7. Toezichthouders kunnen, rechtstreeks of in samenwerking met andere autoriteiten in die lidstaat, meldingsplichtige entiteiten geheel of gedeeltelijk vrijstellen van de toepassing van de in artikel 20, lid 1, punten a), b) en c), bedoelde cliëntenonderzoeksmaatregelen met betrekking tot elektronisch geld op basis van het bewezen lage risico van de aard van het product, indien aan alle volgende risicobeperkende voorwaarden is voldaan:
|
a)
|
het betalingsinstrument is niet herlaadbaar, en het opgeslagen bedrag bedraagt niet meer dan 150 EUR of de tegenwaarde in de nationale munteenheid;
|
|
b)
|
het betalingsinstrument wordt uitsluitend gebruikt om goederen of diensten aan te kopen die door de uitgever worden verstrekt, of binnen een netwerk van dienstverleners;
|
|
c)
|
het betalingsinstrument is niet gekoppeld aan een betaalrekening en staat niet toe dat een opgeslagen bedrag wordt omgewisseld tegen contanten of cryptoactiva;
|
|
d)
|
de uitgever voert een monitoring van de transacties of de zakelijke relatie uit die toereikend is voor het opsporen van ongebruikelijke of verdachte transacties.
|