+Artikel 5 Mededeling van informatie in verband met verdachte transacties
---+Artikel 5 1
---+Artikel 5 2
---+Artikel 5 3
---+Artikel 5 4
|
Artikel 5 Mededeling van informatie in verband met verdachte transacties
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
Artikel 5 1
|
1. Indien het recht van een derde land een verbod of beperking oplegt op het delen van in artikel 33, lid 1, van Richtlijn (EU) 2015/849 bedoelde informatie tussen in het derde land gevestigde bijkantoren en meerderheidsdochters enerzijds en andere tot de groep behorende entiteiten anderzijds, zorgen de krediet- en financiële instellingen er ten minste voor dat:
|
a)
|
de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst zonder onnodige vertraging en in elk geval uiterlijk 28 kalenderdagen na de identificatie van het derde land in kennis wordt gesteld van:
|
i)
|
de naam van het betrokken derde land;
|
|
ii)
|
de wijze waarop de tenuitvoerlegging van het recht van het derde land een verbod of beperking oplegt op het delen van de inhoud van in artikel 33, lid 1, van Richtlijn (EU) 2015/849 bedoelde, door een bijkantoor of meerderheidsdochter geïdentificeerde informatie met andere tot de betrokken groep behorende entiteiten, en op het verwerken van die informatie;
|
|
|
b)
|
het bijkantoor of de meerderheidsdochter het hoger leidinggevend personeel van de krediet- of financiële instelling voorziet van de nodige relevante informatie om het met de exploitatie van dat bijkantoor of die meerderheidsdochter verbonden witwasrisico en risico van terrorismefinanciering, alsook de impact daarvan op de groep te kunnen beoordelen — deze informatie kan bestaan uit:
|
i)
|
het aantal verdachte transacties die binnen een vastgestelde periode zijn gemeld;
|
|
ii)
|
geaggregeerde statistische gegevens die een overzicht bieden van de omstandigheden op basis waarvan de verdenking is ontstaan.
|
|
|
|
Artikel 5 2
|
2. De krediet- en financiële instellingen nemen naast hun standaardmaatregelen voor de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering en de in lid 1 bedoelde maatregelen bijkomende risicobeheersmaatregelen.
Deze bijkomende maatregelen omvatten een of meer van de in artikel 8, onder a), b), c), g), h) en i), vervatte maatregelen.
|
|
Artikel 5 3
|
3. Indien een krediet- of financiële instelling het witwasrisico en het risico van terrorismefinanciering niet effectief kan beheren aan de hand van de in de leden 1 en 2 bedoelde maatregelen, beëindigt zij de bedrijfsactiviteiten van haar in het derde land gevestigde bijkantoor of meerderheidsdochter volledig of gedeeltelijk.
|
|
Artikel 5 4
|
4. De krediet- en financiële instellingen bepalen de reikwijdte van de in de leden 2 en 3 bedoelde bijkomende maatregelen op basis van de risicogevoeligheid en zijn in staat om tegenover hun bevoegde autoriteit aan te tonen dat de reikwijdte van de bijkomende maatregelen in verhouding staat tot het witwasrisico en het risico van terrorismefinanciering.
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|