|
+Artikel 429 bis 1. |
Artikel 429 bis 1.In afwijking van artikel 429, lid 4, kan een instelling elk van de volgende blootstellingen van haar maatstaf van totale blootstelling uitsluiten:
a)
de bedragen die overeenkomstig artikel 36, lid 1, punt d), van tier 1-kernkapitaalbestanddelen zijn afgetrokken;
b)
de activa die bij de berekening van de in artikel 429, lid 3, bedoelde kapitaalmaatstaf zijn afgetrokken;
c)
blootstellingen waaraan een risicogewicht van 0 % wordt toegekend overeenkomstig artikel 113, lid 6 of lid 7;
c bis)
indien de instelling onderdeel van het in artikel 113, lid 7, bedoelde netwerk uitmaakt, de blootstellingen waaraan overeenkomstig artikel 114 een risicogewicht van 0 % wordt toegekend en die voortvloeien uit activa die equivalent zijn aan deposito’s in dezelfde valuta van andere leden van dat netwerk uit hoofde van een wettelijk of statutair minimumdeposito overeenkomstig artikel 422, lid 3, punt b); in een dergelijk geval zijn blootstellingen van andere leden van dat netwerk die een wettelijk of statutair minimumdeposito zijn, niet onderworpen aan punt c) van dit lid;
d)
indien de instelling een publiekrechtelijke ontwikkelingskredietinstelling is, de blootstellingen als gevolg van activa die vorderingen vertegenwoordigen op centrale overheden, regionale overheden, lokale autoriteiten of publiekrechtelijke lichamen in verband met investeringen van de overheidssector en stimuleringsleningen;
d bis)
de blootstellingen van de instelling met betrekking tot haar aandeelhouders, mits die blootstellingen voor ten minste 125 % worden gedekt door activa als bedoeld in artikel 129, lid 1, punten d) en e), en die activa worden verwerkt in het hefboomratiovereiste van de aandeelhouders, indien de instelling geen publiekrechtelijke ontwikkelingskredietinstelling is, maar aan de volgende voorwaarden voldoet:
i)
haar aandeelhouders zijn kredietinstellingen en oefenen geen zeggenschap uit over de instelling;
ii)
de instelling voldoet aan lid 2, punten a), b), c) en e), van dit artikel;
iii)
de blootstellingen zijn in dezelfde lidstaat gesitueerd;
iv)
de instelling is onderworpen aan een vorm van doorlopend toezicht door de centrale overheid van een lidstaat;
v)
haar bedrijfsmodel is beperkt tot de „pass-through” van het bedrag dat overeenkomt met de opbrengsten die zijn opgehaald door de uitgifte van gedekte obligaties aan haar aandeelhouders, in de vorm van schuldinstrumenten;
e)
indien de instelling geen publiekrechtelijke ontwikkelingskredietinstelling is, de gedeelten van blootstellingen die voortvloeien uit pass-throughstimuleringsleningen aan andere kredietinstellingen;
f)
de gegarandeerde gedeelten van blootstellingen als gevolg van exportkredieten die aan beide volgende voorwaarden voldoen:
i)
de garantie wordt verstrekt door een toelaatbare verschaffer van niet-volgestorte kredietprotectie overeenkomstig de artikelen 201 en 202, met inbegrip van exportkredietverzekeringsmaatschappijen of centrale overheden;
ii)
een risicogewicht van 0 % is van toepassing op het gegarandeerde deel van de blootstelling overeenkomstig artikel 114, lid 2 of lid 4, of artikel 116, lid 4;
g)
indien de instelling een clearinglid is van een GCTP, de transactieblootstellingen van die instelling, mits zij bij die GCTP worden gecleard en voldoen aan de in artikel 306, lid 1, punt c), gestelde voorwaarden;
h)
indien de instelling een cliënt op een hoger niveau is binnen een cliëntenstructuur met meerdere niveaus, de transactieblootstellingen aan het clearinglid of aan een entiteit die fungeert als een cliënt op een hoger niveau bij die instelling, mits aan de in artikel 305, lid 2, gestelde voorwaarden is voldaan en mits de instelling niet verplicht is haar cliënt te vergoeden voor eventuele verliezen die worden geleden bij wanbetaling van het clearinglid of de GCTP;
i)
fiduciaire activa die aan alle volgende voorwaarden voldoen:
i)
zij worden in de balans van de instelling opgenomen volgens de nationale algemeen aanvaarde boekhoudkundige beginselen overeenkomstig artikel 10 van Richtlijn 86/635/EEG;
ii)
zij voldoen aan de criteria voor verwijdering uit de balans van de internationale standaard voor financiële verslaglegging (IFRS) 9, zoals van toepassing krachtens Verordening (EG) nr. 1606/2002;
iii)
zij voldoen aan de criteria voor niet-consolidatie van IFRS 10, zoals van toepassing krachtens Verordening (EG) nr. 1606/2002, indien toepasselijk;
j)
blootstellingen die aan alle volgende voorwaarden voldoen:
i)
het zijn blootstellingen aan een publiekrechtelijk lichaam;
ii)
zij worden behandeld overeenkomstig artikel 116, lid 4;
iii)
zij vloeien voort uit deposito's die de instelling wettelijk verplicht is aan het onder i) bedoelde publiekrechtelijke lichaam over te dragen voor de financiering van investeringen van algemeen belang;
k)
de niet uitgeleende overtollige zekerheden die bij tripartiete agenten zijn gedeponeerd;
l)
indien een instelling krachtens het toepasselijk kader voor financiële verslaggeving de in contanten aan haar tegenpartij betaalde variatiemarge als een te ontvangen actief opneemt, het te ontvangen actief mits aan de in artikel 429 quater, lid 3, punten a) tot en met e), gestelde voorwaarden wordt voldaan;
m)
de gesecuritiseerde blootstellingen als gevolg van traditionele securitisaties die voldoen aan de in artikel 244, lid 2, gestelde voorwaarden voor de overdracht van een aanzienlijk deel van het risico;
n)
mits aan de in de leden 5 en 6 beschreven voorwaarden is voldaan, de volgende blootstellingen met betrekking tot de centrale bank van de instelling:
i)
munten en bankbiljetten die een wettig betaalmiddel zijn in de jurisdictie van de centrale bank;
ii)
activa die vorderingen op de centrale bank vormen, waaronder bij de centrale bank aangehouden reserves;
o)
indien aan de instelling een vergunning is verleend overeenkomstig artikel 16 en artikel 54, lid 2, punt a), van Verordening (EU) nr. 909/2014, de blootstellingen van de instelling als gevolg van bancaire nevendiensten als vermeld in deel C, punt a), van de bijlage bij die verordening die rechtstreeks verband houden met de in de delen A en B van die bijlage vermelde kern- of nevendiensten;
p)
indien de instelling overeenkomstig artikel 54, lid 2, punt b), van Verordening (EU) nr. 909/2014 is aangewezen, de blootstellingen van de instelling als gevolg van bancaire nevendiensten als vermeld in deel C, punt a), van de bijlage bij die verordening die rechtstreeks verband houden met de in de delen A en B van die bijlage vermelde kern- of nevendiensten van een centrale effectenbewaarinstelling waaraan overeenkomstig artikel 16 van die verordening een vergunning is verleend;
q)
de blootstellingen die onder de behandeling van artikel 72 sexies, lid 5, eerste alinea, vallen. Voor de toepassing van punt m) van de eerste alinea nemen instellingen aangehouden blootstellingen op in de maatstaf van totale blootstelling. 1. Overzicht
1.1 Referenties1.2 Geïdentificeerde eisen1.3 Gerelateerde standaarden2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|