+4. Criteria met betrekking tot eenvoud
---+10. Voor de toepassing van artikel 20, lid 1, van Verordening (EU) 2017/2402 en ter onderbouwing …
---+11. De in alinea 10 genoemde elementen moeten worden bevestigd aan de hand van een juridisch advies …
---+12. Het in alinea 11 bedoelde juridische advies moet toegankelijk zijn en beschikbaar worden …
---+13. Voor de toepassing van artikel 20, lid 5, van Verordening (EU) 2017/2402 en met het oog op de …
---+14. Voor de toepassing van artikel 20, lid 5, van Verordening (EU) 2017/2402 dient de trigger …
---+15. Voor de toepassing van artikel 20, lid 7, van Verordening (EU) 2017/2402 wordt onder "actief …
---+16. Onder meer de volgende portefeuillebeheertechnieken mogen niet als actief portefeuillebeheer …
---+17. Voor de toepassing van artikel 20, lid 7, van Verordening (EU) 2017/2402 moeten de criteria …
---+18. Voor de toepassing van artikel 20, lid 7, van Verordening (EU) 2017/2402 dient onder "voldoen …
---+19. De toelaatbaarheidscriteria die overeenkomstig alinea 18 moeten worden toegepast op de …
---+20. Voor de toepassing van artikel 20, lid 8, van Verordening (EU) 2017/2402 dient onder …
---+21. Voor de toepassing van artikel 20, lid 8, van Verordening (EU) 2017/2402 zijn blootstellingen …
---+22. Voor de toepassing van artikel 20, lid 10, van Verordening (EU) 2017/2402 dienen …
---+23. Voor de toepassing van artikel 20, lid 10, van Verordening (EU) 2017/2402 dienen de …
---+24. De initiator noch de oorspronkelijke kredietverstrekker moet op het ogenblik van de selectie …
---+25. Voor de toepassing van artikel 20, lid 10, van Verordening (EU) 2017/2402 dienen de materiële …
---+26. Wijzigingen van dergelijke afsluitstandaarden dienen als materieel te worden beschouwd wanneer …
---+27. Wanneer informatie wordt verstrekt over de wijzigingen van de afsluitstandaarden, moet ook het …
---+28. Voor handelsvorderingen die niet worden geïnitieerd in de vorm van een lening, moet de …
---+29. Voor de toepassing van artikel 20, lid 10, van Verordening (EU) 2017/2402 mag de pool van …
---+30. Deze vereiste is niet van toepassing op woonkredieten die zijn overgenomen maar niet op de …
---+31. Voor de toepassing van artikel 20, lid 10, van Verordening (EU) 2017/2402 moet de verstrekte …
---+32. Inkomsten worden doorgaans beschouwd als relevante informatie voor algemene hypothecaire …
---+33. Voor de toepassing van artikel 20, lid 10, van Verordening (EU) 2017/2402 dient de beoordeling …
---+34. Om te kunnen bepalen of een initiator of oorspronkelijke kredietverstrekker beschikt over de …
---+35. Een initiator of oorspronkelijke kredietverstrekker wordt geacht over de nodige expertise te …
---+36. Om te kunnen aantonen hoeveel jaren beroepservaring is opgedaan, moet voldoende gedetailleerd …
---+37. Voor de toepassing van artikel 20, lid 11, eerste alinea, van Verordening (EU) 2017/2402 dienen …
---+38. Indien een initiator of oorspronkelijke kredietverstrekker geen instelling is en derhalve …
---+39. Voor de toepassing van artikel 20, lid 11, van Verordening (EU) 2017/2402 dienen de in de …
---+40. Het verbod op de selectie en overdracht aan de SSPE van onderliggende blootstellingen "met …
---+41. Voor de toepassing van artikel 20, lid 11, van Verordening (EU) 2017/2402 moet worden geacht …
---+42. De vereiste om blootstellingen aan debiteuren of garantiegevers met aangetaste …
---+43. De in artikel 20, lid 11, onder b), van Verordening (EU) 2017/2402 genoemde vereiste moet …
---+44. Voor de toepassing van artikel 20, lid 11, onder c), van Verordening (EU) 2017/2402 mogen de …
---+45. Aan de vereiste in de vorige alinea wordt geacht te zijn voldaan wanneer een van de volgende …
---+46. Voor de toepassing van artikel 20, lid 12, van Verordening (EU) 2017/2402 mogen verdere …
---+47. De betaling waarvan sprake in de vereiste dat "ten minste één betaling" moet zijn gedaan op het …
---+48. Voor de toepassing van artikel 20, lid 13, van Verordening (EU) 2017/2402 dienen transacties …
---+49. Indien de securitisatie geen onderliggende blootstellingen bevat die afhankelijk zijn van de …
---+50. Met het oog op de vrijstelling in artikel 20, lid 13, tweede alinea, van Verordening (EU) …

4. Criteria met betrekking tot eenvoud

4.1 Echte verkoop ("true sale"), cessie of overdracht met dezelfde rechtsgevolgen, verklaringen en garanties (artikel 20, leden 1 tot en met 6)

Echte verkoop ("true sale"), cessie of overdracht met dezelfde rechtsgevolgen

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving
10. Voor de toepassing van artikel 20, lid 1, van Verordening (EU) 2017/2402 en ter onderbouwing …

