3. De digitaledienstencoördinator die een verzoek overeenkomstig lid 2 ontvangt, geeft gevolg aan een dergelijk verzoek en stelt de digitaledienstencoördinator van de plaats van vestiging onverwijld en niet later dan twee maanden na ontvangst van het verzoek in kennis van de ondernomen actie, tenzij:
|
a)
|
de reikwijdte of het voorwerp van het verzoek onvoldoende is beschreven, niet gerechtvaardigd of niet evenredig is ten aanzien van de onderzoeksdoelen; of
|
|
b)
|
noch de aangezochte digitaledienstencoördinator, noch andere bevoegde autoriteiten of overheidsinstanties van die lidstaat over de aangevraagde informatie beschikken of daar toegang toe kunnen krijgen; of
|
|
c)
|
niet aan het verzoek kan worden voldaan zonder inbreuk te maken op het Unierecht of het nationale recht.
|
De digitaledienstencoördinator die het verzoek ontvangt rechtvaardigt zijn weigering door binnen de in de eerste alinea vastgestelde termijn een met redenen omkleed antwoord in te dienen.