+Artikel 75 Uitwisseling van informatie in het kader van partnerschappen voor informatie-uitwisseling
---+Artikel 75 1
---+Artikel 75 2
---+Artikel 75 3
---+Artikel 75 4
---+Artikel 75 5
---+Artikel 75 6
---+Artikel 75 7
|
Artikel 75 Uitwisseling van informatie in het kader van partnerschappen voor informatie-uitwisseling
-
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
Artikel 75 1
|
1. De leden van partnerschappen voor informatie-uitwisseling kunnen onderling informatie uitwisselen indien dat strikt noodzakelijk is voor de naleving van de verplichtingen uit hoofde van hoofdstuk III en artikel 69 en in overeenstemming met de grondrechten en de rechterlijke procedurele waarborgen.
|
|
Artikel 75 2
|
2. De meldingsplichtige entiteiten die voornemens zijn deel te nemen aan een partnerschap voor informatie-uitwisseling stellen hun respectievelijke toezichthoudende autoriteiten daarvan in kennis; deze autoriteiten zullen, in voorkomend geval in overleg met elkaar en met de autoriteiten die belast zijn met de verificatie van de naleving van Verordening (EU) 2016/679, verifiëren of het partnerschap voor informatie-uitwisseling over mechanismen beschikt om de naleving van dit artikel te waarborgen en of de in lid 4, punt h), genoemde gegevensbeschermingseffectbeoordeling is uitgevoerd. De verificatie vindt plaats voor de aanvang van de activiteiten van het partnerschap voor informatie-uitwisseling. In voorkomend geval raadplegen de toezichthoudende autoriteiten ook de FIE’s.
De deelnemers aan het partnerschap voor informatie-uitwisseling blijven verantwoordelijk voor de naleving van de vereisten op grond van het Unie- of het nationale recht.
|
|
Artikel 75 3
|
3. De uitgewisselde informatie in het kader van een partnerschap voor informatie-uitwisseling is beperkt tot:
|
a)
|
informatie over de cliënt, met inbegrip van alle informatie die is verkregen bij de identificatie en verificatie van de identiteit van de cliënt en, in voorkomend geval, de uiteindelijk begunstigde van de cliënt;
|
|
b)
|
informatie over het doel en de beoogde aard van de zakelijke relatie of de occasionele transactie tussen de cliënt en de meldingsplichtige entiteit, alsmede, in voorkomend geval, de bron van het vermogen en de bron van geldmiddelen van de cliënt;
|
|
c)
|
informatie over cliëntentransacties;
|
|
d)
|
informatie over hogere en lagere risicofactoren die aan de cliënt verbonden zijn;
|
|
e)
|
de analyse door de meldingsplichtige entiteit van de aan de cliënt verbonden risico’s op grond van artikel 20, lid 2;
|
|
f)
|
informatie in bezit van de meldingsplichtige entiteit op grond van artikel 77, lid 1;
|
|
g)
|
informatie over vermoedens op grond van artikel 69.
|
De in de eerste alinea bedoelde informatie wordt alleen uitgewisseld voor zover dit noodzakelijk is voor de uitvoering van de activiteiten van het partnerschap voor informatie-uitwisseling.
|
|
Artikel 75 4
|
4. De volgende voorwaarden zijn van toepassing op het delen van informatie in het kader van een partnerschap voor informatie-uitwisseling:
|
a)
|
de meldingsplichtige entiteiten registreren alle gevallen van informatie-uitwisseling binnen het partnerschap;
|
|
b)
|
de meldingsplichtige entiteiten vertrouwen niet uitsluitend op de informatie die ze in het kader van het partnerschap ontvangen hebben om aan de vereisten van deze verordening te voldoen;
|
|
c)
|
de meldingsplichtige entiteiten trekken geen conclusies of besluiten die invloed hebben op de zakelijke relatie met de cliënt of op de verrichting van occasionele transacties voor de cliënt op basis van ontvangen informatie van andere deelnemers aan het partnerschap voor informatie-uitwisseling, zonder die informatie te hebben beoordeeld; alle in het kader van het partnerschap ontvangen informatie die wordt gebruikt bij een beoordeling die leidt tot een besluit om een zakelijke relatie te weigeren of te beëindigen of om een occasionele transactie uit te voeren, wordt opgenomen in de overeenkomstig artikel 21, lid 3, bijgehouden registers, waarbij in dat register wordt vermeld dat de informatie afkomstig is van een partnerschap voor informatie-uitwisseling;
|
|
d)
|
de meldingsplichtige entiteiten voeren hun eigen beoordeling uit van transacties met cliënten om te beoordelen welke transacties verband kunnen houden met witwassen of terrorismefinanciering of met opbrengsten van criminele activiteiten;
|
|
e)
|
de meldingsplichtige entiteiten nemen passende technische en organisatorische maatregelen, waaronder maatregelen voor pseudonimisering, om de beveiliging en vertrouwelijkheid te waarborgen op een niveau dat in verhouding staat tot de aard en de omvang van de uitgewisselde informatie;