Voor de toepassing van artikel 20, lid 1, van Verordening (EU) 2017/2402 en ter onderbouwing van het vertrouwen van derde partijen, met inbegrip van derden die nagaan of de STS-vereisten (eenvoud, transparantie en standaardisering) worden nageleefd in overeenstemming met artikel 28 van die verordening en de bevoegde autoriteiten die aan de daarin genoemde vereisten voldoen, dienen alle hierna genoemde gegevens te worden verstrekt:

  • a) een bevestiging van de true sale of een bevestiging dat de cessie of overdracht, op grond van het toepasselijke nationale rechtskader, de onderliggende blootstellingen van de verkoper, zijn crediteuren en curatoren scheidt, ook wanneer de verkoper insolvent is, met dezelfde rechtsgevolgen als die welke door middel van een true sale worden bereikt;
  • b) een bevestiging van de afdwingbaarheid van de true sale, cessie of overdracht met dezelfde rechtsgevolgen als bedoeld in punt a) ten aanzien van de verkoper of enige andere derde partij op grond van het toepasselijke nationale rechtskader;
  • c) een beoordeling van de terugvorderingsrisico’s en de herkwalificatierisico’s.
11. De in alinea 10 genoemde elementen moeten worden bevestigd aan de hand van een juridisch advies …

De in alinea 10 genoemde elementen moeten worden bevestigd aan de hand van een juridisch advies van een gekwalificeerde externe raadsman, behalve in geval van herhaalde uitgiften in op zich staande securitisatiestructuren of master trusts die hetzelfde rechtsmechanisme gebruiken voor de overdracht, met inbegrip van die gevallen waarin het rechtskader hetzelfde is.

12. Het in alinea 11 bedoelde juridische advies moet toegankelijk zijn en beschikbaar worden …

Het in alinea 11 bedoelde juridische advies moet toegankelijk zijn en beschikbaar worden gesteld aan alle relevante derde partijen die nagaan of de STS-criteria worden nageleefd in overeenstemming met artikel 28 van Verordening (EU) 2017/2402, en aan alle relevante bevoegde autoriteiten bedoeld in artikel 29 van die verordening.

Ernstige verslechtering van de kredietwaardigheid van de verkoper

13. Voor de toepassing van artikel 20, lid 5, van Verordening (EU) 2017/2402 en met het oog op de …

Voor de toepassing van artikel 20, lid 5, van Verordening (EU) 2017/2402 en met het oog op de trigger "ernstige verslechtering van de kredietwaardigheid van de verkoper", dient de transactiedocumentatie kredietkwaliteitsdrempels te bevatten die objectief waarneembaar zijn en verband houden met de financiële gezondheid van de verkoper. Insolventie van de verkoper

14. Voor de toepassing van artikel 20, lid 5, van Verordening (EU) 2017/2402 dient de trigger …

Voor de toepassing van artikel 20, lid 5, van Verordening (EU) 2017/2402 dient de trigger "insolventie van de verkoper" ten minste betrekking te hebben op een wettelijke toestand van insolventie zoals gedefinieerd in de nationale rechtskaders.

4.2 Toelaatbaarheidscriteria voor de onderliggende blootstellingen, actief portefeuillebeheer (artikel 20, lid 7)

Actief portefeuillebeheer

15. Voor de toepassing van artikel 20, lid 7, van Verordening (EU) 2017/2402 wordt onder "actief …

Voor de toepassing van artikel 20, lid 7, van Verordening (EU) 2017/2402 wordt onder "actief portefeuillebeheer" verstaan portefeuillebeheer waarbij aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:

  • a) het portefeuillebeheer stelt de prestaties van de securitisatie afhankelijk van zowel de prestaties van de onderliggende blootstellingen als de prestaties van het portefeuillebeheer van de securitisatie, waardoor de belegger het kredietrisico van de onderliggende blootstellingen niet kan modelleren zonder rekening te houden met de portefeuillebeheerstrategie van de portefeuillebeheerder;
  • b) het portefeuillebeheer vindt plaats voor speculatieve doeleinden met het oog op betere prestaties, verhoogde opbrengsten, algemene financiële rendementen of andere louter financiële of economische voordelen.
16. Onder meer de volgende portefeuillebeheertechnieken mogen niet als actief portefeuillebeheer …

Onder meer de volgende portefeuillebeheertechnieken mogen niet als actief portefeuillebeheer worden beschouwd:

  • a) de vervanging of terugkoop van onderliggende blootstellingen als gevolg van een schending van verklaringen of garanties;
  • b) de vervanging of terugkoop van de onderliggende blootstellingen die het voorwerp vormen van een regelgevingsgeschil of onderzoek om zodoende de geschillenbeslechting of het einde van het onderzoek te vergemakkelijken;
  • c) de aanvulling van onderliggende blootstellingen door onderliggende blootstellingen toe te voegen ter vervanging van blootstellingen die zijn afgelost of ten aanzien waarvan zich wanbetalingen hebben voorgedaan tijdens de doorroltermijn;
  • d) de verwerving van nieuwe onderliggende blootstellingen tijdens de "exploitatiefase" om de waarde van de onderliggende blootstellingen af te stemmen op de waarde van de securitisatieverplichtingen;
  • e) de terugkoop van onderliggende blootstellingen in het kader van de uitoefening van opschoon-callopties, overeenkomstig artikel 244, lid 3, onder g), van Verordening (EU) 2017/2401;
  • f) de terugkoop van blootstellingen ten aanzien waarvan wanbetaling heeft plaatsgevonden om het herstel- en liquidatieproces van die blootstellingen te vergemakkelijken;
  • g) de terugkoop van onderliggende blootstellingen uit hoofde van de terugkoopverplichting overeenkomstig artikel 20, lid 13, van Verordening (EU) 2017/2402.

