+Artikel 489 Hybride instrumenten met een call en aflossingsprikkel
---+Artikel 489 1.
---+Artikel 489 2.
---+Artikel 489 3.
---+Artikel 489 4.
---+Artikel 489 5.
---+Artikel 489 6.
|
Artikel 489 Hybride instrumenten met een call en aflossingsprikkel
-
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
Artikel 489 1.
|
In afwijking van de artikelen 51 en 52 zijn, gedurende de periode vanaf 1 januari 2014 tot en met 31 december 2021, instrumenten bedoeld in artikel 484, lid 4, waarvan de voorwaarden een call met aflossingsprikkel voor de instelling bevatten,
►C2
onderworpen aan dit artikel. ◄
|
|
Artikel 489 2.
|
De instrumenten worden aangemerkt als aanvullend-tier 1-instrumenten indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
a)
de instelling kon alleen uiterlijk op 1 januari 2013 een call met aflossingsprikkel uitoefenen;
b)
de instelling heeft de call niet uitgeoefend;
c)
er is vanaf 1 januari 2013 voldaan aan de voorwaarden van artikel 52.
|
|
Artikel 489 3.
|
De instrumenten worden aangemerkt als aanvullend-tier 1-instrumenten, waarbij hun inaanmerkingneming overeenkomstig artikel 484, lid 4, wordt verminderd tot hun werkelijke vervaldag, waarna zij als aanvullend-tier 1-bestanddelen zonder limiet worden aangemerkt, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
a)
de instelling kon alleen op of na 1 januari 2013 een call met aflossingsprikkel uitoefenen;
b)
de instelling heeft de call niet op de werkelijke vervaldag van de instrumenten uitgeoefend;
c)
er wordt vanaf de werkelijke vervaldag van de instrumenten voldaan aan de voorwaarden van artikel 52.
|
|
Artikel 489 4.
|
De instrumenten worden niet aangemerkt als aanvullend-tier 1-instrumenten en zijn niet onderworpen aan artikel 484, lid 4, vanaf 1 januari 2014 indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
a)
de instelling kon tussen 31 december 2011 en 1 januari 2013 een call met aflossingsprikkel uitoefenen;
b)
de instelling heeft de call niet op de werkelijke vervaldag van de instrumenten uitgeoefend;
c)
er wordt niet vanaf de werkelijke vervaldag van de instrumenten voldaan aan de voorwaarden van artikel 52.
|
|
Artikel 489 5.
|
De instrumenten worden aangemerkt als aanvullend-tier 1-instrumenten, waarbij hun inaanmerkingneming overeenkomstig artikel 484, lid 4, wordt verminderd tot hun werkelijke vervaldag, en worden vervolgens niet aangemerkt als aanvullend-tier 1-instrumenten indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
a)
de instelling kon op of na 1 januari 2013 een call met aflossingsprikkel uitoefenen;
b)
de instelling heeft de call niet op de werkelijke vervaldag van de instrumenten uitgeoefend;
c)
er wordt niet vanaf de werkelijke vervaldag van de instrumenten voldaan aan de voorwaarden van artikel 52.
|
|
Artikel 489 6.
|
De instrumenten worden aangemerkt als aanvullend-tier 1-instrumenten overeenkomstig artikel 484, lid 4, indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
a)
de instelling kon alleen vóór of op 31 december 2011 een call met aflossingsprikkel uitoefenen;
b)
de instelling heeft de call niet op de werkelijke vervaldag van de instrumenten uitgeoefend;
c)
er is niet vanaf de werkelijke vervaldag van de instrumenten voldaan aan de voorwaarden van artikel 52.
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|