1. Elke lidstaat stelt een lijst op met de exacte functies die overeenkomstig zijn nationale wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen als prominente publieke functies worden aangemerkt voor de toepassing van artikel 2, lid 1, punt 34, en houdt die lijst up-to-date. De lidstaten verzoeken de op hun grondgebied geaccrediteerde internationale organisaties een lijst van prominente publieke functies bij die internationale organisatie op te stellen en up-to-date te houden voor de toepassing van artikel 2, lid 1, punt 34. Die lijsten omvatten ook alle functies die kunnen worden toevertrouwd aan vertegenwoordigers van derde landen en van internationale organen die op het niveau van de lidstaat geaccrediteerd zijn. De lidstaten stellen de Commissie en de AMLA in kennis van die lijsten en van alle wijzigingen die daarin zijn aangebracht.