|
Een icbe selecteert ten minste twee geschikte instrumenten voor liquiditeitsbeheer uit die genoemd zijn in bijlage II bis, punten 2 tot en met 8, nadat zij de geschiktheid van die instrumenten ten aanzien van haar nagestreefde beleggingsstrategie, haar liquiditeitsprofiel en haar terugbetalingsbeleid heeft beoordeeld. De icbe neemt die instrumenten in haar fondsreglement of de statuten op voor eventueel gebruik in het belang van de beleggers in de icbe. Die selectie mag niet alleen de in bijlage II bis, punten 5 en 6, bedoelde instrumenten omvatten. In afwijking van de eerste alinea kan een icbe besluiten slechts één instrument voor liquiditeitsbeheer uit bijlage II bis, punten 2 tot en met 8, te selecteren indien aan die icbe een vergunning is verleend als geldmarktfonds overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1131 van het Europees Parlement en de Raad (
16
). De icbe voert gedetailleerde beleidslijnen en procedures in voor de activering en deactivering van een gekozen liquiditeitsbeheerinstrument, alsook operationele en administratieve regelingen voor het gebruik van een dergelijk instrument. De in de eerste en tweede alinea bedoelde selectie en de gedetailleerde beleidslijnen en procedures voor de activering en deactivering worden meegedeeld aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de icbe. Terugbetaling in natura zoals bedoeld in bijlage II bis, punt 8, wordt alleen geactiveerd om te voldoen aan door professionele beleggers gevraagde terugbetalingen en indien de terugbetaling in natura overeenkomt met een evenredig aandeel in de door de icbe aangehouden activa. In afwijking van de vierde alinea van dit lid hoeft de terugbetaling in natura niet overeen te komen met een evenredig aandeel in de door de icbe aangehouden activa indien die icbe uitsluitend ten aanzien van professionele beleggers wordt verhandeld of indien het beleggingsbeleid van die icbe tot doel heeft de samenstelling van een bepaalde aandelen- of obligatie-index te reproduceren en die icbe een beursverhandeld fonds is zoals gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 46, van Richtlijn 2014/65/EU.
|