Duidelijke toelaatbaarheidscriteria

17. Voor de toepassing van artikel 20, lid 7, van Verordening (EU) 2017/2402 moeten de criteria …

Voor de toepassing van artikel 20, lid 7, van Verordening (EU) 2017/2402 moeten de criteria worden geacht "duidelijk" te zijn wanneer een rechterlijke instantie in juridisch of feitelijk opzicht of beide kan bepalen dat de criteria worden nageleefd.

De na het afsluiten van de transactie aan de SSPE overgedragen blootstellingen moeten voldoen aan de toelaatbaarheidscriteria

18. Voor de toepassing van artikel 20, lid 7, van Verordening (EU) 2017/2402 dient onder "voldoen …

Voor de toepassing van artikel 20, lid 7, van Verordening (EU) 2017/2402 dient onder "voldoen aan de toelaatbaarheidscriteria die voor de oorspronkelijke onderliggende blootstellingen gelden" te worden verstaan dat de toelaatbaarheidscriteria aan een van de volgende voorwaarden moeten voldoen:

  • a) voor normale securitisaties zijn ze niet minder streng dan de toelaatbaarheidscriteria die gelden voor de oorspronkelijke onderliggende blootstellingen bij het afsluiten van de transactie;
  • b) voor securitisaties die meerdere reeksen effecten, met inbegrip van master trusts, uitgeven, zijn ze niet minder streng dan de toelaatbaarheidscriteria die gelden voor de oorspronkelijke onderliggende blootstellingen bij de meest recente uitgifte, waardoor de toelaatbaarheidscriteria kunnen verschillen van afsluiting tot afsluiting, in overleg met de securitiserende partijen en in overeenstemming met de transactiedocumentatie.
19. De toelaatbaarheidscriteria die overeenkomstig alinea 18 moeten worden toegepast op de …

De toelaatbaarheidscriteria die overeenkomstig alinea 18 moeten worden toegepast op de onderliggende blootstellingen, moeten worden vastgesteld in de transactiedocumentatie en moeten verwijzen naar de toelaatbaarheidscriteria die gelden op het blootstellingsniveau. 4.3 Homogeniteit, verplichtingen van de onderliggende blootstellingen, periodieke betalingsstromen, geen effecten (artikel 20, lid 8)

Verplichtingen die contractueel bindend en afdwingbaar zijn

20. Voor de toepassing van artikel 20, lid 8, van Verordening (EU) 2017/2402 dient onder …

Voor de toepassing van artikel 20, lid 8, van Verordening (EU) 2017/2402 dient onder "verplichtingen die contractueel bindend en afdwingbaar zijn, met volledig verhaalsrecht op debiteuren en, in voorkomend geval, garantiegevers" te worden verstaan alle verplichtingen die zijn opgenomen in de contractuele specificatie van de onderliggende blootstellingen die relevant zijn voor beleggers, omdat zij een invloed hebben op enige verplichtingen van de debiteur en, in voorkomend geval, de garantiegever om betalingen te verrichten of zekerheid te stellen.

Blootstellingen met periodieke betalingsstromen

21. Voor de toepassing van artikel 20, lid 8, van Verordening (EU) 2017/2402 zijn blootstellingen …

Voor de toepassing van artikel 20, lid 8, van Verordening (EU) 2017/2402 zijn blootstellingen met vastgelegde periodieke betalingsstromen onder meer:

  • a) blootstellingen die in één termijn te betalen zijn in het geval van revolverende securitisaties als bedoeld in artikel 20, lid 12, van Verordening (EU) 2017/2402;
  • b) blootstellingen in verband met kredietkaartfaciliteiten;
  • c) blootstellingen met aflossingen bestaande uit rentebetalingen en waarbij de hoofdsom op de vervaldag wordt terugbetaald, met inbegrip van aflossingsvrije hypotheken;
  • d) blootstellingen met aflossingen bestaande uit rentebetalingen en terugbetaling van een deel van de hoofdsom, waarbij aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:
  • i) de resterende hoofdsom wordt terugbetaald op de vervaldag;
  • ii) de terugbetaling van de hoofdsom hangt af van de verkoop van de activa die de blootstelling dekken, overeenkomstig artikel 20, lid 13, van Verordening (EU) 2017/2402 en alinea’s 48 tot en met 50;
  • e) blootstellingen met tijdelijke aflossingsvrije perioden zoals contractueel is overeengekomen tussen de debiteur en de kredietverstrekker.

4.4 Afsluitstandaarden, expertise van de initiator (artikel 20, lid 10)

Soortgelijke blootstellingen

22. Voor de toepassing van artikel 20, lid 10, van Verordening (EU) 2017/2402 dienen …

Voor de toepassing van artikel 20, lid 10, van Verordening (EU) 2017/2402 dienen blootstellingen als soortgelijk te worden beschouwd wanneer aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:

