Bij transacties met een tegenpartij welke vallen onder een kaderverrekeningsovereenkomst die aan de voorwaarden van artikel 206 voldoet, berekenen instellingen de opslagfactor voor transacties per overeenkomst volgens de volgende formule:
waarbij:
|
|
=
|
de opslagfactor;
|
|
i
|
=
|
de index die de verrekeningsovereenkomst aangeeft;
|
|
Ei
|
=
|
de reële waarde van de effecten of contanten die aan de tegenpartij in lening zijn gegeven voor de transacties die onder kaderverrekeningsovereenkomst i vallen; en
|
|
Ci
|
=
|
de reële waarde van de effecten of contanten die zijn ontvangen van de tegenpartij die onder kaderverrekeningsovereenkomst i valt.
|