+Artikel 336 1.

Artikel 336 1.

De instelling brengt haar overeenkomstig artikel 327 berekende nettoposities in de handelsportefeuille in instrumenten die geen securitisatieposities zijn op grond van de emittent of debiteur, de externe of interne kredietbeoordeling en hun resterende looptijden onder in de passende categorieën van tabel 1, en vermenigvuldigt deze vervolgens met de in die tabel aangegeven risicogewichten. Zij bepaalt de som van haar uit de toepassing van dit artikel resulterende gewogen posities, ongeacht of het lange dan wel korte posities betreft, teneinde haar eigenvermogensvereiste met betrekking tot specifiek risico te berekenen.



Tabel 1

Categorieën

Eigenvermogensvereiste voor specifiek risico

Schuldtitels die in het kader van de standaardbenadering voor het kredietrisico een risicogewicht van 0 % zouden krijgen.

0  %

Schuldtitels die in het kader van de standaardbenadering voor het kredietrisico een risicogewicht van 20 % of 50 % zouden krijgen en andere in aanmerking komende posten als gedefinieerd in lid 4.

0,25 % (resterende looptijd tot eindvervaldatum van 6 maand of minder)

1,00 % (resterende looptijd tot eindvervaldatum van meer dan 6 maand en tot ten hoogste 24 maand)

1,60 % (resterende looptijd tot eindvervaldatum van meer dan 24 maanden)

Schuldtitels die in het kader van de standaardbenadering voor het kredietrisico een risicogewicht van 100 % zouden krijgen.

8,00  %

Schuldtitels die in het kader van de standaardbenadering voor het kredietrisico een risicogewicht van 150 % zouden krijgen.

12,00  %

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis