4. Bij de vaststelling van de materialiteitsdrempel overeenkomstig dit artikel gaat de bevoegde autoriteit uit van wanbetaling met betrekking tot de debiteur als zowel de als absolute component uitgedrukte grenswaarde van de materialiteitsdrempel alsook de als relatieve component uitgedrukte grenswaarde van die drempel gedurende 90 opeenvolgende dagen is overschreden, of gedurende 180 opeenvolgende dagen, wanneer de blootstellingen die zijn opgenomen in de berekening van de achterstallige kredietverplichting, blootstellingen aan een publiekrechtelijk lichaam zijn en de termijn van 90 dagen voor die blootstellingen overeenkomstig artikel 178, lid 1, onder b), van Verordening (EU) nr. 575/2013 is vervangen door 180 dagen.