+Artikel 3 3
|
Artikel 3 3
3. Om het aantal en de samenstelling van de leden van het gezamenlijke onderzoeksteam te bepalen, houdt de lead overseer ten minste rekening met al het volgende:
|
a)
|
het beoogde niveau van intensiteit van de met betrekking tot alle kritieke derde aanbieders van ICT-diensten uit te voeren oversightactiviteiten;
|
|
b)
|
de omvang en complexiteit van de derde aanbieder van ICT-diensten waarop oversight wordt verricht door het gezamenlijke onderzoeksteam en door de ETA’s als lead overseer;
|
|
c)
|
de specifieke individuele oversightbehoeften met betrekking tot de specifieke kritieke derde aanbieder van ICT-diensten, zoals beoordeeld door de lead overseer;
|
|
d)
|
de stabiliteit van de samenstelling van het gezamenlijke onderzoeksteam, waarbij ervoor wordt gezorgd dat de kennis naar behoren wordt bewaard;
|
|
e)
|
de vaardigheden die nodig zijn voor de uitvoering van de taken door het gezamenlijke onderzoeksteam, rekening houdend met de technische en niet-technische ICT-kennisvereisten;
|
|
f)
|
de lidstaten waar de kritieke derde aanbieder van ICT-diensten ICT-diensten verleent ter ondersteuning van kritieke of belangrijke functies van de financiële entiteiten, en de bevoegde autoriteiten die toezicht houden op de financiële entiteiten die van die diensten gebruikmaken;
|
|
g)
|
de verschillende soorten, omvang en aantallen financiële entiteiten waaraan de kritieke derde aanbieder van ICT-diensten ICT-diensten verleent ter ondersteuning van kritieke of belangrijke functies;
|
|
h)
|
de bevoegde autoriteiten die toezicht houden op de financiële entiteiten die het meest afhankelijk zijn van de ICT-diensten die door de cruciale derde aanbieders van ICT-diensten worden verleend;
|
|
i)
|
een evenredige sectoroverschrijdende vertegenwoordiging van de aanwijzende autoriteiten van het gezamenlijke onderzoeksteam.
|
1. Overzicht
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|