1. De lidstaten zorgen ervoor dat de financiële toezichthouders, FIE’s, en autoriteiten die bevoegd zijn voor het toezicht op kredietinstellingen of financiële instellingen uit hoofde van andere rechtshandelingen van de Unie, binnen hun respectieve bevoegdheden nauw met elkaar samenwerken en elkaar informatie verstrekken die relevant is voor de uitvoering van hun respectieve taken. Deze samenwerking en informatie-uitwisseling doen geen afbreuk aan elk lopend onderzoek, een FIE-analyse of een lopende procedure overeenkomstig het strafrecht of het bestuursrecht van de lidstaat waar de financiële toezichthouder of de autoriteit die krachtens andere rechtshandelingen met bevoegdheden voor het toezicht op kredietinstellingen of financiële instellingen is belast, gevestigd is, en doet geen afbreuk aan de vereisten inzake beroepsgeheim als bedoeld in artikel 67, lid 1.