+GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2019/758 VAN DE COMMISSIE van 31 januari 2019 tot aanvulling van Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot technische reguleringsnormen inzake de minimumactie en de soort bijkomende maatregelen waartoe krediet- en financiële instellingen verplicht zijn met het oog op het beperken van het witwasrisico en het risico van terrorismefinanciering in bepaalde derde landen (Voor de EER relevante tekst)
---+Preamble: 1
---+Artikel 1 Onderwerp en toepassingsgebied
---+Artikel 2 Algemene verplichtingen voor elk derde land
------+Artikel 2 a)
------+Artikel 2 b)
------+Artikel 2 c)
------+Artikel 2 d)
---+Artikel 3 Individuele risicobeoordelingen
------+Artikel 3 1
------+Artikel 3 2
------+Artikel 3 3
---+Artikel 4 De uitwisseling en verwerking van cliëntgegevens
------+Artikel 4 1
------+Artikel 4 2
------+Artikel 4 3
------+Artikel 4 4
---+Artikel 5 Mededeling van informatie in verband met verdachte transacties
------+Artikel 5 1
------+Artikel 5 2
------+Artikel 5 3
------+Artikel 5 4
---+Artikel 6 Doorgifte van cliëntgegevens aan de lidstaten
------+Artikel 6 a)
------+Artikel 6 b)
------+Artikel 6 c)
------+Artikel 6 d)
------+Artikel 6 e)
---+Artikel 7 Bewaring van bewijsstukken
------+Artikel 7 1
------+Artikel 7 2
------+Artikel 7 3
---+Artikel 8 Bijkomende maatregelen
------+Artikel 8 a)
------+Artikel 8 b)
------+Artikel 8 c)
------+Artikel 8 d)
------+Artikel 8 e)
------+Artikel 8 f)
------+Artikel 8 g)
------+Artikel 8 h)
------+Artikel 8 i)
------+Artikel 8 j)
---+Artikel 9 Inwerkingtreding
|
English -
European Union -
Financial Industry -
Anti-Money Laundering -
GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2019/758 VAN DE COMMISSIE van 31 januari 2019 tot aanvulling van Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot technische reguleringsnormen inzake de minimumactie en de soort bijkomende maatregelen waartoe krediet- en financiële instellingen verplicht zijn met het oog op het beperken van het witwasrisico en het risico van terrorismefinanciering in bepaalde derde landen (Voor de EER relevante tekst)
GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2019/758 VAN DE COMMISSIE
van 31 januari 2019
tot aanvulling van Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot technische reguleringsnormen inzake de minimumactie en de soort bijkomende maatregelen waartoe krediet- en financiële instellingen verplicht zijn met het oog op het beperken van het witwasrisico en het risico van terrorismefinanciering in bepaalde derde landen
(Voor de EER relevante tekst)
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
Preamble: 1
|
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie (1), en met name artikel 45, lid 7,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1)
|
Krediet- en financiële instellingen zijn verplicht tot het identificeren, beoordelen en beheren van het witwasrisico en het risico van terrorismefinanciering waaraan zij worden blootgesteld, met name wanneer zij bijkantoren of meerderheidsdochters in derde landen hebben of omdat zij overwegen bijkantoren of meerderheidsdochters in derde landen te vestigen. Daarom zijn bij Richtlijn (EU) 2015/849 normen vastgesteld om het witwasrisico en het risico van terrorismefinanciering effectief te beoordelen en te beheren op groepsniveau.
|
|
(2)
|
De consistente toepassing van op groepsniveau geldende gedragslijnen en procedures ter bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering is van essentieel belang voor een krachtig en effectief beheer van het witwasrisico en het risico van terrorismefinanciering binnen de groep.
|
|
(3)
|
Er zijn echter omstandigheden waarin een groep bijkantoren of meerderheidsdochters exploiteert in een derde land waar het volgens het recht van dat land niet is toegestaan op groepsniveau geldende gedragslijnen en procedures ter bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering toe te passen. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer de groep door het recht van het derde land op het gebied van gegevensbescherming of het bankgeheim beperkt wordt in haar mogelijkheden om toegang te krijgen tot informatie over cliënten van bijkantoren of meerderheidsdochters in het derde land, of om deze informatie te verwerken of uit te wisselen.
|
|
(4)
|
In die omstandigheden, en in situaties waarin de bevoegde autoriteiten geen doeltreffend toezicht kunnen uitoefenen op de naleving van de vereisten van Richtlijn (EU) 2015/849 door de groep doordat zij geen toegang hebben tot relevante informatie die in het bezit is van bijkantoren of meerderheidsdochters in derde landen, zijn met het oog op een effectief beheer van het witwasrisico en het risico van terrorismefinanciering bijkomende gedragslijnen en procedures vereist. Deze bijkomende gedragslijnen en procedures kunnen het verkrijgen van de toestemming van cliënten omvatten, wat kan helpen om bepaalde juridische belemmeringen voor de toepassing van op groepsniveau geldende gedragslijnen en procedures ter bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering in derde landen waar andere opties beperkt zijn, te ondervangen.
|
|
(5)
|
Omdat juridische belemmeringen voor de toepassing van op groepsniveau geldende gedragslijnen en procedures een consistente respons op Unieniveau vergen, is het gerechtvaardigd om specifieke minimummaatregelen vast te stellen die in dergelijke situaties door de krediet- en financiële instellingen moeten worden genomen. Deze bijkomende gedragslijnen en procedures dienen evenwel risicogebaseerd te zijn.