  • a) de blootstellingen behoren tot een van de volgende activacategorieën die worden genoemd in de Gedelegeerde Verordening, waarin nader wordt toegelicht welke onderliggende blootstellingen overeenkomstig artikel 20, lid 8, en artikel 24, lid 15, van Verordening (EU) 2017/2402 als homogeen worden beschouwd:
  • i) woonkredieten die gedekt zijn door een of meer hypotheken op een voor bewoning bestemd onroerend goed of woonkredieten die volledig gedekt zijn door een toelaatbare protectiegever als bedoeld in artikel 201, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013, die in aanmerking komen voor kredietkwaliteitscategorie 2 of hoger als bepaald in deel 3, titel II, hoofdstuk 2, van die verordening;
  • ii) commerciële leningen die gedekt zijn door een of meer hypotheken op zakelijk onroerend goed of andere zakelijke panden;
  • iii) kredietfaciliteiten aan particulieren voor persoonlijke, familie- of huishoudelijke consumptiedoeleinden;
  • iv) autoleningen en -leases;
  • v) kredietkaartvorderingen;
  • vi) handelsvorderingen;
  • b) de blootstellingen vallen onder de activacategorie van kredietfaciliteiten aan micro-, kleine, middelgrote en andere soorten ondernemingen en bedrijven, met inbegrip van leningen en leases, als bedoeld in artikel 2, onder d), van de Gedelegeerde Verordening, waarin nader wordt toegelicht welke onderliggende blootstellingen overeenkomstig artikel 20, lid 8, en artikel 24, lid 15, van Verordening (EU) 2017/2402 als homogeen worden beschouwd, als onderliggende blootstellingen van een bepaald type debiteur;
  • c) indien zij niet behoren tot een van de activacategorieën uit de punten a) en b) van deze alinea en als bedoeld in de Gedelegeerde Verordening, waarin nader wordt toegelicht welke onderliggende blootstellingen overeenkomstig artikel 20, lid 8, en artikel 24, lid 15, van Verordening (EU) 2017/2402 als homogeen worden beschouwd, hebben de onderliggende blootstellingen soortgelijke kenmerken met betrekking tot het type debiteur, de rangorde van de zekerheidsrechten, het type onroerend goed en/of het rechtsgebied.

Geen minder strenge afsluitstandaarden

23. Voor de toepassing van artikel 20, lid 10, van Verordening (EU) 2017/2402 dienen de …

Voor de toepassing van artikel 20, lid 10, van Verordening (EU) 2017/2402 dienen de afsluitstandaarden die gelden voor gesecuritiseerde blootstellingen te worden vergeleken met de afsluitstandaarden die op het ogenblik van de initiëring van de gesecuritiseerde blootstellingen gelden voor soortgelijke blootstellingen.

24. De initiator noch de oorspronkelijke kredietverstrekker moet op het ogenblik van de selectie …

De initiator noch de oorspronkelijke kredietverstrekker moet op het ogenblik van de selectie van de gesecuritiseerde blootstellingen of op het exacte tijdstip van de securitisatie soortgelijke blootstellingen op zijn balans hebben staan om te voldoen aan deze vereiste. Evenmin mag worden verlangd dat op het ogenblik van de initiëring van de gesecuritiseerde blootstellingen ook soortgelijke blootstellingen worden geïnitieerd.

Bekendmaking van materiële wijzigingen van eerdere afsluitstandaarden

25. Voor de toepassing van artikel 20, lid 10, van Verordening (EU) 2017/2402 dienen de materiële …

Voor de toepassing van artikel 20, lid 10, van Verordening (EU) 2017/2402 dienen de materiële wijzigingen van de afsluitstandaarden die onverwijld moeten worden meegedeeld te worden begrepen als die materiële wijzigingen van de afsluitstandaarden die gelden voor de blootstellingen die worden overgedragen aan, of worden gecedeerd door, de SSPE nadat de securitisatie in het kader van portefeuillebeheer als bedoeld in de alinea’s 15 en 16 is afgesloten.

26. Wijzigingen van dergelijke afsluitstandaarden dienen als materieel te worden beschouwd wanneer …

Wijzigingen van dergelijke afsluitstandaarden dienen als materieel te worden beschouwd wanneer het gaat om een van de volgende soorten wijzigingen van de afsluitstandaarden:

  • a) wijzigingen die gevolgen hebben voor de vereiste van de soortgelijkheid van de afsluitstandaarden, zoals nader wordt gespecificeerd in de Gedelegeerde Verordening, waarin nader wordt toegelicht welke onderliggende blootstellingen overeenkomstig artikel 20, lid 8, en artikel 24, lid 15, van Verordening (EU) 2017/2402 als homogeen worden beschouwd;
  • b) wijzigingen die materiële gevolgen hebben voor het algemene kredietrisico of de gemiddelde verwachte prestaties van de portefeuille van onderliggende blootstellingen, zonder dat dit leidt tot wezenlijk verschillende benaderingen voor de beoordeling van het kredietrisico dat verbonden is aan de onderliggende blootstellingen.
27. Wanneer informatie wordt verstrekt over de wijzigingen van de afsluitstandaarden, moet ook het …

Wanneer informatie wordt verstrekt over de wijzigingen van de afsluitstandaarden, moet ook het doel van dergelijke wijzigingen worden toegelicht.

28. Voor handelsvorderingen die niet worden geïnitieerd in de vorm van een lening, moet de …

Voor handelsvorderingen die niet worden geïnitieerd in de vorm van een lening, moet de verwijzing naar de afsluitstandaarden in artikel 20, lid 10, worden gezien als een verwijzing naar de kredietstandaarden die door de verkoper worden gehanteerd voor kortlopende kredieten, doorgaans van het type dat aanleiding geeft tot de gesecuritiseerde blootstellingen, en die aan zijn cliënten worden voorgesteld in verband met de verkoop van zijn producten en diensten.

