3. Voor de toepassing van lid 1, punt b), hanteren de lidstaten per cliënt en per transactie een maximumlimiet, ongeacht of de transactie plaatsvindt in één verrichting, dan wel in de vorm van onderling samenhangende transacties. Die maximumlimiet wordt, afhankelijk van het soort financiële activiteit, bepaald door de lidstaten. De limiet moet voldoende laag liggen om ervoor te zorgen dat dit soort transacties geen geschikte of doelmatige methode vormen voor witwassen of terrorismefinanciering, en bedraagt niet meer dan 1 000 EUR, of de tegenwaarde in de nationale munteenheid, ongeacht het betaalmiddel.