7. Indien een van de betrokken toezichthoudende of afwikkelingsautoriteiten aan het eind van de in lid 1, eerste alinea, inleidend deel, bedoelde periode een kwestie overeenkomstig artikel 19 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 naar de Eiopa heeft doorverwezen, stelt de betrokken groepstoezichthouder, afwikkelingsautoriteit op groepsniveau, toezichthoudende autoriteit of afwikkelingsautoriteit, naargelang het geval, haar besluit krachtens de leden 2, 3 en 4 van dit artikel uit, wacht zij een eventueel besluit van de Eiopa overeenkomstig artikel 19, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1094/2010 af en neemt zij haar besluit in overeenstemming met het besluit van de Eiopa. De in dit artikel, lid 1, eerste alinea, inleidend deel, bedoelde periode wordt beschouwd als de verzoeningsfase, als bedoeld in artikel 19, lid 2, van die verordening. De Eiopa neemt haar besluit binnen één maand. De zaak wordt niet meer aan de Eiopa voorgelegd na het einde van de in lid 1, eerste alinea, inleidend deel, bedoelde periode of nadat een gezamenlijk besluit is genomen. Indien de Eiopa binnen één maand nadat de zaak aan haar is voorgelegd niet tot een besluit is gekomen, is, naargelang het geval, het besluit van de groepstoezichthouder, de afwikkelingsautoriteit op groepsniveau, de toezichthoudende autoriteit of de afwikkelingsautoriteit van de groep of de dochteronderneming op individueel niveau van toepassing.