1. Ten behoeve van het identificeren van de leden en potentiële waarnemers van het afwikkelingscollege inventariseert de afwikkelingsautoriteit op groepsniveau de groepsentiteiten waarvan sprake in Richtlijn 2014/59/EU, artikel 1, lid 1, rekening houdend met de inventarisering van die groep als verricht door de consoliderende toezichthouder in overeenstemming met artikel 2 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/98 (8) van de Commissie en artikel 2 van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/99 (9) van de Commissie.