3. De afwikkelingsautoriteiten besluiten in de volgende situaties dat een entiteit niet langer een overbruggingsonderneming is, al naargelang welke situatie zich het eerst voordoet:
|
a)
|
de overbruggingsonderneming fuseert met een andere entiteit;
|
|
b)
|
de overbruggingsonderneming voldoet niet langer aan de vereisten van artikel 32, lid 2;
|
|
c)
|
alle of vrijwel alle activa, rechten of passiva van de overbruggingsonderneming worden verkocht aan een derde-verkrijger;
|
|
d)
|
de activa van de overbruggingsonderneming worden volledig geliquideerd en haar passiva worden volledig voldaan.
|