|
|
f)
|
de uitwisseling van informatie vindt alleen plaats in verband met cliënten:
|
i)
|
wier gedragingen of transactieactiviteiten verband houden met een hoger risico van witwassen, daarmee verband houdende basisdelicten of terrorismefinanciering, zoals vastgesteld op grond van de risicobeoordeling op Unieniveau en de nationale risicobeoordeling die zijn uitgevoerd overeenkomstig de artikelen 7 en 8 van Richtlijn (EU) 2024/1640;
|
|
ii)
|
die in een van de in de artikelen 29, 30, 31 en 36 tot en met 46 van deze verordening bedoelde situaties verkeren, of
|
|
iii)
|
voor wie de meldingsplichtige entiteiten aanvullende informatie moeten verzamelen om te bepalen of er sprake is van een hoger risico van witwassen, daarmee verband houdende basisdelicten of terrorismefinanciering;
|
|
|
g)
|
informatie die wordt gegenereerd door het gebruik van technologieën voor artificiële intelligentie en machinaal leren of algoritmen mag alleen worden gedeeld indien die processen onder passend menselijk toezicht stonden;
|
|
h)
|
voorafgaand aan de verwerking van persoonsgegevens wordt een gegevensbeschermingseffectbeoordeling zoals bedoeld in artikel 35 van Verordening (EU) 2016/679 uitgevoerd;
|
|
i)
|
de bevoegde autoriteiten die lid zijn van een partnerschap voor informatie-uitwisseling, verkrijgen, verstrekken en wisselen alleen informatie uit voor zover dit noodzakelijk is voor de uitvoering van hun taken uit hoofde van het toepasselijke Unie- of nationaal recht;
|
|
j)
|
de in artikel 2, lid 1, punt 44), c), van deze verordening genoemde bevoegde autoriteiten die deelnemen aan een partnerschap voor informatie-uitwisseling, verkrijgen, verstrekken of wisselen alleen persoonsgegevens en operationele informatie uit overeenkomstig het nationale recht tot omzetting van Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad (44) en de toepasselijke bepalingen van het nationale strafprocesrecht, met inbegrip van voorafgaande rechterlijke toestemming of andere nationale procedurele waarborgen, indien vereist;
|
|
k)
|
de uitwisseling van informatie over verdachte transacties op grond van lid 3, punt g), van dit artikel vindt alleen plaats indien de FIE bij wie de melding van verdachte transacties op grond van artikel 69 of artikel 70 is ingediend, hiermee heeft ingestemd.
|
|
|
Artikel 75 5
|
5. Informatie die in het kader van een partnerschap voor informatie-uitwisseling wordt ontvangen, wordt niet verder doorgegeven, tenzij:
|
a)
|
de informatie op grond van artikel 49, lid 1, aan een andere meldingsplichtige entiteit wordt verstrekt;
|
|
b)
|
de informatie moet worden opgenomen in een melding die bij de FIE wordt gedaan of wordt verstrekt in antwoord op een verzoek van de FIE op grond van artikel 69, lid 1;
|
|
c)
|
de informatie wordt aan de AMLA verstrekt op grond van artikel 93 van Verordening (EU) 2024/1620;
|
|
d)
|
de informatie wordt opgevraagd door rechtshandhavings- of gerechtelijke autoriteiten, onder voorbehoud van voorafgaande toestemming of andere procedurele waarborgen die volgens het nationale recht vereist zijn.
|
|
|
Artikel 75 6
|
6. Meldingsplichtige entiteiten die deelnemen aan partnerschappen voor informatie-uitwisseling stellen gedragslijnen en procedures voor het delen van informatie vast in hun op grond van artikel 9 vastgestelde interne gedragslijnen en procedures. Dergelijke gedragslijnen en procedures:
|
a)
|
specificeren de beoordeling die moet worden uitgevoerd om de omvang van de te delen informatie te bepalen en, indien nodig gezien de aard van de informatie of de toepasselijke gerechtelijke waarborgen, te voorzien in gedifferentieerde of beperkte toegang tot informatie voor leden van het partnerschap;
|
|
b)
|
beschrijven de rol en verantwoordelijkheden van de deelnemende partijen aan het partnerschap voor informatie-uitwisseling;
|
|
c)
|
identificeren de risicobeoordelingen waarmee de meldingsplichtige entiteit rekening zal houden bij het bepalen van situaties met een hoger risico waarin informatie kan worden gedeeld.
|
De in de eerste alinea genoemde interne gedragslijnen en procedures worden opgesteld voordat er aan een partnerschap voor informatie-uitwisseling wordt deelgenomen.
|
|
Artikel 75 7
|
7. Indien de toezichthoudende autoriteiten dit nodig achten, geven meldingsplichtige entiteiten die deelnemen aan een partnerschap voor informatie-uitwisseling opdracht tot een onafhankelijke audit van de werking van dat partnerschap en delen zij de resultaten met de toezichthoudende autoriteiten.
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|