+33. Voor de toepassing van artikel 20, lid 10, van Verordening (EU) 2017/2402 dient de beoordeling …

33. Voor de toepassing van artikel 20, lid 10, van Verordening (EU) 2017/2402 dient de beoordeling …

Voor de toepassing van artikel 20, lid 10, van Verordening (EU) 2017/2402 dient de beoordeling van de kredietwaardigheid van kredietnemers in derde landen, in voorkomend geval, te worden uitgevoerd op basis van de volgende beginselen, als omschreven in de Richtlijnen 2008/48/EG en 2014/17/EG:

  • a) vóór het sluiten van een kredietovereenkomst op basis van toereikende informatie beoordeelt de kredietverstrekker de kredietwaardigheid van de kredietnemer op basis van toereikende informatie die, in voorkomend geval, is verkregen van de kredietnemer en, waar nodig, op basis van een raadpleging van het desbetreffende gegevensbestand;
  • b) indien de partijen overeenkomen het totale kredietbedrag na het sluiten van de kredietovereenkomst te wijzigen, dient de kredietverstrekker, alvorens tot een belangrijke verhoging van het totale kredietbedrag over te gaan, de te zijner beschikking staande financiële informatie betreffende de kredietnemer te actualiseren en diens kredietwaardigheid te beoordelen;
  • c) alvorens een kredietovereenkomst te sluiten, dient de kredietverstrekker een grondige beoordeling van de kredietwaardigheid van de kredietnemer uit te voeren, rekening houdend met de factoren die relevant zijn om na te gaan of de kredietnemer de uit de kredietovereenkomst voortvloeiende verplichtingen kan nakomen;
  • d) de procedures en de informatie waarop de beoordeling is gebaseerd, moeten worden gedocumenteerd en bijgehouden;
  • e) de kredietwaardigheidsbeoordeling mag niet hoofdzakelijk gebaseerd zijn op het feit dat de waarde van het voor bewoning bestemde onroerende goed hoger is dan het kredietbedrag, of op de veronderstelling dat het voor bewoning bestemde onroerende goed in waarde zal stijgen, tenzij de kredietovereenkomst tot oogmerk heeft het voor bewoning bestemde onroerende goed te bouwen of te renoveren;
  • f) zodra de kredietovereenkomst is gesloten, mag de kredietverstrekker de kredietovereenkomst niet kunnen opzeggen of wijzigen in het nadeel van de kredietnemer op grond van een onjuist uitgevoerde beoordeling van de kredietwaardigheid;
  • g) de kredietverstrekker stelt het krediet uitsluitend aan de kredietnemer beschikbaar indien het resultaat van de kredietwaardigheidsbeoordeling uitwijst dat de uit de kredietovereenkomst voortvloeiende verplichtingen waarschijnlijk op de krachtens die overeenkomst vereiste wijze zullen worden nagekomen;
  • h) de kredietwaardigheid van de kredietnemer moet opnieuw worden beoordeeld op basis van geactualiseerde informatie voordat een significante verhoging van het totale kredietbedrag wordt verleend na het sluiten van de kredietovereenkomst, tenzij een dergelijk bijkomend krediet in de oorspronkelijke kredietwaardigheidsbeoordeling was voorzien en opgenomen.

Criteria voor het bepalen van de expertise van de initiator of oorspronkelijke kredietverstrekker

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis
  • EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/