLAGE III OPENBAARMAKINGSVEREISTEN

BIJLAGE III

OPENBAARMAKINGSVEREISTEN

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis