+Artikel 12 1.

Artikel 12 1.

Indien overeenkomstig artikel 5 een kennisgeving met betrekking tot een overbrenging van voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen wordt ingediend, kunnen de bevoegde autoriteiten van bestemming en van verzending binnen de in artikel 9, lid 1, bedoelde termijn van 30 dagen met redenen omklede bezwaren indienen om een of meer van de volgende redenen:

a) 

de overbrenging of nuttige toepassing is niet in overeenstemming met Richtlijn 2008/98/EG;

b) 

de betrokken afvalstoffen worden niet verwerkt overeenkomstig afvalbeheerplannen of afvalpreventieprogramma’s die door de landen van verzending of van bestemming zijn opgezet op grond van de artikelen 28 en 29 van Richtlijn 2008/98/EG;

c) 

de overbrenging of nuttige toepassing is, wat handelingen in het land van de bezwaren makende bevoegde autoriteit betreft, niet in overeenstemming met de nationale wetgeving inzake milieubescherming, openbare orde, openbare veiligheid of bescherming van de gezondheid;

d) 

de overbrenging of nuttige toepassing is niet in overeenstemming met de nationale wetgeving van het land van verzending inzake de nuttige toepassing van afvalstoffen en de nuttige toepassing of verwijdering van restafval dat een residu is van de nuttige toepassing van de desbetreffende afvalstoffen, ook wanneer de overbrenging bestemd is voor nuttige toepassing in een inrichting waarvoor voor de verwerking van de specifieke afvalstroom minder strenge normen gelden dan in het land van verzending, waarbij de noodzakelijke verzekering van de goede werking van de interne markt niet uit het oog mag worden verloren, tenzij:

i) 

er ter zake Uniewetgeving bestaat, met name betreffende afvalstoffen, en er in het nationale recht ter uitvoering van die Uniewetgeving voorschriften zijn opgenomen die minstens even streng zijn als die van die Uniewetgeving;

ii) 

de nuttige toepassing en de nuttige toepassing of verwijdering van restafval dat een residu is van de nuttige toepassing van de desbetreffende afvalstoffen in het land van bestemming plaatsvindt onder voorwaarden die gelijkwaardig worden geacht aan die van de nationale wetgeving van het land van verzending;

iii) 

de in punt i) bedoelde nationale wetgeving in het land van verzending niet bekendgemaakt werd overeenkomstig Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad ( 9 ), voor zover die dat voorschrijft;

e) 

het beperken van binnenkomende overbrengingen van afvalstoffen die bestemd zijn voor andere handelingen tot nuttige toepassing dan recycling en voorbereiding voor hergebruik is noodzakelijk voor een lidstaat om zijn afvalbeheernetwerk te beschermen, indien op basis van beschikbare informatie wordt verwacht dat die overbrengingen ertoe zouden leiden dat in de lidstaat zelf geproduceerde afvalstoffen moeten worden verwijderd of verwerkt op een wijze die niet in overeenstemming is met zijn afvalbeheerplannen;

f) 

de betrokken bevoegde autoriteiten beschikken niet over enige informatie dat de kennisgever of de ontvanger in de vijf jaar voorafgaand aan de indiening van de kennisgeving veroordeeld is voor het uitvoeren van een illegale overbrenging of voor een andere onwettige handeling in verband met de bescherming van het milieu of de menselijke gezondheid;

g) 

de betrokken bevoegde autoriteiten beschikken niet over enige informatie dat de kennisgever of de inrichting in de vijf jaar voorafgaand aan de indiening van de kennisgeving bij eerdere overbrengingen van afvalstoffen herhaaldelijk de artikelen 15 en 16 overtreden heeft;

h) 

de overbrenging of nuttige toepassing in strijd is met de verplichtingen die voortvloeien uit door de betrokken lidstaat of lidstaten of door de Unie gesloten internationale overeenkomsten;

i) 

de verhouding tussen de wel en niet nuttig toe te passen afvalstoffen, de geschatte waarde van het materiaal dat uiteindelijk nuttig wordt toegepast, of de kosten van de nuttige toepassing en de kosten van verwijdering van het niet nuttig toe te passen gedeelte van de afvalstoffen, de nuttige toepassing uit economisch of milieutechnisch oogpunt niet rechtvaardigen;

j) 

de afvalstoffen bestemd zijn voor verwijdering en niet voor nuttige toepassing;

k) 

de afvalstoffen niet verwerkt zullen worden overeenkomstig juridisch bindende milieubeschermingsnormen met betrekking tot handelingen tot nuttige toepassing, of overeenkomstig verplichtingen inzake nuttige toepassing of recycling die zijn vastgesteld in wetgevingshandelingen van de Unie, of de afvalstoffen zullen worden verwerkt in een inrichting die onder Richtlijn 2010/75/EU valt, maar die de beste beschikbare technieken zoals gedefinieerd in artikel 3, lid 10, van die richtlijn niet toepast.

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis