|
+Artikel 4 3. |
Artikel 4 3.De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast tot bepaling van de jaarlijkse emissieruimten voor elke lidstaat voor de jaren 2021 tot en met 2030, uitgedrukt in ton CO2-equivalent, overeenkomstig de in lid 2 van dit artikel bedoelde lineaire trajecten. Voor de jaren 2021 en 2022 bepaalt de Commissie de jaarlijkse emissieruimten op basis van een uitgebreide evaluatie van de door de lidstaten overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EU) nr. 525/2013 ingediende recentste nationale inventarisgegevens betreffende de jaren 2005, 2016, 2017 en 2018 en vermeldt zij voor elke lidstaat de waarde van de broeikasgasemissies uit 2005 die wordt gebruikt om die jaarlijkse emissieruimten te bepalen. Voor de jaren 2023, 2024 en 2025 bepaalt de Commissie voor elke lidstaat de jaarlijkse emissieruimten op basis van de in de tweede alinea van dit lid bedoelde waarde van de broeikasgasemissies uit 2005 en de waarden van de krachtens die tweede alinea geëvalueerde nationale inventarisgegevens voor de jaren 2016, 2017 en 2018. Voor de jaren 2026 tot en met 2030 bepaalt de Commissie de jaarlijkse emissieruimten op basis van de overeenkomstig de tweede alinea van dit lid vermelde waarde van de broeikasgasemissies uit 2005 voor elke lidstaat en een uitgebreide evaluatie van de recentste nationale inventarisgegevens voor de jaren 2021, 2022 en 2023 die door de lidstaten zijn ingediend overeenkomstig artikel 26 van Verordening (EU) 2018/1999. 1. Overzicht
1.1 Referenties1.2 Geïdentificeerde eisen1.3 Gerelateerde standaarden2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|