+Artikel 382 Werkingssfeer
---+Artikel 382 1.
---+Artikel 382 2.
---+Artikel 382 3.
---+Artikel 382 4.
---+Article 382 4a.
---+Article 382 4b.
---+Article 382 4c.
---+Artikel 382 5.
---+Artikel 382 6.

Artikel 382 Werkingssfeer

-

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving
Artikel 382 1.
Een instelling berekent de eigenvermogensvereisten voor het CVA-risico overeenkomstig deze titel voor alle otc-derivaten met betrekking tot al haar bedrijfsactiviteiten, met uitzondering van kredietderivaten waarvan erkend wordt dat zij risicogewogen posten voor het kredietrisico verlagen.
Artikel 382 2.
Een instelling neemt in de berekening van het krachtens lid 1 vereiste eigen vermogen effectenfinancieringstransacties mee die volgens het op de instelling toepasselijke raamwerk voor financiële verslaggeving tegen reële waarde zijn gewaardeerd, indien de uit die transacties voortvloeiende blootstellingen van de instelling aan CVA-risico materieel zijn.
Artikel 382 3.
Transacties met een gekwalificeerde centrale tegenpartij en transacties van een cliënt met een clearinglid worden, indien het clearinglid als tussenpersoon tussen de cliënt en een gekwalificeerde centrale tegenpartij optreedt en de transacties aanleiding geven tot een transactieblootstelling van het clearinglid ten aanzien van de gekwalificeerde centrale tegenpartij, uitgesloten van de eigenvermogensvereisten voor het CVA-risico.
Artikel 382 4.

De volgende transacties worden uitgesloten van de eigenvermogensvereisten voor het CVA-risico:

a) 

transacties met niet-financiële tegenpartijen als gedefinieerd in artikel 2, punt 9, van Verordening (EU) nr. 648/2012 of met in een derde land gevestigde niet-financiële tegenpartijen, indien die transacties de in artikel 10, leden 3 en 4, van die verordening bepaalde clearingdrempel niet overschrijden;

▼M19

a bis) 

intragroeptransacties aangegaan met niet-financiële tegenpartijen zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 9), van Verordening (EU) nr. 648/2012 die deel uitmaken van dezelfde groep, mits aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

i) 

de instelling en de niet-financiële tegenpartijen zijn op volledige basis in dezelfde consolidatie opgenomen en zijn onderworpen aan toezicht op geconsolideerde basis overeenkomstig deel een, titel II, hoofdstuk 2;

ii) 

zij zijn onderworpen aan passende gecentraliseerde risicobeoordelings-, meet- en controleprocedures, en

iii) 

de financiële tegenpartijen zijn gevestigd in de Unie of, indien zij in een derde land gevestigd zijn, heeft de Commissie een uitvoeringshandeling in overeenstemming met lid 4 quater, vastgesteld met betrekking tot dat derde land;

▼M19

b) 

intragroeptransacties die worden gesloten met financiële tegenpartijen zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 8, van Verordening (EU) nr. 648/2012, financiële instellingen of nevendiensten verrichtende ondernemingen die gevestigd zijn in de Unie of die gevestigd zijn in een derde land dat prudentiële vereisten en toezichtsvereisten toepast op die financiële tegenpartijen, financiële instellingen of nevendiensten verrichtende ondernemingen, die ten minste gelijkwaardig zijn aan die welke in de Unie worden toegepast, tenzij de lidstaten nationale wetgeving vaststellen die de structurele scheiding binnen een bankgroep voorschrijft, in welk geval de bevoegde autoriteiten kunnen verlangen dat die intragroeptransacties tussen de structureel gescheiden entiteiten in de eigenvermogensvereisten worden opgenomen;

▼B

c) 

transacties met tegenpartijen als bedoeld in artikel 2, punt 10, van Verordening (EU) nr. 648/2012 die onder de overgangsbepalingen van artikel 89, lid 1, van die verordening vallen, zolang die overgangsbepalingen gelden;

▼C2

d) 

transacties met tegenpartijen als bedoeld in artikel 1, leden 4 en 5, van Verordening (EU) nr. 648/2012 en transacties met tegenpartijen waarvoor bij artikel 114, lid 4, en artikel 115, lid 2, van deze verordening een risicogewicht wordt vastgesteld van 0 % voor blootstellingen met betrekking tot die tegenpartijen.

De ontheffing van de CVA-risicovereiste voor de in dit lid, punt c), bedoelde transacties die worden afgesloten tijdens de bij artikel 89, lid 1, van Verordening (EU) nr. 648/2012 vastgestelde overgangsperiode, geldt voor de hele duur van het contract voor die transactie.

Indien een instelling, met betrekking tot punt a), niet langer vrijgesteld is doordat de vrijstellingsdrempel is overschreden of door een wijziging in de vrijstellingsdrempel, blijven bestaande contracten vrijgesteld tot aan de datum waarop zij aflopen.

Article 382 4a.
By way of derogation from paragraph 4 of this Article, an institution may choose to calculate the own funds requirements for CVA risk, using any of the approaches referred to in Article 382a(1), for the transactions that are excluded pursuant to paragraph 4 of this Article, where the institution uses eligible hedges determined in accordance with Article 386 to mitigate the CVA risk of those transactions. Institutions shall establish policies to specify the application and calculation of the own funds requirements for CVA risk for such transactions.
Article 382 4b.
Institutions shall report to their competent authorities the results of the calculations of the own funds requirements for CVA risk for all transactions referred to in paragraph 4 of this Article. For the purposes of that reporting requirement, institutions shall calculate the own funds requirements for CVA risk using the relevant approaches set out in Article 382a(1) that they would have used to satisfy an own funds requirement for CVA risk if those transactions were not excluded from the scope pursuant to paragraph 4 of this Article.
Article 382 4c.
For the purposes of paragraph 4, points (aa) and (b), the Commission may adopt, by way of implementing acts, and subject to the examination procedure referred to in Article 464(2), a decision as to whether a third country applies prudential supervisory and regulatory requirements at least equivalent to those applied in the Union.
Artikel 382 5.
De EBA beoordeelt uiterlijk op 1 januari 2015 en vervolgens om de twee jaar in het licht van ontwikkelingen in de internationale regelgeving onder andere potentiële methoden voor kalibratie en drempels voor de toepassing van CVA-risicovereisten op in derde landen gevestigde niet-financiële tegenpartijen.

De EBA ontwikkelt binnen zes maanden na de datum van de beoordeling in samenwerking met de ESMA ontwerpen van technische reguleringsnormen tot nadere bepaling van de procedures om transacties met buiten de Unie in een derde land gevestigde niet-financiële tegenpartijen te ontheffen van het eigenvermogensvereiste voor het CVA- risicovereiste.

De EBA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen binnen zes maanden na de datum van de in de eerste alinea bedoelde beoordeling voor.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om de in de tweede alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1093/2010;

Artikel 382 6.
De EBA ontwikkelt ontwerpen van technische reguleringsnormen om de voorwaarden en criteria vast te stellen die de instellingen moeten hanteren om na te gaan of de blootstellingen aan CVA-risico als gevolg van tegen reële waarde gewaardeerde effectenfinancieringstransacties materieel zijn, alsmede de frequentie van die beoordeling.

De EBA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 10 juli 2026 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om deze verordening aan te vullen door de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1093/2010.

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis