5. In het geval dat de afwikkelingsautoriteit overeenkomstig lid 3, tweede alinea, of lid 4 van dit artikel geheel of gedeeltelijk afziet van het afdwingen van bestaande en uitstaande verplichtingen, kan zij de resterende verplichtingen afdwingen binnen 18 maanden nadat de CTP wordt geacht te falen of waarschijnlijk te zullen falen overeenkomstig artikel 22, mits de redenen voor het afzien van het afdwingen van die verplichtingen niet langer bestaan. De afwikkelingsautoriteit stelt het clearinglid en de andere partij daarvan drie tot zes maanden voor het afdwingen van de resterende verplichting in kennis. De opbrengst van de afgedwongen resterende verplichtingen wordt gebruikt om het gebruik van overheidsmiddelen te vergoeden.
De afwikkelingsautoriteit bepaalt, na overleg met de bevoegde autoriteiten en de afwikkelingsautoriteiten van de getroffen clearingleden en andere partijen die door bestaande en uitstaande verplichtingen gebonden zijn, of de redenen om af te zien van het afdwingen van de bestaande en uitstaande verplichtingen nog bestaan en of de resterende verplichtingen moeten worden afgedwongen. Indien de afwikkelingsautoriteit afwijkt van de standpunten van de geraadpleegde autoriteiten, verstrekt het daarvoor een schriftelijke motivering.
Het vereiste om te voldoen aan de resterende verplichtingen in de in dit lid bedoelde omstandigheden wordt opgenomen in de regels van de CTP en andere contractuele regelingen.