2. Wanneer het volgens het recht van een derde land niet is toegestaan aan deze verordening te voldoen, neemt de moederonderneming aanvullende maatregelen om ervoor te zorgen dat hun in dat derde land gevestigde bijkantoren en dochterondernemingen het risico van witwassen of terrorismefinanciering doeltreffend aanpakken, en stelt zij de toezichthouders van haar lidstaat van herkomst in kennis van die aanvullende maatregelen. Wanneer de toezichthouders van de lidstaat van herkomst van oordeel zijn dat de aanvullende maatregelen ontoereikend zijn, nemen zij extra toezichtmaatregelen, waarbij zij onder meer van de groep vereisen geen zakelijke relatie aan te gaan, bestaande relaties te beëindigen of geen transacties te verrichten, of haar bedrijfsactiviteiten in het derde land te beëindigen.