+Artikel 229 1.

Artikel 229 1.

De waardering van onroerend goed voldoet aan alle volgende vereisten:

a) 

de waarde wordt, onafhankelijk van de procedures van de instelling voor hypotheekacceptatie, behandeling van de aanvraag voor en de acceptatie van een lening, gewaardeerd door een onafhankelijke schatter die over de nodige kwalificaties, bekwaamheid en ervaring beschikt om een waardering uit te voeren;

b) 

de waarde wordt getaxeerd aan de hand van voorzichtige conservatieve waarderingscriteria die aan alle volgende vereisten voldoen:

i) 

de waarde laat verwachtingen over prijsstijgingen buiten beschouwing;

ii) 

de waarde wordt aangepast om rekening te houden met de mogelijkheid dat de huidige marktwaarde aanzienlijk hoger ligt dan de waarde die over de looptijd van de lening houdbaar zou zijn;

c) 

de waarde wordt op transparante en duidelijke wijze gedocumenteerd;

d) 

de waarde is niet hoger dan een marktwaarde voor het onroerend goed indien die marktwaarde kan worden bepaald;

e) 

indien het onroerend goed wordt geherwaardeerd, bedraagt de onroerendgoedwaarde niet meer dan de gemiddelde waarde die voor dat onroerend goed of voor een vergelijkbaar onroerend goed over de laatste zes jaar voor niet-zakelijk onroerend goed of acht jaar voor zakelijk onroerend goed is gemeten, dan wel de waarde bij initiëring, indien deze hoger is.

Voor de berekening van de gemiddelde waarde nemen de instellingen het gemiddelde van de met gelijke intervallen waargenomen waarden van het onroerende goed, waarbij de referentieperiode ten minste drie waarnemingsmomenten omvat.

Voor de berekening van de gemiddelde waarde kunnen instellingen gebruikmaken van de resultaten van controle van de waarde van onroerend goed overeenkomstig artikel 208, lid 3. De onroerendgoedwaarde kan hoger zijn dan die gemiddelde waarde of de waarde bij initiëring, naargelang het geval, in het geval van wijzigingen aan het onroerend goed die de waarde ervan ondubbelzinnig verhogen, zoals verbeteringen van de energieprestatie of verbeteringen van de bestendigheid, bescherming tegen en aanpassing aan fysieke risico’s van het pand of de wooneenheid. De onroerendgoedwaarde mag niet naar boven worden geherwaardeerd indien instellingen niet over voldoende informatie beschikken om de gemiddelde waarde te berekenen, tenzij de waardestijging gebaseerd is op aanpassingen aan het onroerend goed die de waarde ervan onmiskenbaar verhogen.

Bij de waardering van onroerend goed wordt rekening gehouden met eventuele eerdere vorderingen op het goed, tenzij een eerdere vordering in aanmerking wordt genomen bij de berekening van het brutoblootstellingsbedrag op grond van artikel 124, lid 6, punt c), of als vermindering van het bedrag van 55 % van de onroerendgoedwaarde op grond van artikel 125, lid 1, of artikel 126, lid 1, en weerspiegelt zij, in voorkomend geval, de resultaten van de krachtens artikel 208, lid 3, vereiste controle.

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis