|
+Artikel 124 4. |
Artikel 124 4.In afwijking van lid 3, punt b), kunnen in rechtsgebieden waar lager gerangschikte pandrechten de houder een vordering op de zekerheid geven die juridisch afdwingbaar is en een daadwerkelijke kredietlimiterende factor zijn, ook lager gerangschikte pandrechten die worden gehouden door een instelling niet zijnde de instelling die het hoger gerangschikte pandrecht houdt, in aanmerking worden genomen, onder meer wanneer de instelling niet de hoger gerangschikte pandhouder is noch een pandrecht houdt dat gerangschikt is tussen een hoger en een lager gerangschikt pandrecht die beide door die instelling worden gehouden. Voor de toepassing van de eerste alinea borgen de regels inzake pandrechten al de volgende punten:
a)
elke instelling die een pandrecht houdt, kan de verkoop van het onroerend goed initiëren, onafhankelijk van andere entiteiten die een pandrecht op het onroerend goed houden;
b)
indien de verkoop van het onroerend goed niet via een openbare veiling plaatsvindt, zetten entiteiten met een hoger pandrecht redelijke stappen om een reële marktwaarde te verkrijgen of de beste prijs die, gegeven de omstandigheden waarin zij verkoopbevoegdheden zelf uitoefenen, te verkrijgen is. 1. Overzicht
1.1 Referenties1.2 Geïdentificeerde eisen1.3 Gerelateerde standaarden2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|