4. Een afwikkelingsautoriteit die het niet eens is met of afwijkt van de door de afwikkelingsautoriteit op groepsniveau voorgestelde groepsafwikkelingsregeling of die om redenen van financiële stabiliteit meent dat zij ten aanzien van een entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten a) tot en met e), onafhankelijke afwikkelingsmaatregelen of andere maatregelen moeten nemen die verschillen van die welke in het kader van de groepsafwikkelingsregeling zijn voorgesteld:
|
a)
|
geeft een omstandige motivering van het meningsverschil of van de redenen om af te wijken van de groepsafwikkelingsregeling;
|
|
b)
|
meldt de in punt a) bedoelde motivering aan de afwikkelingsautoriteit op groepsniveau en de andere afwikkelingsautoriteiten die onder de groepsafwikkelingsregeling vallen;
|
|
c)
|
deelt de afwikkelingsautoriteit op groepsniveau en de andere afwikkelingsautoriteiten die onder de groepsafwikkelingsregeling vallen, mee welke maatregelen zij voornemens is te nemen.
|
Wanneer de desbetreffende afwikkelingsautoriteit haar verschil van mening motiveert, houdt zij terdege rekening met de groepsafwikkelingsplannen, de mogelijke gevolgen van de onafhankelijke afwikkelingsmaatregelen of andere maatregelen die zij zal nemen voor de financiële stabiliteit, begrotingsmiddelen, verzekeringsgarantiestelsels, en financieringsregelingen in de betrokken lidstaten, en de mogelijke gevolgen van die afwikkelingsmaatregelen of andere maatregelen voor andere delen van de groep.