3. In het beleid wordt het zorgvuldigheidsproces voor de selectie en beoordeling van de potentiële derde aanbieders van ICT-diensten vastgesteld en wordt aangegeven welke van de volgende elementen moeten worden gebruikt voor het vereiste zekerheidsniveau met betrekking tot de prestaties van de derde aanbieder van ICT-diensten:
|
(a)
|
audits of onafhankelijke beoordelingen die door of namens de financiële entiteit worden uitgevoerd;
|
|
(b)
|
het gebruik van onafhankelijke auditverslagen die op verzoek van de derde aanbieder van ICT-diensten worden opgesteld;
|
|
(c)
|
het gebruik van auditverslagen van de interneauditfunctie van de derde aanbieder van ICT-diensten;
|
|
(d)
|
het gebruik van passende certificeringen door derde partijen;
|
|
(e)
|
het gebruik van andere relevante informatie waarover de financiële entiteit beschikt of andere door de derde aanbieder van ICT-diensten verstrekte informatie.
|