|
+Artikel 5 3. |
Artikel 5 3.Indien de broeikasgasemissies van een lidstaat in een bepaald jaar onder zijn jaarlijkse emissieruimte voor dat jaar liggen, het gebruik van de flexibiliteit krachtens dit artikel en artikel 6 meegerekend, kan deze lidstaat:
a)
wat betreft het jaar 2021, het resterende deel van zijn jaarlijkse emissieruimte tot een niveau van 75 % van zijn jaarlijkse emissieruimte voor 2021 in reserve houden voor de daaropvolgende jaren tot en met 2030, en
b)
wat betreft de jaren 2022 tot en met 2029, het resterende deel van zijn jaarlijkse emissieruimte tot een niveau van 25 % van zijn jaarlijkse emissieruimten tot dat jaar in reserve houden voor de daaropvolgende jaren tot en met 2030. 1. Overzicht
1.1 Referenties1.2 Geïdentificeerde eisen1.3 Gerelateerde standaarden2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|