|
|
(6)
|
De krediet- en financiële instellingen moeten tegenover hun bevoegde autoriteit kunnen aantonen dat de werkingssfeer van de door hen genomen bijkomende maatregelen in verhouding staat tot het witwasrisico en het risico van terrorismefinanciering. Indien de bevoegde autoriteit van oordeel is dat de door een krediet- of financiële instelling genomen bijkomende maatregelen niet volstaan om dat risico te beheren, moet de bevoegde autoriteit deze instelling kunnen opdragen specifieke maatregelen te treffen om te waarborgen dat de betrokken instelling haar verplichtingen op het gebied van de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering nakomt.
|
|
(7)
|
Bij Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 (2), (EU) nr. 1094/2010 (3) en (EU) nr. 1095/2010 (4) van het Europees Parlement en de Raad worden respectievelijk de Europese Bankautoriteit (EBA), de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (Eiopa) en de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA) gemachtigd tot het geven van richtsnoeren met het oog op de gemeenschappelijke, uniforme en consistente toepassing van het Unierecht. In het kader van de naleving van deze verordening moeten krediet- en financiële instellingen rekening houden met de overeenkomstig artikel 17 en artikel 18, lid 4, van Richtlijn (EU) 2015/849 gegeven richtsnoeren inzake vereenvoudigd en verscherpt cliëntenonderzoek en de factoren voor het beoordelen van het met individuele zakelijke relaties en occasionele transacties verbonden witwasrisico en risico van terrorismefinanciering, en moeten zij alles in het werk stellen om deze richtsnoeren te volgen.
|
|
(8)
|
De bepalingen van deze verordening gelden onverminderd het recht van de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst om uit hoofde van artikel 45, lid 5, van Richtlijn (EU) 2015/849 bijkomende toezichtmaatregelen te nemen indien de toepassing van de bij deze verordening vastgestelde bijkomende maatregelen niet blijkt te volstaan.
|
|
(9)
|
De bepalingen van deze verordening gelden ook onverminderd de verscherpte cliëntenonderzoeksmaatregelen die krediet- en financiële instellingen moeten nemen ten aanzien van natuurlijke personen of juridische entiteiten die gevestigd zijn in landen die de Commissie op grond van artikel 9 van Richtlijn (EU) 2015/849 heeft geïdentificeerd als landen met een hoog risico.
|
|
(10)
|
Krediet- en financiële instellingen moeten voldoende tijd krijgen om hun gedragslijnen en procedures in overeenstemming te brengen met de vereisten van deze verordening. Met het oog daarop is het passend dat deze verordening drie maanden nadat ze in werking is getreden van toepassing wordt.
|
|
(11)
|
Deze verordening is gebaseerd op de bij de Commissie ingediende ontwerpen van technische reguleringsnormen die zijn ontwikkeld door de Europese toezichthoudende autoriteiten (de Europese Bankautoriteit, de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen en de Europese Autoriteit voor effecten en markten).
|
|
(12)
|
De Europese toezichthoudende autoriteiten hebben openbare publieksraadplegingen gehouden over de ontwerpen van technische reguleringsnormen waarop deze verordening is gebaseerd, hebben de mogelijke daaraan verbonden kosten en baten geanalyseerd, en hebben de bij artikel 37 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 opgerichte Stakeholdergroep bankwezen om advies verzocht,
|
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 31 januari 2019.
Voor de Commissie
De voorzitter
Jean-Claude JUNCKER
|
|
Artikel 1 Onderwerp en toepassingsgebied
|
Artikel 1
Onderwerp en toepassingsgebied
Deze verordening bevat een reeks bijkomende maatregelen, met inbegrip van minimumactie, die krediet- en financiële instellingen moeten nemen om het witwasrisico en het risico van terrorismefinanciering doeltreffend te beheersen wanneer het recht van een derde land niet toestaat dat op groepsniveau geldende gedragslijnen en procedures als bedoeld in artikel 45, leden 1 en 3, van Richtlijn (EU) 2015/849 ten uitvoer worden gelegd door tot de groep behorende bijkantoren of meerderheidsdochters die in het derde land zijn gevestigd.
|
|
Artikel 2 Algemene verplichtingen voor elk derde land
|
De krediet- en financiële instellingen zorgen er met betrekking tot elk derde land waar zij een bijkantoor of een meerderheidsdochter hebben gevestigd, ten minste voor dat:
|
|
Artikel 3 Individuele risicobeoordelingen
|
|
|
Artikel 4 De uitwisseling en verwerking van cliëntgegevens
|
|
|
Artikel 5 Mededeling van informatie in verband met verdachte transacties
|
|
|
Artikel 6 Doorgifte van cliëntgegevens aan de lidstaten
|
Indien het recht van een derde land een verbod of beperking oplegt op het doorgeven van gegevens over cliënten van in het derde land gevestigde bijkantoren en meerderheidsdochters aan een lidstaat met het oog op het toezicht op de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering, zorgen de krediet- en financiële instellingen er ten minste voor dat:
|
|
Artikel 7 Bewaring van bewijsstukken
|
|
|
Artikel 8 Bijkomende maatregelen
|
De krediet- en financiële instellingen nemen de volgende bijkomende maatregelen uit hoofde van, respectievelijk, artikel 3, lid 2, artikel 4, lid 2, artikel 5, lid 2, en artikel 7, lid 2:
|
|
Artikel 9 Inwerkingtreding
|
Artikel 9
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 3 september 2019.
(1)
PB L 141 van 5.6.2015, blz. 73.
(2) Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 12).
(3) Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/79/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 48).
(4) Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 84).
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|