|
+Artikel 178 3. |
Artikel 178 3.Voor de toepassing van lid 1, punt a), worden onder meer de volgende elementen beschouwd als indicaties dat betaling onwaarschijnlijk is:
a)
de instelling bestempelt de kredietverplichting als dubieus;
b)
de instelling neemt een uit een gepercipieerde aanzienlijke vermindering van de kredietkwaliteit voortvloeiende specifieke kredietrisicoaanpassing in aanmerking nadat zij de blootstelling heeft geaccepteerd;
c)
de instelling verkoopt de kredietverplichting met een aanzienlijk kredietgebonden economisch verlies;
d)
de instelling stemt in met een respijtmaatregel als bedoeld in artikel 47 ter van de kredietverplichting indien die maatregel wellicht zal resulteren in een geringere financiële verplichting als gevolg van de kwijtschelding van, dan wel de verlening van betalingsuitstel voor de hoofdsom, de rente of, in voorkomend geval, de provisies;
e)
de instelling heeft het faillissement van de debiteur of een soortgelijk bevel aangevraagd met betrekking tot zijn kredietverplichting jegens de instelling, de moederonderneming of een van haar dochterondernemingen;
f)
de debiteur heeft het faillissement of een soortgelijke bescherming aangevraagd of is in staat van faillissement verklaard, waardoor de terugbetaling van een kredietverplichting jegens de instelling, de moederonderneming of een van haar dochterondernemingen wordt vermeden of uitgesteld. 1. Overzicht
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen1.3 Gerelateerde standaarden2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|