1. De betalingsdienstaanbieder van de begunstigde voert doeltreffende, risicogebaseerde procedures uit, waaronder procedures die gebaseerd zijn op de risicogevoeligheid als bedoeld in artikel 13 van Richtlijn (EU) 2015/849, om te bepalen of een geldovermaking waarbij de vereiste volledige informatie over de betaler of de begunstigde ontbreekt, moet worden uitgevoerd, geweigerd of opgeschort en welke passende actie daarbij kan worden ondernomen.
Ingeval de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde bij ontvangst van een geldovermaking tot de bevinding komt dat de in artikel 4, lid 1, punten a), b) en c), artikel 4, lid 2, punten a) en b), artikel 5, lid 1, of artikel 6 bedoelde informatie ontbreekt, onvolledig is of niet is ingevuld met karakters of gegevens die toegelaten zijn overeenkomstig de procedures van het berichten- of betalings- en afwikkelingssysteem als bedoeld in artikel 7, lid 1, moet de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde op grond van risicogevoeligheid:
|
a)
|
de overmaking weigeren, of
|
|
b)
|
om de vereiste informatie over de betaler en de begunstigde verzoeken voor of na het crediteren van de betaalrekening van de begunstigde of het ter beschikking stellen van de geldmiddelen aan de begunstigde.
|