+22. Om te beoordelen of aan de beleggingsondernemingsgroep de toestemming voor het …
|
22. Om te beoordelen of aan de beleggingsondernemingsgroep de toestemming voor het …
Om te beoordelen of aan de beleggingsondernemingsgroep de toestemming voor het groepskapitaalcriterium kan worden verleend overeenkomstig artikel 8, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033, of de toestemming voor het lagere bedrag overeenkomstig artikel 8, lid 4, van die verordening, moeten de bevoegde autoriteiten alle noodzakelijke informatie beoordelen die door de EU-moederbeleggingsonderneming, de EU-moederbeleggingsholding of de gemengde financiële EU-moederholding of een andere relevante moederonderneming is verstrekt, met inbegrip van: - (a) een beschrijving van de activiteiten van de groep;
- (b) de actuele groepsstructuur;
- (c) het actuele overzicht van de intragroepsoverdracht van activiteiten en posities die onderworpen zijn aan K-AUM, K-CMH, K-ASA, K-NPR en K-CMG;
- (d) de berekening van de geconsolideerde kapitaalvereisten overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EU) 2019/2033, of de berekening van de eigenvermogensvereisten op individueel niveau voor de ondernemingen van de beleggingsondernemingsgroep indien de bevoegde autoriteit paragraaf 17 toepast;
- (e) de berekening van het feitelijke eigen vermogen, met inbegrip van het overeenkomstig paragraaf 20 berekende notionele eigen vermogen, dat beschikbaar is op het niveau van elke onderneming van de beleggingsondernemingsgroep;
- (f) de berekening van het groepskapitaalcriterium voor de EU-moederbeleggingsonderneming, de EU-beleggingsholding of de gemengde financiële EU-moederholding en voor elke moederonderneming van de groep in een lidstaat als bedoeld in artikel 8, lid 3, van Verordening 2019/2033;
- (g) de berekening van het in paragraaf 15, punt a), genoemde percentage;
- (h) een verklaring waarin gedetailleerd wordt aangegeven of aan de voorwaarden van de afdelingen 4.3 en 4.4 is voldaan;
- (i) informatie over de waardering die aan elke moederonderneming wordt toegekend en, indien relevant, de redenen voor het verschil met de boekwaarde van elke dochteronderneming. Indien de bevoegde autoriteiten van oordeel zijn dat het onevenredig veel moeite zou kosten om aan deze informatieverplichting te voldoen, kunnen zij bepalen dat alleen voor de meest materiële dochterondernemingen aan deze informatieverplichting moet worden voldaan en dat bij de beoordeling van het materieel belang rekening moet worden gehouden met zowel de omvang als het risico van de dochterondernemingen binnen de beleggingsondernemingsgroep.
1. Overzicht
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
- EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/
|