1. Indien een afwikkelingsautoriteit het niet eens is met of afwijkt van de groepsafwikkelingsregeling die door de afwikkelingsautoriteit op groepsniveau is voorgesteld of van oordeel is dat zij onafhankelijke afwikkelingsmaatregelen of maatregelen om redenen van financiële stabiliteit moet nemen ingevolge artikel 91, lid 8, en artikel 92, lid 4, van Richtlijn 2014/59/EU, stelt die afwikkelingsautoriteit de afwikkelingsautoriteit op groepsniveau zonder buitensporig uitstel van het gebrek aan overeenstemming op de hoogte.