Woonkredieten

29. Voor de toepassing van artikel 20, lid 10, van Verordening (EU) 2017/2402 mag de pool van …

Voor de toepassing van artikel 20, lid 10, van Verordening (EU) 2017/2402 mag de pool van onderliggende blootstellingen geen woonkredieten bevatten die op de markt zijn gebracht en overgenomen op basis van de veronderstelling dat de kredietaanvrager of intermediairs ervan in kennis zijn gesteld dat de verstrekte informatie door de kredietverlener misschien niet zou worden gecontroleerd.

30. Deze vereiste is niet van toepassing op woonkredieten die zijn overgenomen maar niet op de …

Deze vereiste is niet van toepassing op woonkredieten die zijn overgenomen maar niet op de markt zijn gebracht op basis van de veronderstelling dat de kredietaanvrager of intermediairs ervan in kennis zijn gesteld dat de verstrekte informatie door de kredietverlener misschien niet zou worden gecontroleerd of ze zich daarvan bewust worden nadat het krediet is overgenomen.

31. Voor de toepassing van artikel 20, lid 10, van Verordening (EU) 2017/2402 moet de verstrekte …

Voor de toepassing van artikel 20, lid 10, van Verordening (EU) 2017/2402 moet de verstrekte "informatie" worden beschouwd als uitsluitend relevante informatie. De relevantie van de informatie berust op de vraag of de informatie al dan niet relevant is voor de overneming, zoals informatie die relevant wordt geacht voor de beoordeling van de kredietwaardigheid van een kredietnemer, voor de beoordeling van de toegang tot onderpand en voor het beperken van het risico op fraude.

32. Inkomsten worden doorgaans beschouwd als relevante informatie voor algemene hypothecaire …

Inkomsten worden doorgaans beschouwd als relevante informatie voor algemene hypothecaire leningen die geen inkomsten genereren, en huurinkomsten worden doorgaans beschouwd als relevante informatie voor hypothecaire leningen die wel inkomsten genereren. Informatie die geen nut heeft voor de overneming, zoals mobielnummers, mag niet worden beschouwd als relevante informatie.

Gelijkwaardige vereisten in derde landen

33. Voor de toepassing van artikel 20, lid 10, van Verordening (EU) 2017/2402 dient de beoordeling …

Voor de toepassing van artikel 20, lid 10, van Verordening (EU) 2017/2402 dient de beoordeling van de kredietwaardigheid van kredietnemers in derde landen, in voorkomend geval, te worden uitgevoerd op basis van de volgende beginselen, als omschreven in de Richtlijnen 2008/48/EG en 2014/17/EG:

  • a) vóór het sluiten van een kredietovereenkomst op basis van toereikende informatie beoordeelt de kredietverstrekker de kredietwaardigheid van de kredietnemer op basis van toereikende informatie die, in voorkomend geval, is verkregen van de kredietnemer en, waar nodig, op basis van een raadpleging van het desbetreffende gegevensbestand;
  • b) indien de partijen overeenkomen het totale kredietbedrag na het sluiten van de kredietovereenkomst te wijzigen, dient de kredietverstrekker, alvorens tot een belangrijke verhoging van het totale kredietbedrag over te gaan, de te zijner beschikking staande financiële informatie betreffende de kredietnemer te actualiseren en diens kredietwaardigheid te beoordelen;
  • c) alvorens een kredietovereenkomst te sluiten, dient de kredietverstrekker een grondige beoordeling van de kredietwaardigheid van de kredietnemer uit te voeren, rekening houdend met de factoren die relevant zijn om na te gaan of de kredietnemer de uit de kredietovereenkomst voortvloeiende verplichtingen kan nakomen;
  • d) de procedures en de informatie waarop de beoordeling is gebaseerd, moeten worden gedocumenteerd en bijgehouden;
  • e) de kredietwaardigheidsbeoordeling mag niet hoofdzakelijk gebaseerd zijn op het feit dat de waarde van het voor bewoning bestemde onroerende goed hoger is dan het kredietbedrag, of op de veronderstelling dat het voor bewoning bestemde onroerende goed in waarde zal stijgen, tenzij de kredietovereenkomst tot oogmerk heeft het voor bewoning bestemde onroerende goed te bouwen of te renoveren;
  • f) zodra de kredietovereenkomst is gesloten, mag de kredietverstrekker de kredietovereenkomst niet kunnen opzeggen of wijzigen in het nadeel van de kredietnemer op grond van een onjuist uitgevoerde beoordeling van de kredietwaardigheid;
  • g) de kredietverstrekker stelt het krediet uitsluitend aan de kredietnemer beschikbaar indien het resultaat van de kredietwaardigheidsbeoordeling uitwijst dat de uit de kredietovereenkomst voortvloeiende verplichtingen waarschijnlijk op de krachtens die overeenkomst vereiste wijze zullen worden nagekomen;
  • h) de kredietwaardigheid van de kredietnemer moet opnieuw worden beoordeeld op basis van geactualiseerde informatie voordat een significante verhoging van het totale kredietbedrag wordt verleend na het sluiten van de kredietovereenkomst, tenzij een dergelijk bijkomend krediet in de oorspronkelijke kredietwaardigheidsbeoordeling was voorzien en opgenomen.

