+Artikel 24 Voor EU-typegoedkeuring vereiste tests
---+Artikel 24 1.
---+Artikel 24 2.
---+Artikel 24 3.
---+Artikel 24 4.
---+Artikel 24 5.
---+Artikel 24 6.
---+Artikel 24 7.
---+Artikel 24 8.
---+Artikel 24 9.
---+Artikel 24 10.
---+Artikel 24 11.
---+Artikel 24 12.
|
Artikel 24 Voor EU-typegoedkeuring vereiste tests
Voor EU-typegoedkeuring vereiste tests
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
Artikel 24 1.
|
Door middel van passende tests die door aangewezen technische diensten worden uitgevoerd, wordt aangetoond dat aan de technische voorschriften van deze verordening is voldaan. De procedures voor de metingen en tests, alsmede de specifieke uitrustingsstukken en instrumenten voor de uitvoering van deze testen, zijn in artikel 25 vastgesteld.
|
|
Artikel 24 2.
|
De fabrikant stelt de goedkeuringsinstantie het aantal motoren ter beschikking dat volgens de relevante gedelegeerde handelingen nodig is voor de uitvoering van de voorgeschreven tests.
|
|
Artikel 24 3.
|
De voorgeschreven tests worden uitgevoerd op motoren die representatief zijn voor het goed te keuren motortype of, waar van toepassing, de goed te keuren basismotor van de motorfamilie. Niettegenstaande de eerste alinea kan de fabrikant, in overeenstemming met de goedkeuringsinstantie, een motor selecteren die weliswaar niet representatief is voor het goed te keuren motortype of, indien van toepassing, niet representatief is voor de goed te keuren basismotor van de motorfamilie, maar die een aantal van de meest ongunstige kenmerken ten aanzien van het vereiste prestatieniveau bezit. Tijdens de selectieprocedure mogen ter ondersteuning van de besluitvorming virtuele testmethoden worden gebruikt.
|
|
Artikel 24 4.
|
De testcycli die van toepassing zijn op de uitvoering van EU-typegoedkeuringstests zijn opgenomen in bijlage IV. De testcycli die van toepassing zijn op alle in de EU-typegoedkeuring opgenomen motortypen worden vermeld in het informatiedocument.
|
|
Artikel 24 5.
|
Een motor die representatief is voor het motortype of, waar van toepassing, de basismotor van de motorfamilie, of een motor die is geselecteerd overeenkomstig lid 3, tweede alinea, wordt getest op een dynamometer met gebruikmaking van de toepasselijke testcyclus in statische toestand (niet voor wegverkeer) zoals vermeld in tabellen IV-1 tot en met IV-10 in bijlage IV. De fabrikant kan voor het uitvoeren van de tests kiezen voor de specifieke modus of de modus met overgangen. Met uitzondering van de in de leden 7 en 8 vermelde gevallen hoeft een motor met variabel toerental van een bepaalde categorie die in een toepassing met constant toerental van dezelfde categorie wordt gebruikt, niet te worden getest met de testcyclus in statische toestand met het toepasselijke constante toerental.
|
|
Artikel 24 6.
|
In geval van een motor met constant toerental met een regelaar die op een verschillend toerental kan worden ingesteld, worden de in lid 5 opgenomen voorschriften voor ieder toepasbaar constant toerental nageleefd en geeft het informatiedocument aan welke snelheden voor ieder motortype van toepassing zijn.
|
|
Artikel 24 7.
|
In geval van een motor uit categorie IWP bestemd voor gebruik in zowel werking met variabel toerental als werking met constant toerental, worden de in lid 5 vastgestelde voorschriften voor iedere toepasselijke testcyclus in statische toestand afzonderlijk nageleefd en geeft het informatiedocument iedere testcyclus in statische toestand aan waarvoor aan die voorschriften is voldaan.
|
|
Artikel 24 8.
|
In geval van een motor uit categorie IWP die bestemd is voor gebruik in de plaats van een motor uit de categorie IWA overeenkomstig artikel 4, lid 2, wordt afzonderlijk aan de voorschriften van lid 5 van dit artikel voor iedere toepasselijke in tabellen IV-5 en IV-6 van bijlage IV opgenomen testcyclus in statische toestand voldaan en geeft het informatiedocument iedere testcyclus in statische toestand aan waarvoor aan deze voorschriften is voldaan.
|
|
Artikel 24 9.
|
Met uitzondering van motoren waarvoor overeenkomstig artikel 34, leden 5 en 6, een typegoedkeuring is verleend, worden motoren met variabel toerental uit de categorie NRE met een nettovermogen van minimaal 19 kW en maximaal 560 kW in aanvulling op de voorschriften van lid 5 van dit artikel, ook getest op een dynamometer met een transiënte testcyclus zoals vastgesteld in tabel IV-11 van bijlage IV.
|
|
Artikel 24 10.
|
Motoren uit de subcategorieën NRS-v-2b en NRS-v-3 met een maximaal toerental van minder dan of gelijk aan 3 400 tpm worden in aanvulling op de voorschriften van lid 5, ook getest op een dynamometer met een transiënte testcyclus zoals vastgesteld in tabel IV-12 van bijlage IV.
|
|
Artikel 24 11.
|
De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 55 gedelegeerde handelingen vast te stellen die deze verordening aanvullen door het vastleggen van de gedetailleerde technische specificaties en karakteristieken van de in dit artikel bedoelde testcycli in statische toestand en transiënte testcycli, met inbegrip van de overeenkomstige methode voor het bepalen van de instellingen betreffende de belasting en snelheid van de motor. Die gedelegeerde handelingen worden uiterlijk op 31 december 2016 vastgesteld.
|
|
Artikel 24 12.
|
De Commissie kan gedelegeerde handelingen vaststellen om het uniforme formaat van het voor EU-typegoedkeuring vereiste testverslag vast te stellen. Die uitvoeringshandelingen worden uiterlijk op 31 december 2016 volgens de in artikel 56, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|