+Artikel 46 Aftrek van bezit van tier 1-kernkapitaalinstrumenten waarbij een instelling geen aanzienlijke deelneming in een entiteit uit de financiële sector bezit
---+Artikel 46 1.
---+Artikel 46 2.
---+Artikel 46 3.
---+Artikel 46 4.
---+Artikel 46 5.
|
Artikel 46 Aftrek van bezit van tier 1-kernkapitaalinstrumenten waarbij een instelling geen aanzienlijke deelneming in een entiteit uit de financiële sector bezit
-
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
Artikel 46 1.
|
Voor de toepassing van artikel 36, lid 1, punt h), berekenen de instellingen het toepasselijke af te trekken bedrag door het in dit lid, onder a), bedoelde bedrag te vermenigvuldigen met de factor die wordt afgeleid uit de in dit lid, onder b), bedoelde berekening:
a)
het totaalbedrag waarmee het direct, indirect en synthetisch bezit door de instelling van tier 1-kernkapitaal-, aanvullend-tier 1- en tier 2-instrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling geen aanzienlijke deelneming heeft, 10 % overschrijdt van het totaalbedrag van de tier 1-kernkapitaalbestanddelen van de instelling, berekend na toepassing van het volgende op de tier 1-kernkapitaalbestanddelen:
i)
de artikelen 32 tot en met 35;
▼M17
ii)
de in artikel 36, lid 1, punten a) tot en met g), punt k), ii) tot en met vi), en punten l), m) en n), bedoelde aftrekkingen, exclusief het af te trekken bedrag voor uitgestelde belastingvorderingen die op toekomstige winstgevendheid berusten en voortvloeien uit tijdelijke verschillen;
▼B
b)
het bedrag van het direct, indirect en synthetisch bezit door de instelling van tier 1- kernkapitaalinstrumenten van die entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling geen aanzienlijke deelneming heeft,
►C2
gedeeld door het totaalbedrag van het direct, indirect en synthetisch bezit door de instelling van tier 1-kernkapitaal-, aanvullend- tier 1- en tier 2-instrumenten van die entiteiten uit de financiële sector. ◄
|
|
Artikel 46 2.
|
De instellingen houden de voor vijf of minder werkdagen ingenomen overnemingsposities buiten het in lid 1, onder a), bedoelde bedrag en buiten de berekening van de in lid 1, onder b), bedoelde factor.
|
|
Artikel 46 3.
|
Het overeenkomstig lid 1 af te trekken bedrag wordt omgeslagen over alle aangehouden tier 1-kernkapitaalinstrumenten.
►C2
De instellingen bepalen het overeenkomstig lid 1 af te trekken bedrag van elk tier 1-kernkapitaalinstrument door het in dit lid, onder a), gespecificeerde bedrag te vermenigvuldigen met het in dit lid, onder b), gespecificeerde gedeelte: ◄
a)
het bedrag van het bezit dat overeenkomstig lid 1 moet worden afgetrokken;
b)
het gedeelte van het totaalbedrag van het direct, indirect en synthetisch bezit door de instelling van tier 1-kernkapitaalinstrumenten van entiteiten uit de financiële sector waarin de instelling geen aanzienlijke deelneming heeft, vertegenwoordigd door elk aangehouden tier 1-kernkapitaalinstrument.
|
|
Artikel 46 4.
|
Het bedrag van het in artikel 36, lid 1, onder h), bedoelde bezit dat gelijk is aan of minder dan 10 % van de tier 1-kernkapitaalbestanddelen van de instelling na toepassing van de bepalingen van lid 1, punt a), onder i) tot en met iii), wordt niet afgetrokken en is onderworpen aan de toepasselijke risicogewichten overeenkomstig deel 3, titel II, hoofdstuk 2 of 3, en de in deel 3, titel IV, vastgestelde vereisten, naar gelang van het geval.
|
|
Artikel 46 5.
|
De instellingen bepalen het bedrag van elk tier 1-kernkapitaalinstrument dat krachtens lid 4 naar risico wordt gewogen door het in punt a) van dit lid bepaalde bedrag te vermenigvuldigen met het in punt b) van dit lid bepaalde bedrag:
a)
het bedrag van het bezit aan instrumenten dat overeenkomstig lid 4 naar risico moet worden gewogen;
b)
de verhouding die resulteert uit de in lid 3, punt b), bedoelde berekening.
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|