1. Meldingsplichtige entiteiten kunnen steunen op andere meldingsplichtige entiteiten, ongeacht of die in een lidstaat of in een derde land gevestigd zijn, om te voldoen aan de cliëntenonderzoeksvereisten die zijn vastgelegd in artikel 20, lid 1, punten a), b) en c), mits:
|
a)
|
de andere meldingsplichtige entiteiten de in deze verordening vastgelegde vereisten inzake cliëntenonderzoek en bewaring van gegevens of daaraan gelijkwaardige vereisten toepassen wanneer zij in een derde land verblijven of gevestigd zijn;
|
|
b)
|
de andere meldingsplichtige entiteiten op een manier die consistent is met hoofdstuk IV van Richtlijn (EU) 2024/1640 toezicht houden op de naleving van de AML/CFT-vereisten.
|
De eindverantwoordelijkheid voor de naleving van de cliëntenonderzoeksvereisten blijft berusten bij de meldingsplichtige entiteit die steunt op een andere meldingsplichtige entiteit.