+Artikel 24 5.
|
Artikel 24 5.
Een motor die representatief is voor het motortype of, waar van toepassing, de basismotor van de motorfamilie, of een motor die is geselecteerd overeenkomstig lid 3, tweede alinea, wordt getest op een dynamometer met gebruikmaking van de toepasselijke testcyclus in statische toestand (niet voor wegverkeer) zoals vermeld in tabellen IV-1 tot en met IV-10 in bijlage IV. De fabrikant kan voor het uitvoeren van de tests kiezen voor de specifieke modus of de modus met overgangen. Met uitzondering van de in de leden 7 en 8 vermelde gevallen hoeft een motor met variabel toerental van een bepaalde categorie die in een toepassing met constant toerental van dezelfde categorie wordt gebruikt, niet te worden getest met de testcyclus in statische toestand met het toepasselijke constante toerental.
1. Overzicht
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|