1. Voor de toepassing van artikel 51, eerste alinea, punt a), wordt onder “eigendomsbelang in de vennootschap” verstaan een direct of indirect eigendom van 25 % of meer van de aandelen of stemrechten of een ander eigendomsbelang in de vennootschap, met inbegrip van rechten op een aandeel in de winst, andere interne middelen of liquidatiebalans. De indirecte eigendom wordt berekend door de aandelen, stemrechten of andere eigendomsbelangen waarover de tussenliggende entiteiten beschikken in de keten waarin de uiteindelijk begunstigde aandelen of stemrechten bezit, te vermenigvuldigen en door de resultaten van die verschillende ketens bij elkaar op te tellen, tenzij artikel 54 van toepassing is.
Bij de beoordeling of er een eigendomsbelang in de vennootschap is, wordt rekening gehouden met het bezit van aandelen op elk eigendomsniveau.