Criteria voor het bepalen van de expertise van de initiator of oorspronkelijke kredietverstrekker

34. Om te kunnen bepalen of een initiator of oorspronkelijke kredietverstrekker beschikt over de …

Om te kunnen bepalen of een initiator of oorspronkelijke kredietverstrekker beschikt over de expertise in het initiëren van blootstellingen die vergelijkbaar zijn met die welke worden gesecuritiseerd overeenkomstig artikel 20, lid 10, van Verordening (EU) 2017/2402, moet aan beide volgende voorwaarden zijn voldaan:

  • a) de leden van het leidinggevende orgaan van de initiator of de oorspronkelijke kredietverstrekker en de andere hogere personeelsleden dan de leden van het leidinggevende orgaan, die verantwoordelijk zijn voor het beheer van de initiëring van blootstellingen die vergelijkbaar zijn met de blootstellingen die worden gesecuritiseerd, moeten over voldoende kennis en vaardigheden beschikken in het initiëren van blootstellingen die vergelijkbaar zijn met die welke worden gesecuritiseerd;
  • b) er moet rekening worden gehouden met de volgende beginselen over de kwaliteit van de expertise:
  • i) de rol en taken van de leden van het leidinggevende orgaan en de hogere personeelsleden en de vereiste capaciteiten moeten toereikend zijn;
  • ii) de leden van het leidinggevende orgaan en de hogere personeelsleden moeten voldoende ervaring hebben opgedaan in eerdere functies, tijdens bijscholingen en opleidingen;
  • iii) de leden van het leidinggevende orgaan en de hogere personeelsleden moeten naar behoren betrokken worden binnen de governancestructuur van de functie voor het initiëren van de blootstellingen;
  • iv) in het geval van een prudentieel gereguleerde entiteit moeten de wettelijke vergunningen of toelatingen die de entiteit bezit, worden geacht relevant te zijn voor de initiëring van blootstellingen die vergelijkbaar zijn met die welke worden gesecuritiseerd.
35. Een initiator of oorspronkelijke kredietverstrekker wordt geacht over de nodige expertise te …

Een initiator of oorspronkelijke kredietverstrekker wordt geacht over de nodige expertise te beschikken wanneer aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:

  • a) de activiteiten van de entiteit of van de geconsolideerde groep waartoe de entiteit voor boekhoudkundige of prudentiële doeleinden behoort, omvatten gedurende ten minste vijf jaar de initiëring van blootstellingen die vergelijkbaar zijn met die welke worden gesecuritiseerd;
  • b) wanneer niet aan de onder a) bedoelde vereiste is voldaan, dient de initiator of de oorspronkelijke kredietverstrekker te worden geacht over de nodige expertise te beschikken wanneer hij aan de twee volgende voorwaarden voldoet:
  • i) ten minste twee leden van het leidinggevende orgaan beschikken persoonlijk over ten minste vijf jaar relevante beroepservaring in het initiëren van blootstellingen die vergelijkbaar zijn met die welke worden gesecuritiseerd;
  • ii) andere hogere personeelsleden dan de leden van het leidinggevende orgaan, die verantwoordelijk zijn voor het beheer van de initiëring van blootstellingen die vergelijkbaar zijn met die welke worden gesecuritiseerd, beschikken persoonlijk over ten minste vijf jaar relevante beroepservaring in het initiëren van blootstellingen die vergelijkbaar zijn met die welke worden gesecuritiseerd.
36. Om te kunnen aantonen hoeveel jaren beroepservaring is opgedaan, moet voldoende gedetailleerd …

Om te kunnen aantonen hoeveel jaren beroepservaring is opgedaan, moet voldoende gedetailleerd en in overeenstemming met de toepasselijke vertrouwelijkheidsvereisten informatie worden verstrekt over de relevante expertise, zodat beleggers hun verplichtingen uit hoofde van artikel 5, lid 3, onder c), van Verordening (EU) 2017/2402 kunnen nakomen. 4.5 Geen blootstellingen waarbij sprake is van wanbetaling of blootstellingen met betrekking tot debiteuren/garantiegevers met aangetaste kredietwaardigheid (artikel 20, lid 11)

Blootstellingen waarbij sprake is van wanbetaling

37. Voor de toepassing van artikel 20, lid 11, eerste alinea, van Verordening (EU) 2017/2402 dienen …

Voor de toepassing van artikel 20, lid 11, eerste alinea, van Verordening (EU) 2017/2402 dienen de blootstellingen waarbij sprake is van wanbetaling te worden geïnterpreteerd in de zin van artikel 178, lid 1, van Verordening (EU) 575/2013, zoals nader toegelicht in de Gedelegeerde Verordening betreffende de materialiteitsdrempel voor achterstallige kredietverplichtingen, uitgewerkt overeenkomstig artikel 178 van die verordening, en in de EBA-richtsnoeren inzake de toepassing van de definitie van wanbetaling overeenkomstig artikel 178, lid 7, van die verordening.

38. Indien een initiator of oorspronkelijke kredietverstrekker geen instelling is en derhalve …

Indien een initiator of oorspronkelijke kredietverstrekker geen instelling is en derhalve Verordening (EU) 575/2013 niet op hem van toepassing is, dient de initiator of oorspronkelijke kredietverstrekker de in de vorige alinea genoemde richtsnoeren na te leven voor zover dergelijke toepassing niet te belastend wordt geacht. In dat geval dient de initiator of oorspronkelijke kredietverstrekker de vastgelegde processen toe te passen alsmede gebruik te maken van de informatie die van de debiteuren is verkregen over de initiëring van de blootstellingen, informatie die van de initiator is verkregen in de loop van de servicing van de blootstellingen of in de loop van de risicobeheerprocedure, of informatie die door een derde partij ter kennis van de initiator is gebracht.

