+Artikel 36 1.

Artikel 36 1.

De instellingen trekken het volgende van tier 1-kernkapitaalbestanddelen af:

a) 

het verlies van het lopende boekjaar;

▼M8

b) 

de immateriële activa, met uitzondering van de prudent gewaardeerde softwareactiva waarvan de waarde geen negatieve gevolgen ondervindt van een afwikkeling, insolventie of liquidatie van de instelling;

▼B

c) 

de uitgestelde belastingvorderingen die op toekomstige winstgevendheid berusten;

▼M17

d) 

voor instellingen die risicogewogen posten met behulp van de interneratingbenadering (IRB-benadering) berekenen, wordt het IRB-tekort, in voorkomend geval, overeenkomstig artikel 159 berekend;

▼B

e) 

de activa van een op vaste toezeggingen gebaseerd pensioenfonds op de balans van de instelling;

f) 

direct, indirect en synthetisch bezit door een instelling van eigen tier 1-kernkapitaalinstrumenten, met inbegrip van eigen tier 1-kernkapitaalinstrumenten die een instelling krachtens een bestaande contractuele verplichting feitelijk of op bepaalde voorwaarden moet kopen;

g) 

direct, indirect en synthetisch bezit van tier 1-kernkapitaalinstrumenten van entiteiten uit de financiële sector indien deze entiteiten een wederzijdse deelneming hebben in de instelling, die volgens de bevoegde autoriteit bedoeld is om het eigen vermogen van de instelling kunstmatig te verhogen;

h) 

het toepasselijke bedrag van het directe, indirecte en synthetische bezit door de instelling van tier 1-kernkapitaalinstrumenten van entiteiten uit de financiële sector indien de instelling geen aanzienlijke deelneming in deze entiteiten heeft;

i) 

het toepasselijke bedrag van het directe, indirecte en synthetische bezit door de instelling van tier 1-kernkapitaalinstrumenten van entiteiten uit de financiële sector indien de instelling een aanzienlijke deelneming in deze entiteiten heeft;

▼C3

j) 

het bedrag van de posten dat overeenkomstig artikel 56 van de aanvullend-tier 1-bestanddelen moet worden afgetrokken, dat de aanvullend-tier 1-bestanddelen van de instelling overschrijdt;

▼B

k) 

het blootstellingsbedrag van de volgende posten die in aanmerking komen voor een risicogewicht van 1 250  %, waarbij de instelling dat blootstellingsbedrag in mindering brengt op het bedrag van tier 1-kernkapitaalbestanddelen als een alternatief voor het toepassen van een risicogewicht van 1 250  %:

i) 

gekwalificeerde deelnemingen buiten de financiële sector;

▼M5

ii) 

securitisatieposities overeenkomstig artikel 244, lid 1, onder b), artikel 245, lid 1, onder b), en artikel 253;

▼B

iii) 

niet-afgewikkelde transacties overeenkomstig artikel 379, lid 3;

iv) 

posities in een basket waarvoor een instelling het risicogewicht met de interneratingbenadering niet kan bepalen, overeenkomstig artikel 153, lid 8;

▼M17 —————

▼M17

vi) 

blootstellingen in de vorm van rechten van deelneming of aandelen in een icb waaraan overeenkomstig artikel 132, lid 2, tweede alinea, een risicogewicht van 1 250  % is toegekend.

▼B

l) 

elke belasting in verband met tier 1-kernkapitaalbestanddelen die op het ogenblik van de berekening te verwachten is, behalve wanneer de instelling het bedrag van de tier 1-kernkapitaalbestanddelen corrigeert voor zover deze belastingen het bedrag verlagen ten belope waarvan deze bestanddelen aangewend kunnen worden voor het dekken van risico's of verliezen;

▼M7

m) 

het toepasselijke bedrag van ontoereikende dekking voor niet-renderende blootstellingen;

▼M8

n) 

voor een minimumwaardeverplichting als bedoeld in artikel 132 quater, lid 2, het bedrag waarmee de huidige marktwaarde van de rechten van deelneming of aandelen in een icb die aan de basis liggen van de minimumwaardeverplichting inferieur is aan de huidige waarde van de minimumwaardeverplichting en waarvoor de instelling niet reeds een vermindering van de tier 1-kernkapitaalbestanddelen heeft opgenomen.

▼B

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis