|
+Artikel 400 2. |
Artikel 400 2.De bevoegde autoriteiten kunnen de volgende blootstellingen geheel of gedeeltelijk vrijstellen:
a)
gedekte obligaties als bedoeld in artikel 129;
b)
actiefposten die vorderingen vertegenwoordigen op regionale of lokale overheden van de lidstaten indien die vorderingen uit hoofde van deel 3, titel II, hoofdstuk 2, een risicogewicht van 20 % toegewezen zouden krijgen, alsmede andere blootstellingen met betrekking tot of gegarandeerd door deze regionale of lokale overheden aan de vorderingen jegens welke uit hoofde van deel 3, titel II, hoofdstuk 2, een risicogewicht van 20 % toegewezen zou worden;
c)
door een instelling aangegane blootstellingen, onder meer via deelnemingen of andere belangen, met betrekking tot haar moederonderneming, andere dochterondernemingen van de moederonderneming en haar eigen dochterondernemingen en gekwalificeerde deelnemingen, voor zover deze ondernemingen opgenomen zijn in het toezicht op geconsolideerde basis waaraan de instelling zelf onderworpen is, overeenkomstig deze verordening, Richtlijn 2002/87/EG of gelijkwaardige, in een derde land geldende standaarden; blootstellingen die niet aan deze criteria voldoen, worden, ongeacht of ze van artikel 395, lid 1, van deze verordening zijn vrijgesteld, behandeld als blootstellingen met betrekking tot derden;
d)
actiefposten die vorderingen op, en andere blootstellingen, waaronder deelnemingen of andere belangen, met betrekking tot regionale of centrale kredietinstellingen vertegenwoordigen waarmee de kredietinstelling krachtens wettelijke of statutaire bepalingen in het kader van een netwerk is verbonden en die op grond van die bepalingen belast zijn met de verevening van onderlinge geldposities binnen het netwerk;
e)
actiefposten die vorderingen op en andere blootstellingen met betrekking tot kredietinstellingen vertegenwoordigen, aangegaan door kredietinstellingen waarvan er één op niet-concurrerende basis werkzaam is en in het kader van wetgevingsprogramma's of overeenkomstig haar statuten leningen verstrekt of waarborgt waarmee steun wordt verleend aan bepaalde economische sectoren, waarbij de overheid op de een of andere wijze toezicht houdt en er beperkingen gelden voor de besteding van de leningen, op voorwaarde dat de respectieve blootstellingen voortvloeien uit dergelijke leningen die via kredietinstellingen worden doorgegeven aan de begunstigden, of uit de waarborgen van deze leningen;
f)
actiefposten die vorderingen op en andere blootstellingen met betrekking tot instellingen vertegenwoordigen, mits die blootstellingen geen eigen vermogen van de instellingen vormen, uiterlijk tot en met de volgende werkdag bestaan en niet in een belangrijke handelsvaluta luiden;
g)
actiefposten die vorderingen op centrale banken vertegenwoordigen in de vorm van bij deze centrale banken aan te houden voorgeschreven minimumreserves die in de nationale valuta luiden;
h)
actiefposten bestaande uit vorderingen op centrale overheden in de vorm van wettelijk vereiste liquiditeit die in overheidspapier worden aangehouden, en die in de nationale valuta luiden en gefinancierd zijn, mits, volgens het oordeel van de bevoegde autoriteit, de door een aangewezen EKBI toegekende kredietbeoordeling van deze centrale overheden als investeringswaardig is aan te merken;
i)
50 % van de documentaire kredieten buiten de balanstelling van subklasse 4 en van de niet-opgenomen kredietfaciliteiten buiten de balanstelling van subklasse 3, als bedoeld in bijlage I, met een oorspronkelijke looptijd tot en met één jaar en, met instemming van de bevoegde autoriteiten, 80 % van andere dan leninggaranties met een wettelijke of regelgevingsbasis die voor de leden worden verstrekt door onderlingegarantiesystemen met de status van kredietinstelling;
j)
wettelijk vereiste garanties die worden gebruikt wanneer een hypothecaire lening, die wordt gefinancierd door de uitgifte van obligaties met een hypotheek als onderpand, wordt betaald aan de hypotheeknemer vóór de definitieve registratie in het kadaster, mits de garantie niet gebruikt wordt ter vermindering van het risico bij de berekening van de risicogewogen posten;
k)
blootstellingen in de vorm van een zekerheid of garantie voor woonkredieten die wordt verstrekt door een in artikel 201 bedoelde toelaatbare protectiegever die in aanmerking komt voor ten minste de laagste van de volgende kredietbeoordelingen:
i)
kredietkwaliteitscategorie 2;
ii)
de kredietkwaliteitscategorie die overeenstemt met de wisselkoersbeoordeling van de centrale overheid van de lidstaat waar de hoofdzetel van de protectiegever is gevestigd;
l)
blootstellingen in de vorm van een garantie voor door de overheid gesteunde exportkredieten die wordt verstrekt door een officiële exportkredietverzekeringsmaatschappij die in aanmerking komt voor ten minste de laagste van de volgende kredietbeoordelingen:
i)
kredietkwaliteitscategorie 2;
ii)
de kredietkwaliteitscategorie die overeenstemt met de wisselkoersbeoordeling van de centrale overheid van de lidstaat waar de hoofdzetel van de protectiegever is gevestigd. 1. Overzicht
1.1 Referenties1.2 Geïdentificeerde eisen1.3 Gerelateerde standaarden2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|