Artikel 29 1.
Teneinde ten aanzien van een agent of een bijkantoor van een betalingsinstelling die/dat zich op het grondgebied van een andere lidstaat bevindt, de controles te kunnen verrichten en de nodige stappen te kunnen nemen als bepaald in deze titel en in nationaalrechtelijke bepalingen ter omzetting van de titels III en IV, in overeenstemming met artikel 100, lid 4, werken de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst samen met de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van ontvangst. In het kader van de samenwerking overeenkomstig de eerste alinea, delen de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van ontvangst mee wanneer zij voornemens zijn op het grondgebied van deze laatste een inspectie ter plaatse te verrichten. De bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst kunnen het uitvoeren van inspecties ter plaatse bij de betrokken instelling evenwel delegeren aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van ontvangst.
1. Overzicht
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|