Blootstelling met betrekking tot een debiteur of garantiegever met aangetaste kredietwaardigheid

39. Voor de toepassing van artikel 20, lid 11, van Verordening (EU) 2017/2402 dienen de in de …

Voor de toepassing van artikel 20, lid 11, van Verordening (EU) 2017/2402 dienen de in de punten a) tot en met c) van dat lid genoemde situaties te worden gezien als definities van verminderde kredietwaardigheid. Andere mogelijke situaties van verminderde kredietwaardigheid die niet in de punten a) tot en met c) zijn vervat, dienen te worden geacht niet onder deze vereiste te vallen.

40. Het verbod op de selectie en overdracht aan de SSPE van onderliggende blootstellingen "met …

Het verbod op de selectie en overdracht aan de SSPE van onderliggende blootstellingen "met betrekking tot een debiteur of garantiegever met aangetaste kredietwaardigheid" als bedoeld in artikel 20, lid 11, van Verordening (EU) 2017/2402, moet worden gezien als de vereiste dat er op het ogenblik van de selectie een verhaalsrecht moet bestaan voor het volledige bedrag van de gesecuritiseerde blootstelling voor ten minste één partij zonder aangetaste kredietwaardigheid, ongeacht of die partij een debiteur of garantiegever is. Derhalve mogen de onderliggende blootstellingen niet bestaan uit:

  • a) blootstellingen aan een debiteur met aangetaste kredietwaardigheid, wanneer er geen garantiegever is voor het volledige bedrag van de gesecuritiseerde blootstelling; of
  • b) blootstellingen aan een debiteur met aangetaste kredietwaardigheid die een garantiegever met aangetaste kredietwaardigheid heeft.

Voor zover de initiator of de oorspronkelijke kredietverstrekker bekend

41. Voor de toepassing van artikel 20, lid 11, van Verordening (EU) 2017/2402 moet worden geacht …

Voor de toepassing van artikel 20, lid 11, van Verordening (EU) 2017/2402 moet worden geacht aan de "voor zover bekend"-norm te zijn voldaan op basis van de informatie die uitsluitend is verkregen van een van de volgende combinaties van bronnen en situaties:

  • a) informatie van debiteuren over de initiëring van de blootstellingen;
  • b) informatie van de initiator in de loop van de servicing van de blootstellingen of in de loop van de risicobeheerprocedures;
  • c) informatie die door een derde partij ter kennis van de initiator is gebracht;
  • d) informatie die publiek beschikbaar wordt gesteld of informatie over enige inschrijvingen in een of meer kredietregisters van personen met een ongunstig kredietverleden op het moment van de initiëring van een onderliggende blootstelling, uitsluitend voor zover met deze informatie al rekening werd gehouden in het kader van de punten a), b) en c) en in overeenstemming met de toepasselijke regelgevings- en toezichtsvereisten, onder meer met betrekking tot gedegen criteria voor kredietverstrekking als omschreven in artikel 9 van Verordening (EU) 2017/2402. Handelsvorderingen die niet worden geïnitieerd in de vorm van een lening, hoeven daarentegen niet te voldoen aan de criteria voor kredietverstrekking.

Blootstellingen met betrekking tot debiteuren of garantiegevers met een aangetaste kredietwaardigheid die een schuldherstructureringsproces hebben ondergaan

42. De vereiste om blootstellingen aan debiteuren of garantiegevers met aangetaste …

De vereiste om blootstellingen aan debiteuren of garantiegevers met aangetaste kredietwaardigheid die een schuldherstructureringsproces met betrekking tot hun niet-renderende blootstellingen hebben ondergaan uit te sluiten, moet voor de toepassing van artikel 20, lid 11, onder a), van Verordening (EU) 2017/2402 worden gezien als een verwijzing naar zowel de geherstructureerde blootstellingen van de desbetreffende debiteur of garantiegever als zijn blootstellingen die zelf niet moesten worden geherstructureerd. Geherstructureerde blootstellingen die aan de voorwaarden van de punten i) en ii) van dat artikel voldoen, dienen voor de toepassing van dit artikel er niet toe te leiden dat een debiteur of garantiegever wordt aangeduid als debiteur of garantiegever met aangetaste kredietwaardigheid.

Kredietregister

43. De in artikel 20, lid 11, onder b), van Verordening (EU) 2017/2402 genoemde vereiste moet …

De in artikel 20, lid 11, onder b), van Verordening (EU) 2017/2402 genoemde vereiste moet worden beperkt tot blootstellingen aan debiteuren of garantiegevers waarop de twee volgende vereisten van toepassing zijn op het moment van de initiëring van de onderliggende blootstelling:

  • a) de debiteur of garantiegever staat in een kredietregister uitdrukkelijk vermeld als een entiteit met een ongunstig kredietverleden als gevolg van een negatieve status of negatieve informatie die is opgeslagen in het kredietregister;
  • b) de debiteur of garantiegever staat in het kredietregister om redenen die van belang zijn voor de beoordeling van het kredietrisico.

