|
+Artikel 181 1. |
Artikel 181 1.Bij de kwantificering van de risicoparameters die met ratingklassen of -groepen samenhangen, nemen de instellingen de onderstaande specifieke vereisten voor eigen LGD-ramingen in acht:
a)
de instellingen ramen de LGD's per faciliteitsklasse of -groep op basis van de gemiddelde LGD's per faciliteitsklasse of -groep en maken daarbij gebruik van alle in de gegevensbronnen waargenomen gevallen van wanbetaling (naar wanbetalingsgraad gewogen gemiddelde);
b)
de instellingen maken gebruik van LGD-ramingen die passend zijn voor een economische neergang indien deze voorzichtiger zijn dan het gemiddelde over een lange periode. Indien wordt verwacht dat een ratingsysteem gerealiseerde LGD's per klasse of groep oplevert welke op een constant niveau zijn, passen de instellingen hun ramingen van de risicoparameters per klasse of groep aan om het effect van een economische neergang op het kapitaal te beperken;
c)
een instelling houdt rekening met de mate van afhankelijkheid tussen, enerzijds, het debiteurenrisico en, anderzijds, het risico van volgestorte kredietprotectie niet zijnde kaderverrekeningsovereenkomsten en verrekening op de balans van leningen en deposito’s, of de verstrekker daarvan;
d)
valutamismatches tussen de onderliggende verplichting en de volgestorte kredietprotectie niet zijnde kaderverrekeningsovereenkomsten en verrekening op de balans van leningen en deposito’s worden op voorzichtige wijze behandeld bij de beoordeling van de LGD door de instelling;
e)
voor zover LGD-ramingen rekening houden met het bestaan van volgestorte kredietprotectie niet zijnde kaderverrekeningsovereenkomsten en verrekening op de balans van leningen en deposito’s, worden die ramingen niet uitsluitend gebaseerd op de geraamde marktwaarde van de volgestorte kredietprotectie;
f)
voor zover LGD-ramingen rekening houden met het bestaan van volgestorte kredietprotectie niet zijnde kaderverrekeningsovereenkomsten en verrekening op de balans van leningen en deposito’s, stellen de instellingen interne vereisten vast voor beheer, rechtszekerheid en risicobeheer van die volgestorte kredietprotectie, en zijn die vereisten over het geheel genomen coherent met de vereisten in hoofdstuk 4, afdeling 3, onderafdeling 1;
g)
voor zover een instelling volgestorte kredietprotectie niet zijnde kaderverrekeningsovereenkomsten en verrekening op de balans van leningen en deposito’s in aanmerking neemt voor het bepalen van de blootstellingswaarde voor tegenpartijkredietrisico overeenkomstig hoofdstuk 6, afdeling 5 of 6, wordt met bedragen die naar verwachting op die volgestorte kredietprotectie kunnen worden verhaald, geen rekening gehouden bij de LGD-ramingen;
h)
in het specifieke geval van vorderingen waarbij reeds sprake is van wanbetaling, maakt de instelling gebruik van de som van haar beste ramingen van het voor elke blootstelling verwachte verlies in het licht van het heersende economische klimaat en de status van de blootstelling, en de door haar geraamde stijging van het verliespercentage als gevolg van mogelijke bijkomende onverwachte verliezen die zich zouden kunnen voordoen gedurende de afboekingsperiode, d.w.z. tussen de datum waarop zich een betalingsachterstand voordoet en de definitieve liquidatie van de blootstelling;
i)
voor zover provisies voor achterstallige betalingen die vóór het tijdstip van wanbetaling aan de debiteur worden opgelegd, in de winst- en -verliesrekening van de instelling zijn geactiveerd, worden zij bij de waarde van de blootstelling en het verlies van de instelling geteld;
j)
voor blootstellingen met betrekking tot ondernemingen, instellingen, centrale overheden en centrale banken, regionale overheden, lokale overheden en publiekrechtelijke lichamen, zijn de LGD-ramingen gebaseerd op gegevens die voor ten minste één bron betrekking hebben op een periode van minimaal vijf jaar, die jaarlijks na de implementatie met één jaar wordt verhoogd tot een minimum van zeven jaar is bereikt; indien de waarnemingsperiode voor één van de bronnen een langere periode omspant en deze gegevens relevant zijn, wordt van die langere periode gebruikgemaakt. Voor de toepassing van de eerste alinea, punt a), van dit lid houden de instellingen afdoende rekening met in de loop van de betrokken verhaalprocedure op enig type van volgestorte kredietprotectie en op niet-volgestorte kredietprotectie die niet onder de definitie in artikel 142, lid 1, punt 10, valt, verhaalde bedragen. Voor de toepassing van de eerste alinea, punt c), worden gevallen waarin van een aanzienlijke mate van afhankelijkheid sprake is, op voorzichtige wijze benaderd. Voor de toepassing van de eerste alinea, punt e), houden LGD-ramingen rekening met de gevolgen van het potentiële onvermogen van instellingen om vlot zeggenschap over hun zekerheden te verkrijgen en deze te liquideren. 1. Overzicht
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen1.3 Gerelateerde standaarden2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|