2. De Eiopa kan niet-bindende kaderovereenkomsten sluiten voor samenwerking met de betrokken autoriteiten van derde landen. In de kaderovereenkomsten voor samenwerking worden tussen de deelnemende autoriteiten procedures en regelingen vastgelegd voor het delen van noodzakelijke informatie voor en samenwerking bij de uitvoering van sommige of alle volgende taken en bij de uitoefening van sommige of alle volgende bevoegdheden met betrekking tot verzekerings- of herverzekeringsondernemingen of groepen:
|
a)
|
de opstelling van afwikkelingsplannen overeenkomstig de artikelen 9 tot en met 12 en soortgelijke krachtens het recht van de betrokken derde landen neergelegde vereisten;
|
|
b)
|
de beoordeling van de afwikkelbaarheid van dergelijke verzekerings- en herverzekeringsondernemingen en groepen overeenkomstig de artikelen 13 en 14 en soortgelijke vereisten in het recht van de betrokken derde landen;
|
|
c)
|
de uitoefening van bevoegdheden om belemmeringen voor de afwikkelbaarheid aan te pakken of weg te nemen op grond van de artikelen 15 en 16 en soortgelijke bevoegdheden in het recht van de betrokken derde landen;
|
|
d)
|
de toepassing van preventieve maatregelen op grond van artikel 141 van Richtlijn 2009/138/EG en de uitoefening van soortgelijke bevoegdheden in het recht van de betrokken derde landen;
|
|
e)
|
de toepassing van afwikkelingsinstrumenten en de uitoefening van afwikkelingsbevoegdheden en vergelijkbare bevoegdheden die door de betrokken autoriteiten van een derde land kunnen worden uitgeoefend.
|