Het risico dat contractueel overeengekomen betalingen niet worden gedaan, is significant hoger dan voor vergelijkbare blootstellingen

44. Voor de toepassing van artikel 20, lid 11, onder c), van Verordening (EU) 2017/2402 mogen de …

Voor de toepassing van artikel 20, lid 11, onder c), van Verordening (EU) 2017/2402 mogen de blootstellingen niet worden geacht een "kredietbeoordeling of een kredietscore te hebben waaruit blijkt dat het risico dat contractueel overeengekomen betalingen niet worden gedaan significant hoger is dan voor vergelijkbare, niet-gesecuritiseerde blootstellingen in het bezit van de initiator", wanneer de volgende voorwaarden van toepassing zijn:

  • a) de meest relevante factoren die de verwachte prestaties van de onderliggende blootstellingen bepalen, zijn vergelijkbaar;
  • b) als gevolg van de in punt a) bedoelde gelijkenis kon redelijkerwijs worden verwacht dat, op grond van aanwijzingen als vroegere prestaties of toepasselijke modellen, gedurende de looptijd van de transactie of over maximaal vier jaar indien de looptijd van de transactie meer dan vier jaar bedraagt, hun prestaties niet significant zouden verschillen.
45. Aan de vereiste in de vorige alinea wordt geacht te zijn voldaan wanneer een van de volgende …

Aan de vereiste in de vorige alinea wordt geacht te zijn voldaan wanneer een van de volgende voorwaarden van toepassing is:

  • a) de onderliggende blootstellingen omvatten geen blootstellingen die worden ingedeeld als twijfelachtig, dubieus, niet-renderend of die volgens de boekhoudbeginselen met eenzelfde effect zijn ingedeeld;
  • b) de onderliggende blootstellingen omvatten geen blootstellingen waarvan de kredietkwaliteit, op basis van kredietbeoordelingen of andere kredietkwaliteitsdrempels, significant verschilt van de kredietkwaliteit van vergelijkbare blootstellingen die de initiator in het kader van zijn standaardkrediettransacties en kredietrisicostrategie initieert.

4.6 Ten minste één betaling gedaan (artikel 20, lid 12)

Draagwijdte van het criterium

46. Voor de toepassing van artikel 20, lid 12, van Verordening (EU) 2017/2402 mogen verdere …

Voor de toepassing van artikel 20, lid 12, van Verordening (EU) 2017/2402 mogen verdere voorschotten in het kader van een blootstelling aan een bepaalde kredietnemer niet worden geacht aanleiding te geven tot een nieuwe "ten minste één betaling"-vereiste met betrekking tot dergelijke blootstelling. Ten minste één betaling

47. De betaling waarvan sprake in de vereiste dat "ten minste één betaling" moet zijn gedaan op het …

De betaling waarvan sprake in de vereiste dat "ten minste één betaling" moet zijn gedaan op het moment van de overdracht, moet voor de toepassing van artikel 20, lid 12, van Verordening (EU) 2017/2402 een huur, hoofdsom of rentebetaling of enige andere vorm van betaling zijn.

4.7 Niet overwegend afhankelijk van de verkoop van activa (artikel 20, lid 13)

Overwegend afhankelijk van de verkoop van activa

48. Voor de toepassing van artikel 20, lid 13, van Verordening (EU) 2017/2402 dienen transacties …

Voor de toepassing van artikel 20, lid 13, van Verordening (EU) 2017/2402 dienen transacties waarbij alle onderstaande voorwaarden van toepassing zijn, op het moment van de initiëring van de securitisatie in het geval van een aflossing van een securitisatie of tijdens de doorroltermijn in het geval van een revolverende securitisatie, te worden beschouwd als zijnde niet overwegend afhankelijk van de verkoop van activa die de onderliggende blootstellingen dekken, en dus toegestaan:

  • a) op de vervaldag van het contract van de onderliggende blootstellingen die afhankelijk zijn van de verkoop van de activa die deze onderliggende blootstellingen dekken om het hoofdsaldo te kunnen terugbetalen, komt het contractueel overeengekomen openstaande hoofdsaldo overeen met maximaal 50 % van de totale initiële waarde van de blootstellingen van alle securitisatieposities van de securitisatie;
  • b) de looptijden van de onder a) bedoelde onderliggende blootstellingen zijn niet onderhevig aan materiële concentraties en zijn voldoende gespreid over de looptijd van de transactie;
  • c) de totale blootstellingswaarde van alle onderliggende blootstellingen als bedoeld in punt a) aan één enkele debiteur is niet hoger dan 2 % van de totale blootstellingswaarde van alle onderliggende blootstellingen in de securitisatie.
49. Indien de securitisatie geen onderliggende blootstellingen bevat die afhankelijk zijn van de …

Indien de securitisatie geen onderliggende blootstellingen bevat die afhankelijk zijn van de verkoop van activa om het openstaande hoofdsaldo te kunnen terugbetalen op de vervaldag van het contract, zijn de in alinea 48 genoemde vereisten niet van toepassing.

Vrijstelling in artikel 20, lid 13, tweede alinea, van Verordening (EU) 2017/2402

50. Met het oog op de vrijstelling in artikel 20, lid 13, tweede alinea, van Verordening (EU) …

Met het oog op de vrijstelling in artikel 20, lid 13, tweede alinea, van Verordening (EU) 2017/2402 met betrekking tot de terugbetaling van de houders van securitisatieposities waarvan de onderliggende blootstellingen worden gedekt door activa waarvan de waarde wordt gegarandeerd of volledig opgevangen door een terugkoopverplichting van hetzij de activa die de onderliggende blootstellingen dekken, hetzij van de onderliggende blootstellingen zelf van (een) andere derde partij(en), dienen de verkoper of de derde partijen te voldoen aan de twee volgende voorwaarden:

  • a) ze zijn niet insolvent;
  • b) er is geen reden om aan te nemen dat de entiteit haar verplichtingen uit hoofde van de garantie of de terugkoopverplichting niet zou kunnen nakomen.

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis
  • EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/